Woede zit niet in mijn karakter

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.

Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Mijn fysieke conditie is de afgelopen weken zo slecht geweest dat ik weinig verdriet heb kunnen voelen. Ik was te ziek, ik had er de energie niet voor.

„Het verdriet is er natuurlijk wel geweest. Het kwam in fasen. Nog geen jaar geleden hoorden we: foute boel. Toen heb ik veel gehuild: alleen, samen met Paulien, met de kinderen, met mensen om me heen.

„Tijdens de eerste fase van behandeling kwam ik in een soort actiemodus. Zo van: ‘we gaan ervoor, ik zal dit goed doorstaan’. Ik was veel buiten, deed zo veel mogelijk aan sport om m’n conditie op peil te houden. Na twee vakanties, vlak voor de operatie in oktober, zag ik er van buiten kerngezond uit. Gebruinde kop.

„De operatie heb ik goed doorstaan. Het herstel verliep wonderlijk snel. De domper kwam kort erna: de uitslag van weefselkweek – drie lymfeklieren waren niet schoon. Voor Paulien en mij bracht dit een nieuwe fase van verdriet. Je beseft: dit was geen geïsoleerd probleem, dit kan snel weer ergens opduiken. De kinderen reageerden optimistischer: ‘jij gaat hier gewoon doorheen komen.’

„De drie maanden na de behandelingen heb ik een revalidatieprogramma gevolgd, ‘Herstel en balans’, twee dagen per week. Veel sport. En, zoals dat heet: psycho-educatie, groepsgesprekken over emotionele verwerking, relaties, werk, voeding. Het bracht me snel weer op de been. Tegelijk wist ik: de komende jaren worden heel spannend, het is nog lang geen uitgemaakte zaak dat ik dit ga overleven.

„Eind februari stond ik weer op de ski’s. Kort erna heb ik m’n werk weer opgepakt. Maar al vrij snel daarna voelde ik me niet goed. Begin mei zei de dokter: we zullen weer ’s goed gaan kijken, met scans en zo. Ik voelde meteen: het is niet goed, ’t is weer mis. Eigenlijk schrok ik niet eens zo heel erg toen twee weken geleden de uitslag kwam. Ik wist het al.

„Weinig andere hoop heb ik op dit moment dan dat ik nog een paar rustige weken voor de boeg heb. Gewoon, hier zijn met Paulien, praten met de kinderen, een beetje door het huis scharrelen, rustig afscheid nemen van familie en vrienden. Ik hoop dat ik nog een paar wedstrijden van het EK voetbal kan zien, de Olympische Spelen zal ik waarschijnlijk niet meer halen.

„Ik voel geen woede. Dat zit niet in mijn karakter. Ongeloof heb ik in het afgelopen jaar wel ervaren – ‘wat?, heb ik dit?, dat kan toch niet waar zijn?’ Maar woede, nee, dat heeft geen enkele zin. Wat je niet kunt veranderen, heb je maar te accepteren. Zo zit ik in elkaar.

„Aan Paulien heb ik uitgelegd hoe onze administratie in elkaar zit. Verder ben ik niet zo bezig met dingen die ik nog wil opschrijven, of grootse visies die ik nog wil nalaten of zo.

„Als ik terugkijk op mijn leven met Paulien en de kinderen, dan denk ik: we hebben ’t goed gehad en goed gedaan, zo met elkaar. Veel gedeeld, veel activiteiten samen ondernomen. Tegelijk hebben we elkaar ook de ruimte gegeven een eigen leven op te bouwen, eigen interesses te volgen. De kinderen hebben zich heel goed ontwikkeld: de schooltijd hebben ze prima doorstaan, sporten, vriendschappen – het was mooi hen zo te zien opgroeien.

„Mijn ouders zijn hoogbejaard, al in de negentig. Met hen en met mijn zussen en broer is het contact de afgelopen jaren intensiever geworden. Twee jaar geleden overleed de man van mijn jongste zus, plotseling. Onze ouders hadden bovendien vaker onze zorg nodig. Opeens was er mijn ziekte. Het was zwaar, maar ook heeft het ons dichter bij elkaar gebracht.

„Zo spelen herinneringen door mijn hoofd: aan mijn eigen gezin, aan het gezin waaruit ik zelf kom.

„Mijn drie zussen en m’n broer zijn vrij snel na elkaar geboren – daarna jarenlang niks, toen kwam ik. Op oude familiefoto’s zie je echt een gezin uit de jaren vijftig: vader, moeder, vier kinderen, de hond, iedereen keurig aangekleed, op zondagmiddag aan de wandel. Ik was kind in de jaren zestig, zeventig. Dat was al een hele andere tijd.

„Door het leeftijdverschil was ik natuurlijk een nakomertje in de familie, hoewel ik aan liefde niets tekort gekomen ben. Nu ben ik, de jongste, de eerste die er tussenuit piept. Ook hierin neem ik een aparte positie in. Maar eenzaam en alleen heb ik me gelukkig niet gevoeld.”

Tekst

Reacties: laatstewoord@nrc.nlTwitter: #hetlaatstewoord