Ieren zeggen tandenknarsend ‘ja’ tegen begrotingsakkoord

Ook al stemde 60 procent van de Ieren voor het Europese begrotingsakkoord, het ging niet van harte. De opluchting bij de Ierse regering was daarom groot. Premier Enda Kenny dankte de Ieren voor hun begrip.

Een ruime meerderheid van de Ieren heeft ingestemd met ratificatie van het EU-begrotingsakkoord. Tot opluchting van premier Enda Kenny, die gistermiddag sprak van „een krachtig signaal aan de rest van de wereld dat het land zijn economische problemen wil oplossen”. Iets meer dan 60 procent van de kiezers stemde in met het verdrag. De opkomst was 50,6 procent.

Hoewel een Ierse nee-stem geen gevolgen zou hebben voor ratificatie in de rest van de Unie – daarvoor is het voldoende als twaalf van de zeventien lidstaten het akkoord goedkeuren – werd ook in Brussel met instemming gereageerd. Door een nee-stem zouden de problemen in de eurozone zijn toegenomen, en de stemming op de beurzen zeker zijn beïnvloed. Voorzitter Herman van Rompuy noemde de Ierse stem dan ook „een belangrijke stap in de richting van herstel en stabiliteit”. De voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, wees op Ierlands „plaats in het hart van de EU”.

Dat wordt in Ierland niet zo beleefd. De Ieren stemden gisteren niet met hun hart voor Europa, maar met hun hoofd. De keuze voor of tegen het verdrag, zo vonden velen, was er een tussen slecht en slechter. Geen van beide keuzes zou een einde maken aan de fikse bezuinigingen en de invoering van impopulaire belastingmaatregelen.

Premier Kenny besefte dat de kiezers – die als enige in de Europese Unie over het verdrag stemmen – een moeilijke keuze moesten maken en dat een overwinning zwaar bevochten zou zijn. Peilingen wezen weliswaar op winst van het ja-kamp, maar een lage opkomst zou volgens analisten in het voordeel zijn van de nee-stemmers – net als bij eerdere referenda over Europa.

Hoewel enkele van zijn ministers gisterochtend, anoniem, tegenover journalisten voorspelden dat ‘ja’ had gewonnen, durfden Kenny en zijn vicepremier Eamon Gilmore pas halverwege de middag hun persconferentie te geven. Er waren deze keer geen exitpolls, op basis waarvan de uitslag kon worden voorspeld. De publieke omroep RTÉ moet 25 miljoen euro bezuinigen, en besloot dat een dergelijke peiling te duur zou worden.

Kenny dankte de Ieren voor hun begrip en hij sprak over de „offers” die zij hebben gebracht. Maar makkelijk krijgt zijn regering het nu niet. Als er iets duidelijk werd uit het referendum, is het dat een tweedeling is ontstaan in Ierland. Op het platteland en onder de middenklasse werd ‘ja’ gestemd, in Dublin en onder de werkende klasse ‘nee’. Donegal, aan de grens met Noord-Ierland, kleurde als enige provincie rood op de kaart. Daar is de werkloosheid hoog is en zijn de anti-Europese gevoelens het sterkst.

Dat is vooral voor coalitiepartner Labour een probleem. De partij voerde campagne voor ‘ja’, maar de achterban sloot zich aan bij de argumenten van oppositiepartij Sinn Féin en de Socialisten. Uit peilingen eerder deze week bleek al dat Sinn Féin als er nu verkiezingen zouden worden gehouden na regeringspartij Fine Gael de tweede partij partij zou worden.

Een teleurgestelde Gerry Adams, leider van Sinn Féin, zei gisteren dat de kiezers „tandenknarsend” voor het verdrag hadden gestemd. Hij wees erop dat de regering tijdens de campagne beloofde banen te creëren, maar ook had gezegd dat ze opnieuw zou onderhandelen over de uitbetalingen aan obligatiehouders van Ierse banken. Dat zijn onder meer Duitse en Franse banken. Niet betalen zou de Ierse regering miljoenen schelen, die volgens Sinn Féin in de eigen economie kunnen worden gestoken. „Daar zullen we haar aan houden.”

Ook Declan Ganley, de Ierse multimiljonair die in 2008 zo voortvarend campagne voerde tegen het Lissabon-verdrag dat de Ieren het in eerste instantie afwezen en nu opnieuw in het nee-kamp, wees op de buitenlandse obligatiehouders. „De kiezer heeft zijn vertrouwen en geloof in onze Europese partners uitgesproken. Nu is het aan hen om het juiste voor ons te doen als het gaat om de bankenschuld.”

    • Titia Ketelaar