Op straat zijn ze er niet gerust op

De gewone Duitser is vrij pessimistisch over het nationale elftal. De ploeg heeft een nieuw gezicht, maar maakt het de belofte van mooi spel waar?

Mesut Özil in duel met de Rus Konstantin Zirijanov, tijdens de kwalificatiewedstrijd voor het WK van 2010. Duitsland won met 1-0. Foto AFP

In het buitenland rekent men er een beetje op: het nieuwe Duitsland wordt de blikvanger op het komende EK, met attractief en opgetogen voetbal. Maar in Duitsland zelf is men nog niet overtuigd van het eigen kunnen. Een week voor aanvang van het toernooi is nog niets te merken van een EK-virus. In de voetbalcafés is het opmerkelijk rustig. Bij veel Duitse fans ontbreekt vooralsnog het vertrouwen. Die Mannschaft gaat volgens sommigen mentaal aangeslagen naar de veldslag in Polen en Oekraïne.

„Bayern, dat veel spelers voor het nationaal elftal levert, heeft de Champions League verspeeld. Dat hakt erin. Sommige spelers, zoals Bastian Schweinsteiger die een penalty tegen Chelsea op de paal schoot, schijnen nog niet in hun normale doen te zijn”, zegt Manfred Hoffmann.

Hoffman staat voor het Olympiastadion in Berlijn, thuisbasis van Hertha BSC, de hoofdstedelijke voetbalclub. Hij noemt zich allereerst Hertha BSC-aanhanger, en pas dan „fan voor het leven” van het Duitse nationale elftal. Hij heeft het afgelopen seizoen weinig plezier aan zijn club beleefd. Hertha is vorige week opnieuw gedegradeerd, geplaagd door interne strijd en moreel verval. Het is de tweede keer in drie seizoenen dat de club degradeert.

Hoffmann heeft nu alle hoop op het nationaal elftal gezet. Maar het geloof in het team moet nog komen. „De spelers kunnen groeien tijdens het toernooi. Maar zoals ze tegen Zwitserland voetbalden, was een dieptepunt. Zo’n oefenwedstrijdje moet je winnen”, zegt hij. Duitsland, zonder spelers van Bayern, voetbalde futloos en verloor met 5-3.

‘Het kleine Holland’, zoals bondscoach Joachim Löw het Zwitserse elftal aanduidde, was vorige week duidelijk een maatje te groot voor de Duitse ploeg. Löw wilde niet van een vormcrisis spreken. Dit was „een incident” geweest, meer niet, zei hij. Maar duidelijk werd dat aan het spel van de Duitsers nog veel te verbeteren valt. Hier stond geen kampioensploeg op het veld.

Löw zei deze week in het Franse Tourrettes, waar de Duitse ploeg trainde, dat hij een team nodig heeft „dat functioneert”. Voorlopig zijn het vooral individuen die aan de bal zijn. Aan de veelgeprezen teambuilding bij wat al weer twee jaar het beste elftal van Duitsland is – Borussia Dortmund van trainer Jürgen Klopp – kan Löw niet tippen. Acht spelers van de Duitse kampioen zijn opgeroepen voor het EK voetbal, van wie vier voor het Duitse nationale elftal. De overige vier voetballers komen uit voor Polen en Kroatië.

De druk op Löw en de Duitse ploeg is groot. Tachtig miljoen voetbalfans vinden dat de bondscoach en zijn ploeg eindelijk eens, voor het eerst sinds zestien jaar, met de hoofdprijs thuis moeten komen. Maar de Duitsers hebben hun favorietenrol nog niet waargemaakt. ‘Duitsland voetbalt met knikkende knieën’, schreef een commentator na de wedstrijd tegen Zwitserland.

De Bondsrepubliek is de economische kampioen van Europa. Duitsland is bovendien onder kanselier Angela Merkel uitgegroeid tot de politiek leidende macht in de schulden- en eurocrisis. Niet tot ieders genoegen. Heel wat landen hopen op voortijdige uitschakeling van Duitsland tijdens het EK. Eindelijk een keer geen Duits leiderschap: het zou tot hoon en spot leiden. Ook die druk voelen de spelers.

Onder deze omstandigheden kan het zich wreken dat Löw een man van het hoofd is, niet van het hart. Een beetje meer enthousiasme zou Duitsland geen kwaad doen. Een beetje theater langs de lijn, waarmee iemand als trainer Jürgen Klopp van Borussia Dortmund furore maakt, zou niet misstaan. De Berlijnse fan Manfred Hoffmann bevestigt maar al te graag dat „een Kloppiaanse aanpak” goed voor de nationale ploeg zou zijn.

Kortom, minder mathematische precisie en intellectualisme, en meer emotie. Maar daar is Joachim Löw de man niet naar. Hij is een rekenaar en een denker. Het is een interessante vraag in hoeverre Löw met zijn rationele aanpak op de ontwikkelingen vooruitloopt of dat hij ermee over zijn hoogtepunt is.

Duitsland is verdeeld. Steeds weer wordt Löw vergeleken met de Dortmund-coach Klopp. En steeds weer rijzen er twijfels. In het nadeel van de bondscoach.

Het ene kamp meent dat Löw en het Duitse elftal twee jaar geleden, tijdens het wereldkampioenschap in Zuid-Afrika, het zenit van hun roem bereikten met de prachtige, gewonnen kwartfinale tegen Argentinië. Daarna is het alleen maar minder geworden. Andere voetbalkenners menen dat Löw, die vele jaren heeft gezaaid, nu klaar is om te oogsten en dat het hoogtepunt logischerwijze op 1 juli aanstaande volgt; de EK-finale in Kiev.

Waarmee spelers en coach weer in die hinderlijke favorietenrol worden geduwd. En daarmee kunnen ze maar moeilijk omgaan. ‘Het is nu of nooit meer, Jogi’, schreeuwde het veelgelezen boulevardblad Bild onlangs dreigend vanaf zijn sportpagina’s.

In verschillende media is na de verloren wedstrijd tegen Zwitserland – maar vooral na de nederlaag van Bayern tegen Chelsea – de vraag geopperd of het Duitse elftal mentaal wel sterk genoeg is.

Löw heeft die vraag nog niet overtuigend beantwoord, maar het is geen geheim dat het onverzettelijke spel van weleer onder zijn leiding heeft plaatsgemaakt voor beter en mooier voetbal. Maar wel door spelers die psychologisch een kwetsbaarder indruk wekken dan hun voorgangers van zo’n tien of twintig jaar geleden.

Niettemin: Duitsland blijft Duitsland. „Je kunt ons nooit zomaar afschrijven”, zegt Hoffmann voor het Olympiastadion. Bovendien zijn er voetballers die wel blaken van zelfvertrouwen. Sterspeler Mesut Özil heeft net „het beste seizoen” van zijn leven achter de rug. Met zijn club Real Madrid won hij het Spaanse clubkampioenschap. Van de sportkrant Marca kreeg hij een eervolle plaats in het Spaanse elftal van het jaar. Özil gaat met „een erg goed gevoel” naar het EK, dat voor hem de bekroning van een toch al bijzonder jaar moet worden.

Alle Duitse steden en dorpen zijn bezig met de voorbereidingen op een voor Duitsland meeslepend toernooi. Want al is de stemming nog niet optimaal, stiekem hopen de Duitsers op een triomf na zoveel jaren.

Hoffmann heeft zijn auto met een Duitse vlag versierd. De EK-wedstrijden gaat hij de komende weken in zijn stamkroeg in Spandau bekijken, een voorstad van Berlijn. In een poule heeft hij veel geld ingezet; „een paar honderd euro”, zegt hij.

Zijn hart is voor Duitsland, z’n hoofd zit vol twijfels, zegt hij. „Het team is goed en Jogi Löw is een knappe man. Maar ik mis het vuur en het heilige moeten.”

    • Joost van der Vaart