Het tekort van Kinderdijk

De Stichting Werelderfgoed Kinderdijk, die de 19 wereldberoemde molens beheert, verkeert in financiële nood: er is een tekort van negen ton. Het Waterschap Rivierenland wil van de molens af. Problemen in de polder.

Toeristen in Kinderdijk. Foto Rien Zilvold

De ontvangst aan de Molenkade Nederwaard in Kinderdijk doet een tikje kneuterig aan voor een attractie waar elk jaar drie- tot vierhonderdduizend toeristen op afkomen. De meeste bezoekers strijken neer in de eenvoudige roodbakstenen kantine van ijsclub De Molenhoek. Japanners, Australiërs, Canadezen of Amerikanen drinken er hun kopje koffie, kopen er een ansichtkaart, kleurige houten tulp of een Delfts blauw molentje.

Hoewel Kinderdijk met negentien nog altijd werkende molens uit 1739 en 1740, naast Volendam, de tulpen en de Amsterdamse grachtengordel, tot de iconen van het Nederlandse toerisme gerekend mag worden valt ‘het verdienmodel’ ronduit tegen. Het gebied dat de in 2001 opgerichte Stichting Werelderfgoed Kinderdijk (SWEK) beheert, leent zich er slecht voor om veel geld te verdienen.

De souvenirkiosk in de ontvangstruimte, de kantine van de ijsvereniging, bijvoorbeeld, wordt gerund door een particulier. Net als de rondvaartboot die toeristen vanaf de kantine langs de molens vaart. De stichting verdient daar geen cent aan. Alleen de kaartjes voor de enige bezoekmolen, Nederwaard Molen no. 2, leveren geld op. De toegangsprijs is het afgelopen jaar verhoogd van 3,50 euro naar 6 euro.

Vreemd is het daarom niet dat de schatkist van de stichting leger en leger is geraakt. Toen ook de restauratie van veertien van de negentien molens duurder uitpakte dan was voorzien, werd de bodem zichtbaar. De Nederlandse Waterschapsbank vreesde zelfs, bevestigt een woordvoerder, dat voor het eerst in het bestaan van de bank een klant failliet zou gaan. Een aflopend krediet aan de stichting werd dit najaar niet verlengd. En daarmee kwam het voortbestaan van de stichting in acuut gevaar.

Werelderfgoed

Het begon allemaal in 1997, toen Kinderdijk van de Unesco het predicaat ‘werelderfgoed’ kreeg. Daarmee was het gebied één van de bijna duizend natuur- of cultuurerfgoederen in de wereld. Die gebieden kunnen rekenen op extra bescherming van hun overheid.

In Kinderdijk leidde dat vier jaar later, in 2001, tot de oprichting van de Stichting Werelderfgoed Kinderdijk. Daarin namen deel de provincie Zuid-Holland, het Hoogheemraadschap van de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden, de gemeente Nieuw Lekkerland en de gemeente Alblasserdam. Jaarlijks kon de stichting rekenen op 180.000 euro, voor de molens en kantoor. Er moest een bestuur komen, een raad van toezicht, en een directeur. Zij moesten plannen maken om aan de toeristen meer geld te verdienen. De ambitie was niet gering, vertelt oud-directeur Hans Broekmeulen: Kinderdijk moest het eerste Nederlandse werelderfgoed worden dat zichzelf financieel kon bedruipen.

Maar het liep anders. Elf jaar later, dreigt het tekort op te lopen naar negen ton. Meer dan de helft, een half miljoen, komt doordat restauratie van de molens duurder was dan voorzien. Er moest meer gebeuren dan twee vaste molenmakers die de stichting in dienst heeft, aan konden.

Naast de restauratie kwamen er projecten om meer bezoekers naar het gebied te trekken en de bezoekers die kwamen, langer vast te houden. Maar al snel bleek dat vergunningen voor een groot bezoekerscentrum in het gebied (project Het Molenerf, waarbij een soort mini-Kinderdijk op Madurodam-schaal gebouwd zou moeten worden) niet haalbaar waren. De geschatte inkomsten vielen tegen en het tekort liep op.

„Kinderdijk is verstikt in de eigen ambities. In luchtfietserij, ja”, zegt Wout de Jong, wethouder voor het CDA in Giessenlanden en sinds afgelopen winter interim-voorzitter van het stichtingbestuur over zijn voorgangers. Het vorige bestuur van de Stichting Werelderfgoed Kinderdijk gaf er november 2011 de brui aan, nadat een conflict met de raad van toezicht over de tekorten hoog was opgelopen. In die tijd was Leen van der Sar, oud-gedeputeerde voor het CDA van Zuid-Holland, stichtingvoorzitter.

Volgens Van der Sar ontstond het „bestuurlijk verschil van mening” na de laatste Statenverkiezingen, maart 2011. Nieuw gekozen gedeputeerde Rogier van der Sande (VVD) werd toezichthouder, keek om zich heen, stelde een tekort vast en greep subiet in. „Hij bracht een totaal andere bestuurscultuur met zich mee”, stelt Van der Sar, die „met pijn” op die periode terugkijkt. „Wij werden als bestuur zelfs beschuldigd van financieel wanbeheer. Kregen te verstaan dat we de interim-directeur Hans Broekmeulen eruit moesten gooien. Daarmee ging de raad van toezicht op de stoel van het stichtingsbestuur zitten en vervolgens zijn we als bestuur teruggetreden. Want je kunt niet twee kapiteins hebben op één schip.”

Oud-directeur Broekmeulen, die ook in 2011 opstapte na de kritiek van de nieuwe raad van toezicht, drukt zich minder diplomatiek uit. „Er was echt helemaal niets aan de hand. Ja, er was een tekort, maar daar werd een jaar terug al met de Waterschapsbank over gesproken. Iedereen wist ervan.” Maar de gedeputeerde greep in, zonder overleg volgens Broekmeulen, en zo ontstonden volgens hem de problemen.

Oud-SWEK-bestuurder Van der Sar vindt dat het afgetreden bestuur onrecht is aangedaan: alle beleidsbeslissingen en investeringen waren immers in overleg met de raad van toezicht gedaan.

De nieuwe voorzitter, Wout de Jong, zegt dat de toezichthouders „geen geloof” meer hadden dat het nog goed zou komen met de financiën van de Stichting Werelderfgoed Kinderdijk, en zette er een streep onder. De gedeputeerde die de zaak aan het rollen bracht, Rogier van der Sande weigert commentaar te geven op de reacties van de oud-bestuurders. En hij wil pas mededelingen over de toekomst van de stichting doet nadat hij Provinciale Staten heeft ingelicht. Dat moet voor de zomer gebeuren. Het waterschap spreekt, in een memo die eind mei openbaar werd, over „slecht bestuur en mismanagement”.

Om het dreigend faillissement van de Stichting Werelderfgoed Kinderdijk af te wenden, is aan de deelnemende partijen gevraagd financieel bij te springen, zodat de stichting met een schone lei verder kan. De gemeenteraden en Provinciale Staten moeten daar nog over beslissen.

De Jong: „De directe dreiging voor het faillissement is nu afgenomen. Want in de winter gaat er bij de SWEK meer geld uit dan erin komt, maar in het toeristenseizoen is dat omgekeerd. We zijn gered door de temperatuur. Dat betekent dat we salarissen kunnen betalen.” Bij de stichting staan op de loonlijst: een directeur, een hoofd technische zaken, twee molenmakers, twee beroepsmolenaars, administratief personeel, een ‘hoofd parkeren’ en een voorlichter/vrijwilligerscoördinator .

Na de zomer moet er een definitief reddingsplan komen. De provincie, de gemeente Alblasserdam en de regio’s Drechtsteden en de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden zouden bereid zijn financieel bij te springen. Waterschap Rivierenland, die om een bijdrage van een ton was gevraagd, wil dat niet meer, zo maakte loco-dijkgraaf Arend Fernhout bekend. Het waterschap, na fusies de erfopvolger van het hoogheemraadschap, rekent ‘toerisme en cultuur’ niet tot de kerntaken. Bovendien is er al een half miljoen euro gestoken in het op poten zetten van de stichting en in de restauratie van de molens. Het is wel mooi geweest, lichtte Fernhout toe tijdens zijn bestuursvergadering. De negentien Kinderdijkse molens zijn juridisch eigendom van het waterschap. En Fernhout wil daar nu vanaf. „Waarbij het uitgangspunt is dat de molens in publieke handen blijven. We willen er geen Van der Valk-restaurant in”, aldus de heemraad en locodijkgraaf. Hij zegt in gesprek te zijn met „belanghebbende overheden”. Naar alle waarschijnlijkheid zullen zij de molens voor een symbolisch bedrag overnemen.

De weigering van de locodijkgraaf om mee te doen met de redding is opmerkelijk. Want Kinderdijk draagt de geschiedenis van het Nederlandse waterbeheer in zich. Floris V richtte in 1277 het Hoogheemraadschap van de Alblasserwaard op. Het was de start van het Nederlandse ‘poldermodel’, het begin van waterbeheer in de Alblasserwaard en de oorsprong van het huidige Waterschap Rivierenland.

De problemen rond de Stichting Werelderfgoed Kinderdijk zijn tot nu toe zoveel mogelijk uit de publiciteit gehouden „We wilden voorkomen dat schuldeisers lucht van de zaak zouden krijgen en het faillissement zouden aanvragen”, aldus de locodijkgraaf. Op 15 juni vergadert het waterschap over de afstoting van de Kinderdijkmolens.

Een toekomstplan voor de molens op Kinderdijk ontbreekt nog. En dat moet er wel komen, benadrukt ook de huidige SWEK -bestuursvoorzitter, Wout de Jong. Een watermolen kost jaarlijks alleen al aan onderhoud 15.000 euro. En op Kinderdijk staan dus 19 molens. „We zijn bezig met een beheersplan. Onderdeel daarvan is dat er vers kapitaal komt. Ik heb wel vertrouwen in de toekomst,” zegt hij. De stichting zoekt het in efficiënter werken, meer met vrijwilligers werken en meer verdienen aan de toeristen.

Heeft het werelderfgoed te lijden gehad onder de bestuurlijke en financiële perikelen? Bestuurvoorzitter De Jong: „Dat geloof ik niet. We hebben een nieuwe steiger in de Lek gelegd, waardoor er meer bezoekers per boot aangevoerd kunnen worden. De molens zijn gerestaureerd.” Ook oud-directeur Broekmeulen is stellig: „Kinderdijk heeft er niet onder te lijden gehad.”

Dit artikel kwam mede tot stand door steun van het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten en de Stichting Democratie en Media.