Frivoliteit met een kraakje

Met de Mégane Floride knipoogt Renault naar een vroegere aandachttrekker met dezelfde naam. Het is meer een auto voor kijkers dan voor rijders.

fotografie: Lars van den Brink Onderwerp: Renault Megane Floride gefotografeerd bij Renault Nieuwendijk in Aalsmeer. Op de foto service adviseur Rosanne Groeneveld en werkplaats medewerkers Mick Maas en Gerard Osterkamp.

Zo heel af en toe zie je er nog wel eens eentje rijden: een Renault Floride. Dat zijn echt uitzonderingen, want in de tien jaar (1958-1968) dat de Franse cabriolet werd gebouwd, rolden er slechts 117.000 van de band. Deels als Caravelle trouwens, want toen men er de Amerikaanse markt mee op wilde, bleek de naam Floride daar al te zijn gedeponeerd te zijn. Qua techniek en onderstel was de Floride gebaseerd op de nogal gammele Renault Dauphine, maar uiterlijk was het een plaatje. Niemand minder dan Brigitte Bardot had er ooit een was daarmee meteen zo ongeveer ambassadrice van de open Renault.

Waarom ‘BB’ Floride reed – je zou zeggen dat ze met haar sterrenstatus wel een betere auto kon krijgen dan een cabriolet met een luchtgekoelde motor van nauwelijks 40 pk – is nooit helemaal duidelijk geworden, maar ze gold ook toen al als tamelijk eigenzinnig. Dat kan ook worden gezegd van de hier besproken Mégane Floride. Met als basis de Mégane CC (Coupé-Cabriolet) zet Renault een uitbundig gekleurde versie op de weg, die met crèmekleurige lak (zelfs de lichtmetalen wielen zijn met Ivoire Floride bespoten) en contrasterend rood leer extra aandacht moet trekken.

In het in drie delen wegklapbare stalen dak is bijna een vierkante meter glas verwerkt, waardoor je ook in gesloten toestand nog een beetje naar boven kunt kijken. Alles oogt zwaar aan de kapconstructie, en datzelfde kan worden gezegd van de rij-eigenschappen. Echt dynamisch is de open Renault niet. Dat zou je kunnen beschouwen als een waarschijnlijk onbedoelde knipoog naar de oer-Floride, die in zijn sterkste uitvoering 18 seconden nodig had voor de sprint van stilstand naar 100 km/h. Dat doet de 2012-Floride beter (krap 11 seconden), maar het is duidelijk dat je deze auto niet koopt vanwege zijn dynamische eigenschappen.

Dat is sowieso meestal niet de bedoeling van de meeste cabriorijders; die hechten veel meer aan comfortabel cruisen waarbij het – geheel in lijn met het adagium van het boulevardleven – vooral gaat om kijken en bekeken worden. Bekijks is gegarandeerd in de Mégane Floride, rood leer in een witte auto helpt altijd. Een cabrio is toch een soort amfitheater, want omstanders op het trottoir kijken vanaf een zekere hoogte naar wat er in het interieur gebeurt. De inzittenden vormen de attractie, de hoofdact.

Série Limitée

Exclusiviteit is overigens bij de Mégane nog extra gegarandeerd, want Renault bouwt een zogenaamde Série Limitée van de auto: in totaal telt die 1.600 exemplaren en daarvan zijn er 25 voor Nederland. Die zijn allemaal tamelijk rijk uitgerust. Een uitstekend werkend TomTom-navigatiesysteem, Bluetooth installatie voor draadloos telefoneren en verwarmbare voorstoelen zijn standaard.

Die stoelverwarming is belangrijk bij open rijden in de winter. Een minuscuul ruitje achter de achterzittingen – een diffuser in vaktermen – maakt het namelijk mogelijk om tot een snelheid van ongeveer 90 km/h de inzittenden uit de wind te houden. De eventuele achterpassagiers zullen zich echter vooral druk maken over de geringe beenruimte en het gebrek aan comfort, zoals in wel meer open auto’s het geval is. Niet voor niets heetten de plekken achterin vroeger bij Duitse open auto’s de Schwiegermuttersitze.

Het interieur is mooi afgewerkt, maar het dashboard is niet vrij van kraakjes, zoals de auto in zijn geheel niet erg torsiestijf overkomt. Ook hier geldt: geen rijdersauto. Het schakelgedrag past daarbij. Op de wat hakerig werkende pook van de versnellingsbak is een fraai gestileerde ‘f’ aangebracht, van Floride. Een schakelschema ontbreekt echter waardoor, rijdend in de vijfde versnelling, de vraag opdoemt: is er nog een zesde verzet? Toch maar de koppeling in en voorzichtig de pook naar achteren. En ja hoor, geen gekraak maar gewoon nóg een versnelling. Dat tekent een beetje het karakter van de Mégane Cabrio; frivoliteit met een Franse slag.

    • Guus Peters