Zoeken naar de afstand tussen aarde en zon

Elsbeth Etty neemt de binnengekomen boeken door, signaleert en geeft een eerste oordeel. Met deze week het eerste wereldwijde project en een oorlogszuchtig Nederland.

Het zeldzame verschijnsel van de Venusovergang (zie de wetenschapsbijlage en de video’s op nrc.nl/wetenschap) dat zich op 6 juni voordoet en dan pas weer in december 2117, heeft enorme betekenis gehad voor de wetenschap. Het verhaal over de expedities die in 1761 en 1769 naar alle uithoeken van de aarde werden gestuurd om Venus voor de zon langs te zien schuiven, wordt verteld door Andrea Wulf in Venus achterna. De zoektocht naar de omvang van het heelal (Athenaeum. Vert. Barbara de Lange. 294 blz., €22,50), dat in acht landen tegelijk verschijnt. De astronoom Halley bedacht een halve eeuw voor zijn dood een wereldwijd project om de Venusovergang te gebruiken voor het meten van de afstand van de aarde tot de zon. Voor het eerst zwermden wetenschappelijke expedities over de wereld uit. Behalve astronomen gingen biologen en andere onderzoekers, schilders en jagers op reis. Een prachtig onderwerp. Het boek is helder geschreven, informatief en ook nog spannend.

Ter herinnering aan het begin van de Nederlandse koloniale oorlog tegen Indonesië 65 jaar geleden zendt de NTR op voorstel van Ad van Liempt op 21 juli een reconstructie uit van de eerste oorlogsdag in de vorm van een hedendaags nieuwsprogramma. Van Liempt maakte in één moeite door een bewerking van zijn in 1994 verschenen boek Een mooi woord voor oorlog. Onder de titel Nederland valt aan. Op weg naar de oorlog met Indonesië 1947 (Balans, 302 blz., €19,95) gaat hij het gekonkel en geknoei na van de hoogwaardigheidsbekleders in Den Haag en Batavia, alsmede van hun lakeien in de politiek en de pers, in de maanden tussen het Nederlands-Indonesische akkoord van Linggadjati (november 1946) en het begin van de aanval op de republiek (juli 1947). Het ijveren van militaire houwdegens als generaal Spoor en admiraal Helfrich, de fanatieke oorlogskoers van KVP-politici als Romme en Beel en de verachtelijke buigzaamheid van PvdA-leiders als Drees en Vorrink in de rooms-rode coalitie – het levert bij elkaar een treurig beeld op van overmoed en onmacht. Dat beeld is niet nieuw, maar het blijft schokkend.

Hetzelfde geldt voor de behandeling van de Molukse KNIL-militairen die in 1951 onder valse voorwendsels naar Nederland werden verscheept. Na alles wat ze al hadden meegemaakt, Jappenkampen, politionele acties en de Bersiap-periode werden ze uit hun functies ontheven en met hun gezinnen ondergebracht in wrakkige woonoorden. In Kazernekind. De geschiedenis van een Moluks gezin in Nederland (Artemis & co, 243 blz. €18,95) vertelt Marlies Mielekamp het verhaal van Jo en Bantji Polnaya. Zij wonen twintig (!) jaar in kamp Schattenberg, het voormalige Westerbork, in afwachting van de beloofde terugkeer naar de Molukken. Terwijl Jo hun elf kinderen grootbrengt van het geld dat ze verdient met een Indische toko, geeft haar gefrustreerde echtgenoot zijn Molukse onafhankelijkheidsidealen door aan zijn kroost. Zoon Tommy doet in 1977 mee aan de Molukse gijzelingsacties. Mielekamp beschrijft de verscheurdheid van alle gezinsleden met veel compassie.

‘Het vraagstuk der ethiek/nog altijd/ gekweekt in de vissenkom’, luidt een aforisme van Hsia Yu. (1956) De bundel Als kattenogen (Voetnoot, 95 blz. €18,50) bevat vijftig door Silvia Marijnissen gekozen en vertaalde gedichten van deze Chinese dichteres. Experimenteel en actueel.

Paul Kennedy, beroemd door zijn boek The rise and fall of the great powers uit 1988, is behalve historicus een strategisch denker. Dat blijkt werderom in zijn nieuwste werk, De kering van het tij. Hoe de Tweede Wereldoorlog werd gewonnen door de geallieerden-januari 1943-juni 1944 (Spectrum. Vert. George Pape, 511 blz., €39,99). Er was niet één beslissend strijdtoneel of wapensysteem dat de nederlaag van Duitsland en Japan onvermijdelijk maakte. Kennedy maakt duidelijk dat er een complexe, strategische samenhang bestond tussen het winnen van de slag om de Atlantische Oceaan, het tot staan brengen van de Duitse opmars door het Rode Leger, de beslissing in de luchtoorlog, de ontwikkeling van amfibische operaties door de geallieerden en het Amerikaanse tegenoffensief in de Pacific. Sleutelwoorden zijn organisatie en innovatie. Daarbij kent Kennedy een belangrijke rol toe aan het ‘middenkader’ van inventieve probleemoplossers. Dit boek is dus niet alleen voor liefhebbers van militaire historie interessant.

    • Elsbeth Etty