Telegraaf legt journalisten aan de leiband

De Telegraaf heeft nieuwe integriteitsregels. Het is verboden over en voor zakenvrienden te schrijven. Bordeelbezoek declareren mag ook niet meer. Toch is er weer een kwestie.

Foto NRC Fotodienst

Plaatsvervangend hoofdredacteur Arno Reekers van De Telegraaf vindt het een ongemakkelijke vraag. Hij schraapt zijn keel: „Bordeelbezoek declareren zullen wij nooit meer goedkeuren.” Als lid van de hoofdredactie kreeg Reekers de afgelopen jaren duizenden declaraties onder ogen. Daar zaten een enkele keer bonnetjes van bordelen tussen, zegt hij. En ook die werden goedgekeurd.

Dat is straks verleden tijd. Binnenkort gaan er voor journalisten van de grootste krant van Nederland (oplage 600.000) strengere gedragsregels gelden. Die liggen nu bij de redactieraad. Als het aan de hoofdredactie ligt, gaan ze zo snel mogelijk in.

Journalisten die ondernemers pr-advies geven? Wordt verboden. Politici mediatraining geven? Mag niet. Voortaan dient elke vorm van belangenverstrengeling te worden voorkomen. Medewerkers moeten voor elke nevenactiviteit toestemming vragen. En als de hoofdredactie denkt dat het nodig is, kan er inzicht gevraagd worden in die activiteiten en de omvang ervan.

Dat er nieuwe integriteitsregels moesten komen, werd de hoofdredactie in september duidelijk. Tv-programma Zembla had laten zien hoe Telegraaf-verslaggever Martijn Koolhoven zijn vriend Rob Heilbron, eigenaar van een lingeriemerk, een dienst had bewezen. Koolhoven schreef in de krant een negatief, grotendeels verzonnen artikel over een fotograaf met wie Heilbron in een juridische procedure was verwikkeld. Het leidde tot Koolhovens vertrek bij De Telegraaf, waar hij 25 jaar had gewerkt.

In het Telegraaf-hoofdkantoor Koolhoven was een van de journalisten die bonnetjes van een bordeel indienden, vertelt Reekers in het hoofdkantoor van de Telegraaf in Amsterdam. Daar ging Koolhoven met relaties heen. Hij trainde ook VVD-politici, gaf pr-adviezen, schreef onder schuilnamen (Martin Choucours en Pierre Dubois) voor bladen van bevriende ondernemers, over wie hij in De Telegraaf berichtte en met wie hij privé zaken deed.

Chocoladeletters

De affaire-Koolhoven kwam niet als een verrassing. De Telegraafredactie had het imago losjes om te gaan met de journalistieke ethiek. De krant voert ook campagnes: vóór, maar vaker tégen iets of iemand. Zoals de chocoladeletters tegen het rekeningrijden of de partijdige berichtgeving over Johan Cruijff. En de hoofdredactie liet de dagelijkse gang van zaken in het verleden „te veel op haar beloop” zoals mediahistorica Mariëtte Wolf vaststelt in haar proefschrift Het geheim van De Telegraaf.

In dit onderzoek naar de geschiedenis van de krant (1893-1993) figureren kleurrijke voorgangers van Koolhoven. De bekendste is Henk van der Meyden. Hij mocht tot 2002 de belangen van zijn productiebedrijf in de showbusiness openlijk promoten in de krant. Van der Meyden prees op de pagina’s Privé circusvoorstellingen aan die zijn bedrijf Stardust produceerde.

Een ander was Thomas Lepeltak. Hij ontving regelmatig flessen wijn in de 25 jaar dat hij de societyrubriek Stan Huygens Journaal maakte. In 2003 ging hij met pensioen en verkocht hij de inhoud van zijn wijnkelder voor tienduizenden euro’s via veilinghuis Christie’s. Ex-Telegraaf-collega Rob Knijff zei hierover tegen HP/De Tijd: „Iedereen bij De Telegraaf wist dat Thomas een aanzienlijke wijnvoorraad had opgebouwd mede door alle proefflessen die hij kreeg opgestuurd van wijnkopers die graag in zijn rubriek acteerden. (…) Nu hij een deel heeft laten veilen, laadt Thomas de verdenking op zich dat hij niet ongevoelig was voor journalistieke platmakertjes.”

De vrijheden die journalisten als Van der Meyden kregen, maken volgens historica Wolf duidelijk dat de krant het „niet altijd even nauw” nam met de journalistieke integriteit. Er moest, schrijft ze, „heel wat gebeuren” voordat je de laan uit vloog: „Fouten worden met de mantel der liefde bedekt en niet aan de grote klok gehangen.”

Met dat laisser faire-imago wil de huidige hoofdredactie afrekenen, luidt de boodschap van de adjunct-hoofdredacteuren Arno Reekers en Joost de Haas. Dat twee leden van de hoofdredactie bereid zijn tot een openhartig gesprek hierover is ook nieuw. Vroeger was het meestal „geen commentaar”. De Telegraaf was altijd één familie, één gesloten blok.

„De krant is geschrokken van alle nevenactiviteiten van Martijn Koolhoven”, zegt Reekers. „Daar kwamen we pas na zijn vertrek achter toen hij op zijn nieuwe website schreef wat hij allemaal had gedaan.” Koolhoven bracht in 1996 zijn nevenactiviteiten onder in het bedrijf Choucours & Bois. Reekers: „Voor dat bedrijfje had hij toestemming van de vorige hoofdredactie. Maar het was volstrekt onduidelijk wat hij allemaal deed. Daar is ook nooit naar gevraagd. Van een oud-hoofdredacteur (Johannes Olde Kalter, 1993-2006, red.) mocht Koolhoven elders onder schuilnamen opereren. Dat zou nu niet meer kunnen. Dat geldt ook voor Henk van der Meydens eigen bedrijfspromotie in de krantenkolommen. We zijn wat dat betreft twintig jaar verder.”

Sterverslaggever

In zijn woonkamer in Soest zegt Martijn Koolhoven dat hij Henk van der Meyden een grootheid vindt. „Henk is de succesvolste journalist van het land.” Over de affaire met de fotograaf zegt hij niks. Dat is afgesproken bij zijn vertrek. Koolhoven benadrukt dat hij niet ontslagen is. Hij en de krant gingen in „goed overleg” uit elkaar.

Als „sterverslaggever” speelde hij „in de spits van De Telegraaf”. Dat leverde veel primeurs op. Dat hij bevriend is met de zakenmensen over wie hij schrijft? „Geen enkel probleem.” Dat hij bereid was tot ‘vriendendiensten’, zoals in de zaak van de fotograaf? Koolhoven zegt het dilemma niet te begrijpen. Bordeelbezoek declareren? „Dat ging om drank, er is geen seks gedeclareerd.”

Zijn zakelijke en particuliere omgang met miljonair Tom Westermeijer is illustratief. De man is een „goede vriend”, door Koolhoven in vele artikelen omschreven als „vastgoedmagnaat” en „weldoener”. In 2004 kocht Westermeijer het bungalowpark De Hunzebergen in Drenthe. Daarna kregen Telegraaf-lezers twaalf artikelen voorgeschoteld waarin het park genoemd werd. Tien daarvan schreef Koolhoven: het is een prachtig park, een geweldige bestemming en bekende Nederlanders kopen er een bungalow.

Ook Koolhoven kocht zich in op het park. In januari 2008 verkocht Westermeijer hem de bouwgrond. Koolhoven liet via Westermeijer een bungalow bouwen en verhuurde die via Westermeijer. Hij bleef daarna De Hunzebergen aanprijzen bij de lezers: „Het prachtige landgoed is een mooi vertrekpunt voor de vele activiteiten in de omgeving.”

Koolhoven schreef ook over de corruptie rond wethouder Sjoerd Swane uit Maarssen. Een nare kwestie voor vriend Westermeijer. Een van de verdenkingen was dat Swane smeergeld had gekregen van Westermeijers zoon en van bouwbedrijf KondorWessels. Tussen 2007 en 2011 schreef Koolhoven over de zaak. Hij noemde Swane en KondorWessels, maar verdachte Westermeijer niet. In 2011 trof Westermeijer een schikking van 45.000 euro met justitie. Dat haalde veel media, maar niet De Telegraaf.

Dat de schikking niet in de krant stond is toeval, zegt Koolhoven. „Ik denk dat ik het bericht wel getikt heb, maar dat het bij de eindredactie is blijven liggen.” Waarom noemde hij de naam van Westermeijer nooit?„Dat kreeg ik niet rond.”

Waarom schreef Koolhoven over het bungalowpark terwijl hij er zelf een bungalow verhuurde? „Dat huisje is privé. En de VVV Drenthe vroeg of ik een stuk wilde maken.”

Aan de Basisweg in Amsterdam kijken de adjuncten Arno Reekers en Joost de Haas verbaasd. Ze wisten niks van een vakantiehuisje op een park dat Koolhoven aanprees in de krant. „Kan absoluut niet”, zegt De Haas. „En dat hadden we graag willen weten.” Collega Reekers wil niet teveel over Koolhoven zeggen, maar hij zegt dat verslaggevers bij De Telegraaf „een grote mate van vrijheid” krijgen om hun werk te doen. De hoofdredactie vertrouwt erop dat ze zich aan de regels houden. Eén ding wil De Haas nog wel kwijt over de affaire-Koolhoven: „Hij is wel degelijk verzocht te vertrekken.”

Over Koolhoven moest eerst extern publiciteit komen voordat maatregelen volgden. Hij kon jarenlang zijn gang gaan, ook nadat Sjuul Paradijs het hoofdredacteurschap in 2009 had overgenomen van Eef Bos. „Sjuul heeft niet scherp gereageerd op signalen over belangenverstrengelingen”, zeggen bronnen binnen de redactie. „Dat is nu veranderd en dat nieuwe beleid wordt breed gesteund door de redactie.”

Een nieuwe testcase

De affaire-Koolhoven bracht verandering in het beleid van De Telegraaf. Maar nog voordat de nieuwe regels van kracht zijn, dient zich een nieuwe testcase aan: een kwestie met voormalig adjunct-hoofdredacteur Paul Rijpkema, nu artdirector van de krant. NRC Handelsblad ontdekte dat Rijpkema, die van 2005 tot begin dit jaar lid was van de hoofdredactie, ook nevenactiviteiten verzweeg. Van 2004 tot 2011 runde hij het bedrijf Mediavorm, een uitgeverij. Dat had hij volgens de integriteitsregels uit 2004 moeten melden. „Dat heeft hij niet gedaan”, zegt adjunct De Haas.

Bronnen binnen en buiten de redactie melden dat met Rijpkema meer aan de hand was. Hij zou privé verdiend hebben aan boekenuitgaven waarvoor hij als adjunct eindverantwoordelijk was. Het ging volgens bronnen om zo’n 5.000 euro per boek. De betalingen van een externe uitgever waren niet bekend bij auteurs of hoofdredactie, stonden niet in contracten en werden gedaan zonder dat er facturen gestuurd werden.

Ignas van Schaick, van 2006 tot april 2008 uitgever bij The House of Knowledge, dat Telegraafboeken uitgaf, weet dat Rijpkema „als auteur, redacteur en coördinator in contracten werd meegenomen als auteur bij de verdeling van royalty’s.” Daarnaast was er nóg een geldstroom, bevestigt Van Schaick. „Ik wist dat er een commissie, goodwill fee, of hoe je het ook noemt, betaald werd. Daarvan was ik op de hoogte, maar ik heb me er inhoudelijk nooit mee beziggehouden. De financiële zaken deed directeur-grootaandeelhouder Willem Pruijssers.”

De opvolger van Van Schaik als uitgever bij The House of Knowledge was Frank Wouters. Hij zegt: „Rijpkema werd betaald voor vage diensten als concept, productiebegeleiding en eindredactie”. Wouters oordeelde dat het ging om „kickbacks”, om smeergeld.

De eigenaar van de uitgeverij, Willem Pruijssers, geeft de betalingen toe, maar bestrijdt dat het om commissies of kickbacks ging. „Volstrekte lariekoek.” Rijpkema werkte hard in zijn vrije tijd voor het geld dat kreeg, zegt hij. „Eindredactie, foto’s zoeken, dat soort dingen.” Paul Rijpkema heeft dezelfde lezing. „Dit is karaktermoord.” Hij heeft er hard voor gewerkt, zegt hij. Dat hij de hoofdredactie niet heeft geïnformeerd is „een slordigheid”.

Hoe zat het nou? In 2008 verscheen het boek Tijdperk Willem Holleeder van de misdaadverslaggevers John van den Heuvel en Bert Huisjes. Beiden wisten dat Rijpkema eenderde deel van de auteursrechten kreeg omdat hij onder meer vormgeving en fotoredactie had gedaan, zegt Huisjes, tegenwoordig hoofdredacteur van omroep WNL. Wat ze niet wisten was dat Rijpkema daarnaast nog 5.000 euro ontving van de uitgever. De reden daarvoor was dat hij redactie- en productiewerk gedaan had.

Uit e-mails in het bezit van deze krant blijkt dat het geen eenmalige kwestie was. Voor de „eindredactie” van De Gevallen Engel, ook een boek van Van den Heuvel en Huisjes, vroeg Rijpkema aan de uitgeverij 5.000 euro wegens „eindredactie”, naast eenderde van de auteursrechten. Voor het boek Oogappeltjes van Oranje moest de uitgeverij voor „concept, productiebegeleiding en eindredactie” nog eens 4.500 euro betalen en voor een jaarboek 5.000 euro.

Frank Wouters zegt dat het zo ging „bij veel boeken”. Nadat hij de activiteiten had overgenomen, bleek dat er nog een betaling van 5.000 euro aan Rijpkema openstond. „Die stond in geen enkel contract beschreven.” Wouters weigerde te betalen. „Dat zette de verhoudingen met Rijpkema op scherp.”

De betalingen kwamen eind 2009 opnieuw ter sprake toen verslaggever John van den Heuvel bij Frank Wouters zijn columns wilde bundelen. De bronnen: „Rijpkema deed weer moeilijk. Toen heeft Wouters John verteld wat er jarenlang gebeurd was. John was ongelofelijk boos. Hij confronteerde Rijpkema met de informatie. De man ging door het stof.”

Wouters bevestigt dit. „Zo is het inderdaad gegaan.” Huisjes weet dat Van den Heuvel Rijpkema heeft aangesproken. „John was boos. Paul wilde die 5.000 euro wel aan John geven, maar dat heeft John geweigerd. Dan werd hij, in de woorden van John, deelgenoot, en dat wilde John niet.” Van den Heuvel, nog in dienst van De Telegraaf, wil geen commentaar geven, maar zegt: „Je hoort mij niet zeggen dat het onzin is”. Rijpkema zegt dat het naar tevredenheid was opgelost met zijn collega’s.

Dat was eind 2009. Daarna hoorde Wouters, die vertrok bij de uitgeverij, twee jaar niets: „Ik had verwacht dat ze de man op staande voet zouden ontslaan.”

Huisjes en Van den Heuvel waren in 2009 niet naar de hoofdredactie gestapt. Waarom niet? Huisjes: „Rijpkema was de hoofdredactie! En voor mij was de uitleg van Rijpkema helder. Hij vertelde dat hij de tekstredactie en correctie deed. Dat is intensief werk. Rijpkema’s lezing was dat dit veelal bij de uitgever gebeurt, maar dat afgesproken was dat hij het zou doen. Ik wist dat niet, maar heb dat geaccepteerd.”

Van den Heuvel kon het niet accepteren, blijkt uit een e-mail die hij deze week aan Huisjes stuurde. Hij vindt het nog steeds verwerpelijk dat Rijpkema achter hun rug om 5.000 euro per boek probeerde „te ritselen”.

Rijpkema informeerde de andere leden van de hoofdredactie niet over zijn bijverdiensten, wordt duidelijk in het gesprek met de adjuncten Reekers en De Haas. Zij zeggen dat ze niets wisten van de betalingen buiten de royalty’s om. Rijpkema is op non-actief gesteld. De Telegraaf is een intern onderzoek begonnen. Reekers: „Het wordt nu onderzocht. Voorlopig is hij vrijgesteld van werk.” De zaak wordt, conform de nieuwe aanpak, niet op zijn beloop gelaten.

Eigenlijk zijn ook de royaltybetalingen aan Rijpkema uit de hand gelopen, vinden Reekers en De Haas. Het is „niet goed” als een lid van de hoofdredactie een flink privébelang heeft bij beslissingen waarbij hij betrokken is. Reekers: „We hadden op dat punt scherper moeten koersen.”

    • Tom Kreling
    • Joep Dohmen