Ik calculeer, dus ik verhuis

Misschien dat het duurdere reizen niks uit gaat maken. Het kan ook dat Nederland er straks anders uitziet. Dat Pijnacker booming wordt, omdat het precies tussen Rotterdam en Den Haag ligt.

Natuurlijk, het belasten van de woon-werkvergoeding kan leiden tot helemaal niets. Mensen blijven wonen in hetzelfde huis, behouden dezelfde baan tientallen kilometers verderop, en forenzen omdat mensen nu eenmaal steeds meer forenzen.

Het kan.

Maar er zijn goede redenen om te denken dat het anders zal lopen. Dat mensen hun gedrag juist aanpassen als de reiskostenvergoeding straks belast is. Al jaren zijn ze aan die dagelijkse tocht te veel tijd kwijt – en straks nog te geld veel ook. Basta.

Hoe ziet Nederland er dan uit, over vijf of over tien jaar?

Eerst komen de makkelijkste gedragsveranderingen, zegt Martin Dijst, hoogleraar stedelijke ontwikkeling en ruimtelijke mobiliteit aan de Universiteit Utrecht. De fiets pakken, het openbaar vervoer vaarwel zeggen. Voor de korteafstandforens een aantrekkelijke oplossing. „De reiskostenvergoeding wordt berekend op basis van de af te leggen afstand, niet op basis van het vervoermiddel”, zegt Dijst. „En een fiets is nu eenmaal goedkoper.” Dijst neemt zichzelf als voorbeeld. Werkt dus in Utrecht, woont in Nieuwegein. Nu gaat hij nog naar zijn werk met de bus. Dat ov-abonnement kost hem 1.100 euro per jaar. Dan is fietsen goedkoper. Een dik half uur stevig doortrappen, en zijn bestemming is bereikt. „Ik kan het overwegen”, zegt hij.

Thuiswerken is een tweede, eenvoudige aanpassing die goed is voor de portemonnee. Niet vijf dagen heen en weer reizen, maar drie of vier. De trend is al ingezet. In 2010 werkte ruim een kwart van de Nederlanders weleens thuis. En ze deden dat gemiddeld dik een half uur langer dan vijf jaar eerder. „De belasting van de reiskostenvergoeding kan die trend versterken”, zegt Luca Bertolini, hoogleraar planologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Dan de moeilijker keuzes. Zijn Nederlanders bereid om te verhuizen om dichterbij hun werk te wonen? En andersom: zijn ze bereid een andere baan te zoeken, dichterbij hun huis? Nee, niet meteen.

Dit zijn keuzes van de lange adem, zegt Piet Rietveld, hoogleraar vervoerseconomie aan de Vrije Universiteit: „Mensen veranderen grofweg eens in de tien jaar van woning of werk. De belaste reiskostenvergoeding zal daar weinig aan veranderen.” Maar, zegt hij, áls het moment is aangebroken om te wisselen van baan of huis, dan kan de maatregel die beslissing wel degelijk beïnvloeden. Zo ging het ook na het belastingplan van 2004. Automobilisten die meer dan 30 kilometer aflegden naar hun werk, kregen meer geld terug dan voorheen.

Die maatregel uit 2004 leidde tot ander forensgedrag. „Automobilisten in de periode tot 2010 zijn significant meer kilometers gaan afleggen naar hun werk.” Dat betekent dat veel automobilisten ergens tussen 2004 en 2010 verder van hun werk zijn gaan wonen, of verder van hun huis zijn gaan werken. De maatregel van 2012 zal het omgekeerde effect hebben: geen stimulans voor het vreten van kilometers, maar juist een ontmoediging. En dus een keuze voor een kleinere woon-werkafstand, zodra het tijd is te verhuizen.

Maar waar verhuizen die calculerende forensen in 2015 of 2018 dan precies naartoe? Er is een goede kans dat meer en meer werknemers in de grote stad blijven wonen, zegt planoloog Bertolini. Dertigers of veertigers, bedoelt hij. Dat gebeurt nu al, en de hogere reiskosten bevorderen die tendens. „Vroeger verhuisden jonge gezinnen naar slaapsteden”, zegt hij. „Nu zijn er meer kenniswerkers. Werknemers met creatieve, innovatieve banen. Ze blijven hangen in de stad omdat daar hun netwerk woont en werkt.” Volgens Bertolini moeten steden beter op die werknemers inspelen. „Leg rustige, kindvriendelijke wijken aan binnen de grenzen van de stad.” Hij noemt het voorbeeld van het GWL-terrein in Amsterdam. „Een autovrije wijk vlakbij het centrum.”

Nog steeds zal een grote groep gezinnen uiteindelijk de grote stad verlaten. Op naar betaalbare ruimte. De hogere reiskosten maken woonplaatsen ver weg van economische centra minder aantrekkelijk, zegt Piet Rietveld. „Denk aan Lelystad. Dat ligt gewoon ver weg. En voor werknemers die op Schiphol werken, is zelfs Almere een behoorlijke afstand, en dus duur.” Bertolini verwacht dat plaatsen populair worden die tussen grote steden in liggen. Inwoners kunnen voor hun werk dan „mikken” op twee steden, of zelfs meer. „Mensen hebben hun baan niet meer voor het leven, vooral niet in deze economische tijden. Dan is het goed de opties open te houden.”

Dus, zegt Bertolini, wordt wonen in Purmerend minder aantrekkelijk. Te afhankelijk van Amsterdam. Verlies je je baan en vind je een nieuwe in Utrecht, dan betaal je fors aan reiskosten. „Dan is Abcoude gunstiger gelegen”, zegt Bertolini. Pijnacker, ook goed gelegen. Ingeklemd tussen Rotterdam en Den Haag.

Booming Pijnacker, kenniswerkers in grote, kindvriendelijke steden, thuiswerkers, fietsers. Het kan het Nederland zijn van 2020. Er is één disclaimer. Na 12 september kan die toekomst er heel anders uitzien.

    • Ingmar Vriesema