Met dank aan Klinsi

Het starre, humorloze Duitsland van vele jaren na de oorlog bestaat plotseling niet meer. Das schöne Spiel heeft zijn intrede gedaan. Dat betekent: juichen als de Mannschaft wint, en ook blij zijn bij verlies om het mooie spel.

Soccer fans of the German team celebrate after the final whistle during a screening of the World Cup soccer match between Germany and Sweden on the boulevard 'Strasse des 17 Juni' at the so-called 'Fan Mile' in Berlin June 24, 2006. REUTERS/Christian Charisius (GERMANY) REUTERS

Het is goed toeven in Duitse voetbalstadions. De sfeer is uitgelaten. Supporters schreeuwen en zingen zich de longen uit het lijf, maar de spreekkoren zijn zelden vijandig. De vlaggen en spandoeken worden massaler en groter, de afbeeldingen getuigen van toenemende creativiteit. Duitsers beleven steeds meer plezier aan voetbal en het voetbal wordt steeds plezieriger om te beleven.

Dit seizoen trok de Bundesliga meer toeschouwers dan ooit: 13,8 miljoen, gemiddeld 45.000 per wedstrijd. Vorig seizoen waren dat er iets meer dan 13 miljoen. Kampioen en bekerwinnaar Borussia Dortmund trok mede door het aanvallende voetbal van de immer enthousiaste trainer Jürgen Klopp het meeste publiek: gemiddeld zaten er afgelopen seizoen 80.720 toeschouwers in het Signal Iduna Park, vorig seizoen 79.151. Bayern München trok gemiddeld 69.000 toeschouwers.

De Bundesliga is hot. Volgens het internationale adviesbureau A.T. Kearney scoort de Duitse competitie alles bij elkaar genomen het hoogst als het gaat om zaken als sportiviteit, maatschappelijke uitstraling en financiële bedrijfsvoering. De Premier League (Engeland), de Primera División (Spanje) en de Serie A (Italië) volgen. De Bundesliga heeft de boekhouding het best op orde en staat bovenaan wat betreft fair play en toeschouwersaantallen. Als het gaat om de maatschappelijke uitstraling moet Duitsland alleen Engeland voor laten gaan. Wat betreft de sportieve prestaties is Spanje koploper, gevolgd door Engeland en Duitsland.

Het voetbal in Duitsland heeft het afgelopen decennium een nieuwe maatschappelijke dimensie gekregen. Het is niet langer alleen een volkssport voor mensen die zich slechts laten leiden door hun lichaam en niet door hun hoofd, of beter: verstand. Het nieuwe Duitse voetbal staat voor cultuur, een uiting van wat mensen beweegt, voelen, zien en horen, een sublimatie van hun zintuiglijke waarneming. Ook zogenaamd verstandige mensen vinden tegenwoordig in voetbal voldoening in hun hunkering naar avontuur en hartstocht, stellen onderzoekers vast.

De Duitse opleving heeft vooral, zoals zo vaak, te maken met succes. Of liever gezegd: het ontbreken daarvan. Er was een tijd dat het Duitse elftal jarenlang wereldtitels (1954, 1974, 1990) en Europese titels (1972, 1980, 1996) vergaarde – maar met voetbal dat buiten Duitsland nauwelijks tot de verbeelding sprak. Sterker nog: dat antipathie opwekte. Sturm und Drang, Arbeitspensum, Laufbereich. Simpele eenvoud, geen creativiteit, geen blijdschap – dat waren de dubieuze kwalificaties waarmee het Duitse voetbal werd geassocieerd.

Begin van deze eeuw raakte het Duitse nationale elftal ook zijn aura van onoverwinnelijkheid kwijt. Dat tijdens het WK van 2002 de finale tegen Brazilië werd bereikt, was een kleine troost. Duitsland verloor, het spel was dramatisch, inspiratieloos. Twee jaar later werd Duitsland al in de poulefase van het EK in Portugal uitgeschakeld.

Diepe depressies kunnen tot nieuwe inzichten leiden. De Duitse voetbalbond luisterde naar Berti Vogts. Volgens de gangbare mening geen groot denker, meer een armoedige schopper. Wel de bondscoach die in 1996 Duitsland met armzalig spel nog naar de Europese titel loodste. Voorheen vooral de verbeten rechtsback van Borussia Mönchengladbach en het Duitse elftal die in de finale van het WK van 1974 als kleine kuitenbijter de hooggeprezen Johan Cruijff vakkundig uitschakelde.

Geen denker? Al in 2000, nadat Duitsland op het EK door Portugal was vernederd (3-0), opperde Vogts (die in 1998 was teruggetreden als bondscoach) dat de Duitse trainersopleiding moest worden opengesteld voor oud-internationals. Niet slechts voetballers die de Sporthochschule hadden doorlopen. Daardoor kregen succesvolle oud-internationals als Jürgen Kohler, Matthias Sammer, Andreas Köpke, Guido Buchwald, Pierre Littbarski en Jürgen Klinsmann toegang.

Door de vroege uitschakeling op het EK 2004 (laatste wedstrijd nederlaag tegen het B-elftal van Tsjechië) raakte Duitsland in verwarring. De Duitse bond zocht naar nieuwe impulsen en een nieuwe bondscoach (in plaats van Rudi Völler). En alweer was daar Vogts. Hij wees naar Jürgen Klinsmann, eens een topaanvaller die na zijn opleiding als trainer naar de Verenigde Staten was verhuisd. Klinsmann kwam, maar had intussen begrepen dat het Duitse voetbal was vastgeroest in zijn oude normen en waarden.

Alles moest anders, zei Klinsmann (bijnaam: Klinsi). Alles werd anders. Er ging een cultuurschok door Duitsland. Positivisme, andere trainingsmethoden, sportpsychologen die mensen een positiever zelfbeeld geven, strafschoptrainingen onder leiding van een sportpsycholoog, maar vooral vrijheid, frisheid, blijheid, communicatie met fans, media en politiek. Klinsmanns adagium: open jezelf naar de wereld, laat alles in- en uitstromen, wees ontvankelijk, kijk naar jezelf, zoek naar je talent, verzin iets nieuws, kijk om je heen. Duitsland moest een land worden waar mensen wilden wonen, in vrijheid, blijheid en vrede.

Klinsmann was inspirator en schepper. Voor de vervolmaking van zijn vrolijke, kleurige spel wilde hij Joachim Löw als assistent. Löw was de strateeg, het tactisch brein dat hij zich herinnerde uit de trainersopleiding die door Vogts begin van deze eeuw was gerenoveerd. Klinsmann kon springen en zingen wat hij wilde alsof hij in zijn Amerikaanse kerk vertoefde, zonder de gedreven mathematicus Löw kon hij niet. En zo ontstond het nieuwe voetbaldenken in Duitsland.

Al voor het WK van 2006 in eigen land wees Klinsmann op het feest dat Duitsland moest en zou gaan beleven. Tijdens dat toernooi moest Duitsland zich in al zijn facetten en sterke eigenschappen tonen. Voetbal, ambiance en solidariteit. Cineast Sönke Wortmann werd gevraagd het Duitse elftal op de voet te volgen. En zo ontstond Ein Sommermärchen. Terwijl de Duitsers op het veld voor de vrolijke noot zorgden, werd buiten de stadions een groot feest gevierd, vol met culturele activiteiten die verder reikten dan Wein, Weib und Gesang. De voetballers eindigden als derde, maar dat deerde de supporters weinig. Duitsland had een festival beleefd, een zonder weerga. Als Woodstock, zo kwalificeerde Wortmann het later.

Das schöne Spiel, naar de normen van Klinsmann, is ook buiten het topniveau van de Mannschaft en de stadions van de Bundesligaclubs terug te zien. Het vrouwenvoetbal heeft een grote opmars doorgemaakt in Duitsland. En ‘het aantrekkelijke spel’ heeft zijn weerslag gekregen in de jeugdopleidingen. Jonge talenten worden onderwezen in artistiek voetbal, niet meer alleen in kracht en loopvermogen.

De koersverlegging is zelfs statutair vastgelegd. Zoals ook statutair is verankerd dat elke Bundesligaclub zich op maatschappelijk terrein moet profileren. De Duitse voetbalbond, met zes miljoen leden de grootste sportbond ter wereld, werkt nauw samen met de regering. Voetbal staat centraal in campagnes tegen racisme, geweld, discriminatie, homofobie en drugsgebruik. De bond richtte onder meer de Robert Enke Stichting op die zich bekommert om voetballers met een depressie. Enke pleegde in 2009 zelfmoord na een langdurige depressie. In steden worden straatvoetbaltoernooien georganiseerd, en voetbalwedstrijden voor gehandicapten en werklozen.

‘Voetbal’ wordt gekoppeld aan muziek- en filmfestivals, en gebruikt als vertrekpunt voor het houden van lezingen over maatschappelijke integratie. Veelzeggend voorbeeld: vorig jaar gaf bondscoach Löw een druk bezochte lezing over integratie in aanwezigheid van Turkse en Afrikaanse spelers uit de Bundesliga. Plaats van handeling: de Frankfurter Buchmesse.

Zo is het moderne Duitse voetbal met zijn artistieke karaktertrekken demonstratief buiten de grenzen van de traditionele krijtlijnen getreden. Taboes (over veronderstelde homoseksuele geaardheid van spelers) en historische gevoeligheden (over de Holocaust en de dood van joodse spelers in vernietigingskampen) worden niet langer gemeden. Vorige maand nog hield de ‘Deutsche Akademie für Fussballkultur’ een van zijn vele thema-avonden, ditmaal over de relatie tussen Duitsland en Israël, in het documentatiecentrum in het voormalige bolwerk van de NSDAP in Neurenberg. Toen de Israëlische international Almog Cohen, speler van FC Nürnberg, vertelde hoe goed hij was opgevangen door zijn gastgezin, vloeiden er tranen bij de aanwezigen die de oorlog hebben meegemaakt. „Als de mensen die dit gebouw neerzetten, zouden weten dat hier nu een Israëlische voetbalinternational het woord voert, zouden zij zich als ventilatoren in hun graf omdraaien”, zei de oude voorzitter van de Israëlische cultuurvereniging.

Ook Hans Meyer – oud-coach van onder andere FC Twente, lid van de Akademie en aanwezig op de bijeenkomst in Neurenberg – is verheugd over deze ontwikkelingen. „Ik kom uit de voormalige DDR. Ik ken de onderdrukking, ik ken het oude Duitse voetbal – dat mijn voetbal is. Maar wat zich nu in Duitsland ontwikkelt, is van een hoog intelligent niveau. Ik mag nu overal van voetbal houden, ik mag meedenken. Ik lees over voetbal wat ik nog nooit heb gelezen omdat ook intellectuele schrijvers begaan zijn met dat rare fenomeen voetbal.”

Meyer: „Ik zie Turken opbloeien omdat Mesut Özil in het Duitse elftal en bij Real Madrid een fenomeen is. Özil is een sierlijke voetballer. Wij hadden ze ook vroeger, maar ze werden niet gezien omdat het niet paste in het Duitse voetbal. Klinsmann en Löw moeten een Kulturpreis voor het leven krijgen.”

Dat zou een passende beloning zijn voor hun verdienste dat zij met Das schöne Spiel het Duitse voetbal hebben verheven tot een creatief spel én tegelijkertijd grote maatschappelijke relevantie hebben gegeven. Voor Löw, de huidige bondscoach, geldt hetzelfde als voor zijn voorganger Klinsmann: ook bij verliezen moet er reden zijn om feest te vieren. „Löw hoeft niet per se met zijn elftal Europees kampioen te worden. Die Kunst ohne Titel zu Erfreuen. Als het spel maar vreugde schenkt, aan de spelers, de supporters en de liefhebbers van voetbal”, zegt voetbalpublicist Christoph Bausenwein. Onlangs verscheen van hem de biografie Joachim Löw und sein Traum vom perfekten Spiel. „Ondanks de scepsis van de oude garde heeft Löws missie ertoe geleid dat de stadions weer voller zijn. Het voetbal van de meeste clubs is frivoler en aanvallender. Niet het machtige en rijke Bayern met zijn dure sterren en traditionele bestuurders wordt kampioen en bekerwinnaar, maar de volksclub Borussia Dortmund dat een enorme schuldenlast van zich af heeft geschud, de meeste toeschouwers trekt en aanvallend speelt met anonieme, jonge spelers. Borussia is de populairste club van Duitsland, omdat het dankzij trainer Jürgen Klopp de visie van Löw volgt.”

Met dank aan Raf Willems. Van hem is onlangs bij De Arbeiderspers verschenen Het Mannschaftswunder, waarom de Duitsers de beste zijn.

    • Guus van Holland