Het sterrenteam volgens Youri Mulder

Voetbalanalist Youri Mulder (43) speelde als centrumspits bij FC Twente en vervolgens negen seizoenen bij Schalke 04. NRC vroeg hem zijn beste Duitse team ooit samen te stellen. Hij keek daarvoor naar de persoonlijke kwaliteiten van de spelers, niet hoe zij als team zouden presteren. En, zegt Mulder, „ik heb ervoor gekozen voetballers te selecteren die ik zelf heb zien spelen, op tv of tijdens mijn periode bij Schalke. Zo kon ik mijn keuze beargumenteren.” Het team bestaat daarom hoofdzakelijk uit spelers van de jaren tachtig, negentig en nu. „Andere groten, zoals Overath en Netzer, vielen af.”

„Toni Schumacher (1954) speelde het grootste gedeelte van zijn carrière bij FC Köln. In 1984 en 1986 werd hij verkozen tot Duits voetballer van het jaar. Sommige van zijn reddingen staan me nog helder voor de geest. Schumacher voelde tijdens een voorzet aan waar de bal zou komen. Hij vloog al naar de juiste hoek voordat de bal gekopt ging worden.”

„Karl Allgöwer (1957) kon ’m er van veertig meter nog inschieten. Het lange afstandsschot was zijn specialiteit. Na je eigen wedstrijd zorgde je op zaterdag dat je om zes uur thuis was om naar het beste Duitse voetbal te kijken. Daar zag ik dat Duitsers goed van veraf kunnen schieten. Nog steeds. En Allgöwer scoorde regelmatig op die manier.”

„Uiteraard kan Franz Beckenbauer (1945) niet ontbreken in het sterrenteam. Hij is de Cruijff van het Duitse voetbal. Een mooie speler met prachtige stijl die met de bal kon opkomen. Hij was de spelmaker van achteruit – een aanvallende speler. Hij was een echte libero en scoorde ook nog veel.”

„Matthias Sammer (1967) is de enige in deze selectie die ook voor de DDR uitkwam, de rest zijn allemaal West-Duitsers. Sammer was in de jaren negentig een van de beste spelers van Duitsland. Een enorm loopvermogen had hij, hij bestreek het hele veld. Zijn actieradius was groot en hij had een goede pass. Sammer was een roodharige en die staan bekend als heethoofd. Hij was agressief maar kon ook het team op sleeptouw nemen. Je hebt altijd één roodharige nodig in je team.”

„Andreas Möller (1967) was sneller dan het licht. Hij was enorm lichtvoetig en had een goede traptechniek. Ik speelde met hem bij Schalke. Niemand kon hem bijhouden. De kunst van een acceleratie is dat je ’m op het juiste moment moet inzetten en dat deed hij. Het leidde niet zelden tot een doelpunt.”

„Als je een winnend team wilt neerzetten, moet Lothar Matthäus (1961) er bij. Zijn beste tijd was bij Borussia Mönchengladbach en Bayern München. Later werd hij een meer controlerende speler en wat vervelender. Hij begon als ideale middenvelder en liep het hele veld over. Negentig minuten lang was hij overal. Matthäus had een grote winnaarsmentaliteit. Hij gaf niet op.”

„Bernd Schuster (1959) was een van de eerste Duitse spelers die een internationale carrière opbouwde, onder meer bij Barcelona en Real Madrid. De vrije trap was zijn specialiteit. Ook zijn eindpass was dodelijk, daarmee kon hij iemand alleen voor het doel zetten. Schuster was een Spielmacher, het Dreh- und Angelpunkt van het team. Een soort draaischijf. Je kreeg hem niet van de bal. Enige nadeel was dat hij totaal geen loopvermogen had.”

„Aanvaller Karl-Heinz Rummenigge (1955) kon van links naar binnen komen en met een heupschot de bal tegendraads laag in de korte hoek schieten. Duitsers trainden op dat harde, lage schot. Bij het eten zeiden ze wel eens: ‘Dat is goed voor de Flachschuss.”

„Mesut Özil (1988) vind ik zó goed. Hij heeft alles. Hij heeft Auge, overzicht. Al heeft hij snelheid, Özil kan dan nog een dodelijke actie doen. Hij lokt, hij lokt, en wacht tot de actie van de ander komt. Dan anticipeert hij en wint het duel. Alhoewel het Duitse elftal altijd veel spelers van Poolse afkomst heeft gekend, zijn die van Turkse afkomst schaars. Özil is een van de eersten in het Duitse nationale elftal.”

„Gerd Müller (1945) is de beste Duitse spits aller tijden. Hij was jarenlang de topscorer van het Duitse team en ook bij Bayern maakte hij ongelooflijk veel doelpunten. Daar kreeg hij de bijnaam Der Bomber. Müller kon met zijn rug naar het doel de bal aannemen, draaien in de kleine ruimte en scoren.”

„Het allermooist in het voetbal vind ik de omhaal. Spits Klaus Fischer (1949) was daarin de beste. In de halve finale van het WK in 1982 tegen Frankrijk was hij daarmee beslissend. Duitsland stond achter, wist gelijk te maken, maar kwam in de verlenging weer achter te staan. Fischer wist met zijn omhaal alsnog twee keer te scoren waardoor Duitsland doorging naar de finale. Klaus Fischer. Echt een goede naam voor een spits.”

    • Youri Mulder