Monaco

De Formule 1 kun je beter op tv zien, zegt Ivo Weyel, die erbij was.

Ook zo genoten van de Formule 1-races in Monaco op de televisie? Van de glitter en glamour, de jachten en de champagne spuitende coureurs? Wished you were there?

Lees en huiver hoe de werkelijkheid is. Het begint goed. Per helikopter van het vliegveld naar Hotel de Paris, heel glamourous. Ik heb een kwartier om me te verkleden voor het eerste festijn, want de race is omgeven door feestjes. Snel een douche. In de badkamer schop ik de badmat weg, die – ik had mijn bril afgedaan – geen badmat is maar een kleine verhoging in de mozaïekvloer, dus knakt mijn grote teen dubbel en val ik jankend van de pijn op de grond. Toch maar mijn puntige lakschoenen aan – smoking vereist – en naar de modeshow annex goededoelenveiling waar prins Albert op de eerste rij zit te iPhonen, net als Formule 1-eigenaar Bernie Ecclestone (zijn dochter liep mee). De modellen paraderen in afzichtelijke couture en grote juwelen, de presentatrice vraagt waarom niemand biedt en spoort een model aan op Ecclestones schoot te gaan zitten. Ze trekt haar rok à la cancan omhoog en doet een lapdance. Ecclestone knikt geërgerd, en zo is hij een collier rijker en een ton armer. Albert is ’m allang gepeerd. Iedereen wordt dronken. Allemaal trop blasé.

De volgende ochtend voor dag en douw op, want het megajacht van waaruit we de race gadeslaan, is straks verkeertechnisch onbereikbaar, dus moeten we er drie uur van tevoren zijn. Daar slaat de verveling rap toe. We krijgen felgekleurde oordoppen, waardoor we eruit zien als kleuters met snoepgoed in onze oren. De raceauto’s scheuren in een nanoseconde voorbij. Dat doen ze 75 keer, te snel om ook maar iets te zien. De race volgen kan alleen binnen, op de tv. Praten kan niet, het lawaai is oorverdovend. Het duurt uren. Iedereen wordt weer dronken. Mijn teen klopt.

Als het klaar is, en iedereen naar huis wil, begint de chaos. Ons afhaalbusje kan door de files het jacht niet bereiken. Er zit niets anders op dan te voet de rots beklimmen naar het hotel. Met die teen. De hoteldokter zegt dat mijn teen is gebroken. De champagne op mijn kamer, waarvan ik dacht dat het een welkomstcadeau was, moet ik afrekenen. Tweehonderdtachtig euro. Terug is er geen helikopter, maar een taxi, die te laat is, waardoor ik mijn vliegtuig mis.

Uw teen is nog heel. En u hebt meer gezien dan ik.