Financiële markten willen Griekse democratie liever geen

De financiële markten eisen meer bezuinigingen van Griekenland. Ingeborg Beugel betreurt het cynisme over de Griekse democratie.

In Athene duwde de 60-jarige Antonis Perris vorige week zijn 90-jarige moeder van het dak van zijn flatgebouw. Daarna sprong hij haar achterna. Zijn moeder had alzheimer. Hij bezat een onverkoopbaar appartement en had geen geld meer om eten te kopen en voor haar te zorgen. Samen de dood induiken zag hij als enige oplossing.

Het aantal zelfmoorden in Griekenland is de afgelopen twee jaar verdrievoudigd. Drie van de vier telefoongesprekken van wanhopige of suïcidale mensen met de Griekse SOS-hulplijnen gaan over gezinnen bij wie de elektriciteit is afgesneden, die niet meer rondkomen en hun huis dreigen te verliezen, en over kinderen die honger lijden. Médecins du Monde trok in oktober aan de bel en riep op tot grootschalige voedselhulp voor Griekse kinderen.

Hier, op het Griekse eiland Hydra, heeft mijn overbuurvrouw van 98 jaar nog maar een pensioen van 300 euro in plaats van 660 euro. Haar maandelijkse cheque is al drie maanden niet gekomen. Haar dochter van 75, die zonder enige hulp 24 uur per dag voor haar zorgt, komt bij mij geld ‘lenen’ voor eten. Zelf kan ze niet naar Athene om een noodzakelijke hartscan te laten maken. De Griekse ziekenfondsen betalen de kosten niet meer. Er is simpelweg geen geld, hoewel ze haar hele leven braaf het ziekenfonds heeft betaald. Ook kreeg ze onlangs bericht dat haar kleine stukje grond, dat ze ooit had gekocht als appeltje voor de dorst, tegen schandelijk weinig compensatie wordt onteigend. Dit is de laatste rage van de Griekse overheid om in godsnaam aan geld te komen. Haar dochter van 42 zit, zoals vele Grieken, sinds een jaar zwaar aan de antidepressiva en begint elke dag met twee uur huilen. Haar man met drie baantjes – twee als ober en één als portier bij een nachtclub, hij slaapt 3 uur per dag – verdiende ooit 1.800 euro per maand, maar krijgt voor hetzelfde werk nog maar 918 euro. Onlangs kreeg hij te horen dat het 660 wordt. Weg huurhuis. Wat dan? Op straat?

Een kleuter kon deze ramp voorspellen. De verlaging van rijksuitgaven veroorzaakte een stagnatie van de economie. De overheid is opgehouden projecten in de bouw, het onderwijs en de energiesector, te betalen. Meer dan 100.000 bedrijven gingen failliet. De werkloosheid nam dramatisch toe. Gecombineerd met een sterke salaris- en pensioenmatiging leidde dit tot een afname van de consumptie van bijbelse omvang.

Ondanks enorme belastingverhogingen, waardoor een gemiddeld huishouden een jaarsalaris aan belastingen moet betalen, ondanks betere inning en een nooit eerder voorgekomen fanatieke jacht op Griekse belastingontduikers, dalen de belastinginkomsten, vanwege de groeiende werkloosheid. Het aantal daklozen en hongerigen in de grote steden neemt met de dag toe. De overheid kan de stijgende zorgkosten niet meer opbrengen.

Wat schrijven de buitenlandse kranten intussen? Ze berichten voortdurend over een run op de banken en dat Grieken na de mislukte verkiezingen al meer dan een miljard euro hebben weggesluisd naar het buitenland, uit angst voor een ‘Grexit’, maar ik heb hier geen rijen gezien voor de twee lokale banken. Wel op sommige dagen bij de twee apotheken die het eiland telt – radeloze mensen die janken en schreeuwen om broodnodige medicijnen

Nog steeds is er krankzinnig weinig compassie voor het Griekse volk, dat slachtoffer is van dertig jaar lang corrupte regeringen en slecht financieel beleid van Griekse politici en van Brussel. Nog steeds neemt Brussel geen enkele verantwoordelijkheid voor dertig jaar toekijken, geld verdienen aan Griekenland en nietsdoen en evenmin voor de misrekening van de invoering van de euro, die eigenlijk alleen geschikt is voor Noord-Europa, niet voor het Zuiden.

Ik ken geen Griek die niet vindt dat zijn land een puinhoop is, dat de overheid te groot is en niet functioneert. Iedereen hier wil en eist hervormingen, net als Brussel. Iedereen begrijpt dat de staatsschuld moet worden teruggedrongen en dat leningen moeten worden betaald. Dat gebeurt ook. Inmiddels is het primaire tekort – het tekort op de rentebetalingen van de staatsschuld – in twee jaar gedaald van 10,5 naar 2,4 procent, een historisch record. Verder zijn de kosten per eenheid product, volgens de laatste officiële cijfers, sinds 2009 met 13 procent gedaald. Deze prestatie is beter dan die van Ierland. Dat land geldt, na steun uit het Brusselse noodfonds, als een succesverhaal.

Het is inmiddels duidelijk dat het onmenselijke, neoliberale bezuinigingsbeleid van Brussel om de banken te redden op gespannen voet staat met democratische beginselen. Toen de afgetreden socialistische premier Papandreou meer draagvlak voor de ongekend strenge bezuinigingen van Brussel trachtte te creëren en een volksreferendum voorstelde, ontploften Merkel en haar toenmalige rechterhand Sarkozy. Papandreou werd ongegeneerd uitgescholden. Ook in Nederland was de verontwaardiging groot. Hoe haal je het in je hoofd om als volksvertegenwoordiger het volk te willen raadplegen? Schande!

Ook de financiële markten zien een democratische gang van zaken niet zitten. Het zou maar leiden tot een „bloedbad op de beurzen”. Intussen bepalen zij wat er wel en niet mag gebeuren in een democratie.

Wie denkt dat in Europa, in Nederland, in Griekenland, waar dan ook, politici nog regeren, doet aan zelfbedrog. De financiële sector dicteert hoe een samenleving moet handelen. Dit bleek ook weer na de verkiezingen van 6 mei. De Grieken straften hierbij hun traditioneel grote partijen af, de conservatieve Nea Demokratia en de sociaal-democratische Pasok, die verantwoordelijk zijn voor dertig jaar lang wanbeleid, torenhoge schulden en het accepteren van het desastreuze, neoliberale bezuinigingsbeleid van Brussel. Tot ieders verbazing kwam Syriza op de tweede plaats. Deze partij wil wel in de eurozone blijven, maar de onderhandelingen over de bezuinigingen heropenen. De kritiek was niet van de lucht. Wat denkt die nieuwe leider van Syriza, Alexis Tsipras, wel niet? Vieze, vuile, rode populist die hij is.

Brussel en de markten beven bij het idee dat de tweede ronde van de verkiezingen, op 17 juni, hetzelfde ‘schizofrene’ resultaat oplevert – dat die stomme Grieken, die volgens opiniepeilingen voor 85 procent wel in de euro willen blijven, wederom voor 75 procent zullen stemmen op partijen die de door Brussel opgestelde bezuinigingen ter discussie willen stellen. Deze twee dingen gaan niet samen. Daarom wordt er weer gedreigd, bijvoorbeeld dat Griekenland in juni het volgende deel van het steunpakket niet krijgt als het niet doorgaat met de afgesproken – ondraaglijke – bezuinigingen en de totale verkoop van het land.

Het is stemmingmakerij. Het gevaar is immers aanzienlijk dat ook andere zwakke, veel grotere landen in Zuid-Europa, zoals Spanje, Portugal en Italië, volgen. Als de Europese Unie het Griekse ‘probleempje’ al niet kan oplossen, is er geen hoop voor de grotere economieën van Italië en Spanje. De Grieken zullen op 17 juni weer tonen dat ze niet nog meer bezuinigingen willen.

Een zichzelf respecterend Europa zal, of het wil of niet, eindelijk ook eens moeten luisteren naar de stem van het Griekse volk. Anders kun je de idee van een democratisch Europa beter meteen afschaffen.

In Hydra is het erg stil voor de tijd van het jaar. Er is bijna geen toerist te zien. Terrassen zijn leeg en taverna’s uitgestorven. Tegelijkertijd zie ik hoe mensen, wier leven de afgelopen twee jaar genadeloos is verslechterd, op dit eiland voor elkaar zorgen. Ze maken schoon, repareren huizen en koken en delen eten. Dit is ontroerend en bewonderenswaardig.

Ingeborg Beugel is journalist, oud-Balkancorrespondent en programmamaker.