Eerste Kamer doet steeds vaker waar parlementen voor zijn

De directeur van NS wil dat wordt onderzocht of de splitsing van NS en ProRail een goed idee was. Hij wordt op zijn wenken bediend. Maandag begint de Eerste Kamer met openbare gesprekken over de privatisering en verzelfstandiging van overheidsdiensten waaronder de spoorwegen. Het is niet de eerste keer dat de Senaat doet waar het parlement vooral voor is: wetgeven en controleren van gevoerd beleid.

De Eerste Kamer maakt gebruik van haar enquêterecht om vooral de feiten te onderzoeken. Wat dacht men destijds, hoe is het gelopen, wat is er van te leren? Het voorstel tot het onderzoek van de ChristenUnie won voldoende steun door een zakelijk geformuleerde opdracht. Men gaat niet naar schuldigen zoeken, maar koos voor dit eerste parlementair onderzoek door de Senaat voor een analytische opzet.

Daarmee geven de deeltijdpolitici aan de stille kant van het Binnenhof een voorbeeld aan de overzijde. De Tweede Kamer maakt veel vaker gebruik van het enquêterecht. In de 19de eeuw onderzocht men nog feitelijke zaken als de toestand van de marine, de exploitatie van de spoorwegen (de opmaat naar nationalisatie van de versnipperde private maatschappijen) en „de toestand in fabrieken en werkplaatsen”.

Afgezien van de parlementaire enquête naar de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog herleefde het enquêterecht in de Tweede Kamer pas met de RSV-enquête van 1983. Aangemoedigd door een meer op de spelers dan het spel gerichte pers leidden veel van de latere parlementaire onderzoeken vooral naar een schuldvraag. Die focus op politieke verantwoordelijkheden past in de ontwikkeling naar meebesturen van de Tweede Kamer.

Onvermijdelijk gevolg van dat meepraten met de bestuurder en het onderzoeken van recente beleidsknelpunten is dat de Tweede Kamer zichzelf daarbij tegenkomt. Zo krijgen die enquêtes een onmiskenbaar zelfkastijdingskarakter.

Als men het breed gesteunde CDA-plan voor een enquête naar wat er met de woningbouwcorporaties is misgegaan uitvoert, als men alle rampen met overheids-ICT gaat onderzoeken, dan zullen die commissies regelmatig de Kamer zien meebesturen. Zoals dat ook gebeurde met de IRT-opsporingsenquête, de Srebrenica- en andere enquêtes. Hoe dichter op het beleid, hoe meer de Kamer vingerafdrukken achterlaat op bestuurlijke missers.

Geen meerderheid in de Tweede Kamer die  in april de minister-president aan de tand voelde over noodzaak en wenselijkheid van nieuwe verkiezingen na de Catshuis-breuk met de PVV. Het past in die verwevenheid met het kabinet.

De Tweede Kamer verzorgt steeds meer de daguitzendingen van De Wereld Draait Door. Alles moet snel en actueel – kijk naar de eindeloze lijst van aangevraagde spoeddebatten (zogenaamde dertigledendebatten). De Tweede Kamer schikt zich in ogenschijnlijke vanzelfsprekendheden. Hardop nadenken over de rol van het parlement, en er naar handelen, levert geen goede beelden op. Wetgeving? Ach daar kijken de Raad van State en de Eerste Kamer wel naar.

Natuurlijk, er zijn goede uitzonderingen. Kamerleden die in stille zalen noest discussiëren om het toekomstig politiebestel of de bekostiging van leerpadondersteunende trajecten iets scherper vast te leggen. Hun tragiek is dat zij dezer dagen nogal eens merken dat zij op de grijze plaatsen van de kandidatenlijst van hun partij terecht komen: ‘onvoldoende zichtbaar’. Het is een vicieuze cirkel.

Daarom is het goed dat we de Eerste Kamer nog hebben, hoe wrakkig die ook wordt gekozen via de democratisch ook al matig gelegitimeerde Provinciale Staten. Evenmin ideaal is het aantal senatoren dat heel direct geassocieerd wordt met bedrijven, branches of andere deelbelangen. Desondanks is het mooi dat mensen met bestuurlijke ervaring en juridische of andere deskundigheid dinsdags bijeen komen en de grote lijnen van wetgeving en beleid door hun oogharen bekijken.

Dat leidt tot meer onafhankelijke beschouwingen, bijvoorbeeld over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van burgers. Waar de Tweede Kamer vaak zonder veel weerwerk de managementlogica van bewindspersonen accepteert, heeft de Eerste Kamer bij de invoering van de slimme energiemeter en het elektronisch patiëntendossier de vragen gesteld die de Tweede Kamer namens de burger ook had kunnen stellen.

Dat ministers daarna meestal doorwalsen of met een smoes hun zin doordrijven zou niet alleen de leden van de Eerste Kamer moeten frustreren. Het is een aantasting van het aanzien van het parlement, dus van ons allemaal. De Tweede Kamer heeft het politieke primaat, maar als een wet niet door de Eerste Kamer komt is het geen wet.

De Senaat probeert ook al jaren te doen wat ieder rechtgeaard parlement zou moeten doen om de Europese regelgeving in toom te houden en te beïnvloeden. Het Verdrag van Lissabon (2009) heeft de nationale parlementen meer bevoegdheden gegeven. Dat geldt voor beide Kamers van tweekamerparlementen. Ook vóór die tijd zorgde de Eerste Kamer dat men zo tijdig mogelijk op de hoogte was van voorgenomen regelgeving. De Senaat houdt jaarlijks Europese Algemene Beschouwingen.

Het blijft teveel voor deeltijdpolitici. De fulltimers zijn er in hun studio minder mee bezig. Als de Tweede Kamer sinds jaar en dag als een bok op de Europese haverkist had gezeten, zou zij misschien minder symbolisch hoeven debatteren over het Europese Stabiliteitsmechanisme. Wilders heeft gelijk dat de Tweede Kamer, hij incluis, jarenlang Europa als niet-boeiend buitenland heeft behandeld.

    • Marc Chavannes