'Foute' jeugdtrainer blijft uit beeld

Een voor ontucht veroordeelde judoleraar werkt bij een schaakvereniging weer met kinderen. Beloftes over een zwarte lijst in de sport worden nog niet waargemaakt.

Hij laat twee minuten stilte vallen. Henk Boot opent zijn mond en sluit hem weer. „Ik ben enorm geschokt door wat jullie hebben ontdekt”, zegt hij. Boot is voorzitter van de Amstelveense schaakvereniging Zukertort. Honderd leden, van wie circa veertig kinderen. Uit onderzoek van deze krant blijkt dat een speler en medewerker van de schaakclub, voormalig judoleraar Richard van D., in 2004 is veroordeeld tot 18 maanden cel voor ontucht met vijf kinderen.

Als leraar nodigde hij jonge judoka’s uit om de nacht voor een wedstrijd bij hem thuis te slapen. Tijdens het douchen en wakker maken betastte hij de kinderen, bij sommigen trok hij aan hun geslachtsdeel. In het vonnis wordt hij omschreven als iemand die „gering inzicht heeft in zijn eigen problematiek”, waardoor er kans op herhaling is. Na zijn vrijlating klopte de judotrainer aan bij schaakvereniging Zukertort, waar hij in een team zit met drie jonge kinderen. Hij verzweeg zijn achtergrond. Voorzitter Boot: „Hoe had ik dit kunnen weten? Er is voor ons geen middel om dit te checken.”

Voor ontucht veroordeelde jeugdtrainers kunnen – als ze dit verzwijgen – na het uitzitten van hun straf nog steeds bij een nieuwe club aan de slag, ook al zegt de overheid al jaren dit te willen verhinderen.

Verenigingen die de afgelopen jaren te maken kregen met een ontuchtzaak tonen onbegrip. „Geen idee hoe we andere clubs duidelijk moeten maken dat ze onze oud-trainer moeten weren”, zegt jeugdvoorzitter Gert van de Kraats van sportvereniging Rood-Wit ’58 uit Putten. Een bestuurslid van voetbalvereniging DOS Kampen: „In Kampen en omgeving komt onze voormalige coach er niet in, maar ik kan niet checken wat er in Rotterdam gebeurt.” Perkas Nakorikantodas van de Haagse voetbalclub TAC: „Wij hebben bijna alleen nog maar ouders die trainen. Alleen dan weet je zeker dat je veilig bent.”

Voorzitter Johan Koertse van speeltuinvereniging MEO uit Amsterdam, waarvan de judotrainer kinderen misbruikte, noemt het „een schande” dat de man weer met kinderen werkt. „Ik kan andere clubs niet waarschuwen. Enorm kwalijk.”

Afgelopen november gaf het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) toestemming aan sportbonden en vrijwilligersorganisaties om een zwarte lijst op te stellen van mensen die seksueel misbruik hebben gepleegd. De plannen ervoor bestonden al sinds 1996, toen drie judoka’s hun coach aanklaagden wegens misbruik. Sportkoepel NOC*NSF, waarbij vrijwel alle Nederlandse sportbonden aangesloten zijn, kondigde aan per 1 januari 2012 te beginnen met de lijst. Maar er staat nog niemand geregistreerd. Een woordvoerder: „We zijn te optimistisch geweest. Er is nog geen lijst. De technische voorwaarden en reglementen zijn niet gereed. Dit ligt erg privacygevoelig, dus moeten we voorzichtig zijn.”

Ook de branchevereniging voor vrijwilligerswerk NOV, met 350 aangesloten organisaties, werkt aan een zwarte lijst. Sportverenigingen en vrijwilligersorganisaties moeten op termijn elkaars lijsten kunnen raadplegen. De NOV hoopt tegen het einde van dit jaar te beginnen met registreren.

De lijst is alleen bedoeld voor ‘nieuwe zaken’, vanaf de introductie van het systeem. Dat houdt verband met de opzet ervan. Als iemand in de fout gaat, moet een slachtoffer of de vereniging eerst diegene aanklagen bij een tuchtcollege dat de NOV nu opzet. Dat college kan plaatsing op de zwarte lijst opleggen. Per vereniging kan een vertrouwenspersoon de lijst raadplegen.

„Het is extreem kwalijk dat het zo lang duurt voor die lijst er is”, zegt speeltuinvoorzitter Koertse. Hij heeft de ouders van de misbruikte kinderen direct ingelicht dat de man opnieuw aan de slag is. „Ze zijn woedend. De vrees dat hij zomaar elders weer met kinderen kon werken, bleek terecht.”

In een reactie zegt de ex-judotrainer zijn leven gebeterd te hebben en „geen gevoelens voor kinderen meer te hebben”. Hij volgde een zwaar behandelingstraject. Zijn veroordeling noemt hij „een dwaling”. Verder wil hij niet meewerken aan het artikel.

Inmiddels heeft schaakvoorzitter Boot de ouders van de jeugdleden op de hoogte gesteld. Hij heeft geen signalen van ontucht bij zijn vereniging. „Dat is de enige opluchting die ik op dit moment voel. Hij is hier nooit alleen met kinderen geweest.” Het bestuur beraadt zich op stappen tegen de man. „Als ik hem straks een hand geef, is het gewoon dezelfde man”, zegt Boot. „Maar die hand zal nooit meer hetzelfde voelen.”

    • Bram Endedijk
    • Enzo van Steenbergen