Teambelang voor alles

Op woensdag 13 juni speelt Oranje tegen Duitsland. Wat voor wedstrijd gaat dat worden? Wat is typerend aan het Duitse voetbal? En wat kunnen de Nederlanders leren van Duitsers? Shari Kiljan vraagt het Nederlanders die in de Bundesliga speelden.

(COL) * 1945- Sportler, Fussball D WM-Finale in Mnchen, Deutschland - Niederlande 2:1, Siegerehrung: mit dem WM-Pokal - 07.07.1974 Sport Fussballer Weltmeisterschaft WM Finale Endspiel Pokal Fussball-WM Weltmeister Holland Spielfhrer

Khalid Boulahrouz, speelde voor HSV, laatste jaren VfB Stuttgart:

„Duitsland heeft echt zijn eigen stijl van voetballen, maar die is veranderd de afgelopen tijd. Dortmund, Leverkusen, Schalke 04 en Bayern München spelen mooi voetbal. Het WK van 2006 heeft voor een impuls gezorgd. Voetbal is sindsdien ongekend populair. De stadions zitten vol. De afgelopen jaren heeft Louis van Gaal bij Bayern veranderingen teweeggebracht en daar profiteert iedereen van. De Bundesliga hoort bij de topcompetities.”

Arnold Bruggink, voetbalde bij Hannover 96: „Het Duitse publiek ziet een wedstrijd echt als een uitje. Ze zijn heel enthousiast. Als voetballer doe je nog een stapje extra. Wij speelden in de middenmoot, af en toe tegen degradatie. De duels waren niet altijd om aan te zien, maar het publiek zorgde voor een goede sfeer. Een trainer in Duitsland wordt niet tegengesproken. Terwijl er in Nederland vaak een ‘ja maar-mentaliteit’ heerst. Daarbij denkt een Duitser altijd dat hij kan winnen. Als een amateurclub het tegen ons opnam in een oefenwedstrijd, moesten wij hard aan de bak. Ze speelden om te winnen en deden daar alles aan. Typerend aan het Duitse voetbal is dat de voetballer centraal staat en dat werkelijk alles voor hem wordt gedaan. Ik werd behandeld als een prins. Alles was top geregeld. Daardoor kon ik me volledig op het voetballen richten.”

Dennis Gentenaar, was reservekeeper bij Borussia Dortmund: „De laatste keer heeft Nederland een goed pak slaag gekregen van de Duitsers. Maar wanneer Nederland compleet is, wordt het een totaal andere wedstrijd. Nu gaat het ook ergens om. Het wordt geen makkelijk potje. Duitsers hebben een betere mentaliteit dan Nederlanders: niet zeuren, gewoon doorgaan. De hiërarchie is ook opvallend. Ik was 29 jaar toen ik in Duitsland verbleef. Na de training wilde ik een keer de ballen opruimen. Toen zeiden de jonge jongens van een jaar of negentien: ‘Ho ho Dennis, dat doen wij’. En dat deden ze dan ook elke dag.”

Marc van Hintum, speelde voor Hannover 96: „Toen ik hartje winter van Vitesse naar Hannover overstapte, moest ik direct een oefenwedstrijd spelen. Het veld was kei- en keihard. Ondanks dat zag ik dat zeven spelers gewoon op pinnen gingen spelen. Onvoorstelbaar, daar was het veld te hard voor. Maar de drive om te spelen en te winnen is in Duitsland bijzonder groot. In Duitsland ben je om half negen op de club en ga je pas om zes uur weg. Als je geblesseerd bent, word je minstens drie keer per dag behandeld. Je bent altijd met voetbal bezig. Ik heb daar geleerd een echte prof te zijn. Duitsers zetten hun ego ook veel makkelijker opzij. Het team staat voor alles en het individu is daaraan ondergeschikt. Momenteel loopt de voorbereiding van beide nationale teams niet op rolletjes. Ik denk dat Duitsland meer kwaliteit heeft dan Nederland, maar dat is niet altijd doorslaggevend.”

Marco van Hoogdalem, voetbalde bij Schalke 04: „Duitsers geven pas op in de kleedkamer, daar zouden de Nederlanders wat van kunnen leren. Maar door de 3-0 nederlaag in de vriendschappelijke wedstrijd is Nederland nu gewaarschuwd. Ik verwacht een mooie en open wedstrijd met evenveel kansen voor beide teams. Mijn tijd in Duitsland was de mooiste periode in mijn carrière. Ik speelde tegen topspelers. Ik moest alle zeilen bijzetten om op de been te blijven. De sfeer en de entourage waren elke week geweldig. Bij Schalke gingen we aan het begin van het seizoen de mijnen in. Met gidsen reden we in karretjes rond. Zelfs duizend meter onder de grond bedelden de mensen bij ons om kaartjes. Het voetbal leefde en leeft er heel erg.”

Nico-Jan Hoogma, voetbalde bij Hamburger SV: „Eén van de verschillen tussen het Duitse en Nederlandse voetbal is dat de druk in Duitsland veel groter is. Onder meer door het uitgebreide mediacircus kunnen Duitsers goed onder druk presteren. Dat heb ik moeten leren. Door die ervaringen zijn we veel rijker geworden. Fitheid en discipline hebben in Duitsland altijd een grote rol gespeeld. In Nederland is er de laatste tijd ook meer aandacht voor en de laatste uitslag tegen de Duitsers [3-0 nederlaag] heeft Nederland hopelijk wakker geschud. Duitsland heeft een heel goed middenveld en ook voorin staat het uitstekend. Ik denk niet dat Nederland zich laat wegspelen maar het zal moeilijk worden.”

Johan de Kock, speelde bij Schalke 04: „Het Duitse voetbal staat bekend om werklust en mentaliteit. Maar nu spelen ze ook nog eens technisch en veel vrijer. Dat levert een mooie combinatie op. Ik verwacht een gelijkopgaande strijd met een gelijkspel als einduitslag. Nederland en Duitsland komen samen de poulefase door. Ik vond het in Duitsland altijd heel prettig. Met Schalke won ik de UEFA Cup en dat was, naast spelen in het Nederlands elftal, een hoogtepunt in mijn carrière. Iedereen had in die tijd Lothar Matthäus in zijn hoofd als stereotype Duitser, die zich altijd aanstelde en zich liet vallen. Maar ik heb daar heel goede vrienden gemaakt met wie ik nog steeds contact heb.”

Youri Mulder, was speler, assistent- en interim-trainer bij Schalke 04: „Duitse ploegen spelen altijd aantrekkelijk en spectaculair. Ze houden zich nooit in, spelen aanvallend en gaan voor de winst. In Nederland wordt wel eens gezegd: ‘We hebben de wedstrijd gecontroleerd’. In Duitsland houden ze nog steeds van counteren, terwijl veel Nederlanders dat een vies woord vinden. Duitse topsporters gaan helemaal voor hun doel en willen daar alles voor geven, zowel in de training als in een wedstrijd. Voor twintig kilometer hardlopen in het bos draaien zij hun hand niet om, terwijl dat hier gezucht oplevert. Als ik in een wedstrijd veel had gegeven, hoopte ik af en toe dat een balletje wel goed zou rollen. Maar zij gingen ook altijd voor die allerlaatste bal. Dat heb ik wel van hen opgestoken. Een Nederlandse commentator kan bij de 2-0 zeggen dat een wedstrijd is gespeeld. Als een ploeg in Duitsland met 4-0 achter staat en de 4-1 scoort, spreekt de commentator van een aansluitingstreffer. Of Nederland kan winnen van Duitsland? Moeilijk te zeggen over één duel. Ik denk dat Duitsland zes van de tien onderlinge duels zou winnen.”

Frank Verlaat, kwam uit voor VfB Stuttgart en Werder Bremen: „Sinds het EK van 2000 hebben de Duitsers veel meer gedaan aan jeugdopleidingen. Het Nederlands en Franse voetbal werd als voorbeeld genomen. Van al die jeugdopleidingen zal Duitsland nu de vruchten gaan plukken. Ze komen waarschijnlijk niet alleen ver, maar zullen ook echt goed voetbal spelen met snelle omschakelingen. Toch denk ik dat Nederland het goed gaat doen. Als ik een voorspelling moet doen, zeg ik dat Nederland met 2-1 zal winnen. Wat ik in mijn tijd in Duitsland vooral typerend vond, was het opzwepen van de spelers voor een wedstrijd door de coaches. Er werden teksten uitgekraamd waar ik om moest lachen. Als Nederlander was ik daar soms toch te nuchter voor. ‘Ga op zijn voeten staan’, en meer van dat soort teksten. Maar voor sommige teams werkte en werkt dat goed. De vechtersmentaliteit weten de Duitsers altijd wel naar boven te halen.”

Erik Willaarts, speelde bij Borussia Mönchengladbach: „Ik denk dat Nederland negen van de tien keer zal verliezen. Inmiddels wordt in Duitsland een technisch goed spelletje gespeeld in combinatie met veel werklust. In mijn tijd ging het vooral om countervoetbal. Wat dat betreft hadden ze aan mij niet zoveel. Ik was daar niet goed en in combinatie met blessures belandde ik vaak op de reservebank. Toch keken de mensen in Duitsland ook tegen mij op. Fans zetten je daar op een voetstuk en daar kom je niet meer van af. Dat ik af en toe lopend of op de fiets naar trainingen ging, werd absoluut niet begrepen. Voetballers moesten nu eenmaal in dikke auto’s rijden vanwege de status.”

    • Shari Kiljan