Assad spreekt tot parlement: Syrië verkeert in ‘echte oorlog’

Protestors hang Syrian President Bashar al-Assad`s picture during a rally on May 31, 2012 on Taksim Square in Istanbul, marking the first anniversary of the death of nine Turks, shot in May 2010 when Israeli naval commandos seized the Turkish ship Mavi Marmara that was part of a flotilla trying to break the Gaza blockade. The crowd gathered in iconic Taksim Square under the banner of the pro-Islamic Humanitarian Relief Foundation (IHH), one of the organisers of the flotilla that tried to break an Israeli sea blockade of the Hamas-controlled Palestinian territory. AFP PHOTO/BULENT KILIC Beeltenis van Assad tijdens een protest in Istanbul drie dagen geleden. Foto AFP / Bulent Kilic

Syrië verkeert momenteel in een ‘echte oorlog’ en de crisis in het land wordt aangedreven door ‘buitenlandse krachten’. Dat zei de Syrische president Bashar al-Assad vanochtend in een toespraak tot het parlement.

Sinds het begin van de opstand in Syrië, die vorig jaar in maart uitbrak, geeft Assad ‘buitenlandse samenzweerders’ en ‘terroristen’ de schuld van de onrust in het land.

‘Strijd tegen terrorisme gaat door’

Assad zei dat hij zijn strijd tegen het terrorisme stevig zal voortzetten, maar dat de deur openstaat voor diegenen die terug willen keren. “De staat zal geen wraak nemen”, aldus Assad.

‘Zelfs monsters kunnen bloedbad in Houla niet uitvoeren’

Assad spreekt zelden in het openbaar. Zijn laatste optreden was op 10 januari. Ondertussen heeft onder meer het bloedbad in Houla plaatsgevonden, waarbij 108 burgers zijn omgekomen. Oppositie en regering geven elkaar de schuld van het bloedvergieten. Onderzoekers van de Verenigde Naties zeggen dat er sterke aanwijzingen zijn dat de moordpartij door regeringsstrijders is aangericht. Assad ontkende vandaag wederom dat de Syrische regering een rol speelde in het bloedbad. Hij noemde het een “afschuwelijke misdaad”, die zelfs “monsters” niet konden uitvoeren.

Het Syrische regime staat onder toenemende druk vanuit het westen vanwege het hardhandige neerslaan van de protesten in het land. Volgens activisten zijn er in de vijftien maanden durende opstand al 13.000 mensen omgekomen. De VN stelde het dodental een jaar na de opstand vast op 9.000, maar daar zijn inmiddels honderden doden bijgekomen.