Hemelse klanken

Wat is de gepaste achtergrondmuziek bij fragmenten van een lezing over de oerknal? Bij de EO-radio vond men: Gregoriaans gezang. Na een introductie van de president van de KNAW als ‘de paus van de Nederlandse wetenschap’ had ik natuurlijk gewaarschuwd moeten zijn. Het punt dat men wilde maken was duidelijk: een geheimzinnige hiërarchische orde, teksten bestaande uit onbegrijpelijke formules, oude riten in lange zwarte gewaden, experts die vanaf de kansel vertellen hoe en wanneer de wereld geschapen is – waar heeft men dit in protestantse huize allemaal eerder gezien?

De duizelingwekkende afstanden in ruimte en tijd van de moderne kosmologie hebben inderdaad intimiderende trekjes. Het is ook niet bescheiden om een mening over de geschiedenis van alles te hebben – ‘de natuurkundefetisj over de oerknal’ noemde columniste Stine Jensen het afgelopen dinsdag in deze krant. Veel kan men niet met eigen ogen waarnemen en moet men maar op het gezag van deskundigen aannemen. ‘Proof by intimidation’ heet deze inferieure bewijsvorm.

Maar dat maakt de Akademie nog niet tot het Vaticaan. Achter alle mooie verhalen over donkere energie en een uitdijend heelal liggen bijzonder nauwkeurige metingen, uitgevoerd door de meest geavanceerde satellieten en telescopen. Plaatste Nobelprijswinnaar Martinus Veltman de kosmologie nog niet lang geleden ergens tussen de economie en de parapsychologie, nú is de studie van het heelal precisiewerk geworden.

De natuurkundige John Wheeler noemde de eigenschap van de natuur om via kille logica de wonderbaarlijkste verschijnselen op te roepen ‘magie zonder magie’. En geen magie zonder magister. Net zoals een volleerde goochelaar, moet de natuur hard werken voor haar trucs. Aan alle details moet aandacht worden besteed om de illusie van magie op te roepen. Het meeste van dat werk gebeurt ongezien achter de schermen. En, zoals iedere goede goochelaar weet, het belangrijkste hulpmiddel bij een geslaagde voorstelling is de menselijke verbeelding. De toeschouwer wil zo graag magie zien.

Ons brein is een grote interpretatiemachine, continu op zoek naar nieuwe patronen en verbanden. Het is alsof iedere ervaring door Photoshop onder handen wordt genomen. Alle contouren worden benadrukt, alle contrasten versterkt. Geef de mens twee punten en hij trekt er een solide lijn doorheen. Er is maar weinig voor nodig om een magisch gevoel op te roepen.

Een wiskundig proefje illustreert dit verschijnsel goed. Ik heb het laatst nog bij een les over kansrekening op een basisschool gedaan. De opzet kan niet eenvoudiger zijn. Ik gooi een munt en de leerlingen moeten ‘voorspellen’ of de uitkomst van mijn worp kop of munt is. Iedereen wordt aangemoedigd om via intense concentratie de toekomstige gebeurtenis te voorvoelen en een kaartje met de voorspelling omhoog te houden. Degenen die het goed hebben, gaan door naar de volgende ronde. Typisch valt in de eerste ronde de helft van de deelnemers af. Na de tweede worp staat nog een kwart, na de derde worp een achtste, et cetera. Na vijf rondes is de kans van een goede reeks voorspellingen 1 op 32 en blijft er typisch nog één iemand uit de klas over.

Dat was bij deze les inderdaad het geval. Na vijf keer gooien stond een jongetje in het midden van de klas te stralen. Het was hem niet vaak overkomen dat hij de beste van de klas was, maar vandaag was het lot hem bijzonder goed gezind. Ik probeerde uit te leggen dat de kille wet van de waarschijnlijkheid ons een winnaar had gegeven en dat dezelfde wet hem uiteindelijk ook zou laten afvallen. Ter demonstratie gooide ik mijn munt nog een keer, maar onze ‘ziener’ had geluk en had het weer goed. Nog een keer gooien. Weer goed. Op dat moment gebeurde er iets bijzonders in de klas. Iedereen kreeg het gevoel bij een magische gebeurtenis aanwezig te zijn. Met bovenaardse machten had de uitverkorene nu zeven keer op een rij de juiste uitkomst voorspeld. Er klonk in ons aller hoofden tromgeroffel, toen ik de munt voor de achtste keer gooide. En wederom was de voorspelling goed. De klas explodeerde werkelijk en het jongetje keek alsof hij net wereldkampioen voetballen was geworden. Pas toen hij het bij de negende keer eindelijk fout had – toch wel een beetje tot mijn opluchting – werd de magie verbroken. Maar denk niet dat ik rustig mijn verhaal over kansrekening kon vervolgen. De kinderen schreeuwden in koor: nog een keer, nog een keer! De grote ziener van zo-even viel nu bij de eerste worp af. Zo snel vergaat de roem.

Uiteindelijk werd de gehele les gevuld met herhalingen van dit verslavende kansspel. Het toeval produceerde groter drama dan ik had kunnen bedenken, met steeds andere kinderen in de hoofdrol. Wat begon als een eenvoudig wiskundig proefje werd een geraffineerd lesje psychologie. Wat vooral zichtbaar werd, was de ontembare lust extra lagen van betekenis toe te kennen aan het toevallige verloop van de werkelijkheid. De wetenschap maakt zowel dankbaar gebruik van deze zucht tot patroonherkenning, als dat ze dit hyperactieve hineininterpretieren probeert te relativeren. Zelfs als je acht keer achter elkaar de toevallige uitkomst van een muntworp goed voorspelt, hoeven er nog geen hemelse klanken op te klinken.

    • Robbert Dijkgraaf