Methaan op Mars ontstaat ook zonder leven

Pech voor het ‘leven’ op Mars. Voor de aanwezigheid van het gas methaan (CH4) in de Mars-atmosfeer is een verklaring gevonden die niet steunt op de invloed van enige vorm van ‘leven’. Het gas kan ook vrijkomen bij de inwerking van ultraviolette straling op meteorietengruis. Tot op heden was het methaan in de Mars-atmosfeer, dat in 2004 werd ontdekt, het sterkste argument van onderzoekers die leven op de planeet vermoeden.

Een onderzoeksgroep, aangevoerd door Frank Keppler uit Mainz, meldt dit in een voorpublicatie van Nature op internet. De groep bedacht een experiment dat sterke aanwijzingen voor de alternatieve methaanproductie opleverde. Men realiseerde zich dat het Marsoppervlak is bedekt met stof van micrometeorieten die er in de loop van de miljarden jaren op neerdaalden. De micrometeorieten komen van interplanetair stof dat qua samenstelling sterk lijkt op meteorieten die koolstof-chondrieten worden genoemd. Deze bevatten meestal een paar procent organische verbindingen.

De micrometeorieten, vaak minder dan een tiende millimeter in doorsnee, verbranden in de aardse atmosfeer maar doorstaan de reis door de Mars-atmosfeer omdat die zo ondenkbaar ijl is. Die ijlheid én de afwezigheid van ozon brengt met zich mee dat ultraviolette straling van de zon vrijwel ongehinderd het Marsoppervlak bereikt. Het zou dus kunnen, meenden Keppler en collega’s, dat de ultraviolette straling de organische verbindingen uit het meteorietenstof omzet in methaan – dat is een bekende reactie.

Zij namen de proef op de som met een tot poeder vermalen monster uit de vermaarde Murchison-meteoriet, een grote koolstof-chondriet. Het poeder werd in een gasdichte cel met UV bestraald en daarbij kwam inderdaad veel methaan vrij. Hoe hoger de temperatuur en hoe lager de druk, hoe meer methaan. Tot natuurlijk alle organische verbindingen waren omgezet.

Met een Grote Greep werd de methaanproductie (die in Utrecht is gemeten) omgerekend naar een aannemelijke methaanproductie voor het hele Marsoppervlak. Het bleek te weinig om de in 2004 waargenomen concentratie te verklaren, anderzijds bestaat er ook wat twijfel aan die waarneming.

In januari 2006 bracht eenzelfde grote greep Keppler in moeilijkheden. Toen berichtten Keppler c.s. in Nature dat bomen veel methaan uitstoten en dat zij dus het broeikaseffect versterken. Deze uitspraak is later herroepen, hij berustte op een verkeerde interpretatie van de waarnemingen.

Karel Knip

    • Karel Knip