Brieven wetenschap

Nijlbaars

Met Wat een vis kost – en wat een soort waard is (Wetenschapsbijlage 26&27 mei) maakt Tijs Goldschmidt een karikatuur van ons werk en gebruikt hij onjuiste gegevens. Zo houdt hij een somber en vooral simplistisch beeld overeind van de zeer dynamische situatie in en rond het meer, dat geen recht doet aan de mensen die ervan afhankelijk zijn.

Goldschmidt omarmt kritiekloos het ‘ecologisch-dramascenario’ waar biologen voor waarschuwen. Dit heeft zich rond het Victoriameer echter niet voltrokken. De inheemse soortenrijkdom – de prachtig gekleurde cichliden – is door eutrofiering en de introductie van nijlbaars inderdaad grotendeels verdwenen. Maar het meer is er niet minder productief op geworden. De vangst van nijlbaars is al twintig jaar stabiel rond 230.000 ton en ligt daarmee lager dan de ‘maximum duurzame oogst’, een breed geaccepteerde maat voor overbevissing. De visserij op andere hoogproductieve soorten (tilapia, dagaa) groeit. De vangsten op de resterende, zich handhavende, kleine cichliden zijn nu hoger dan voor de nijlbaarsovername. Het meer produceert duurzaam circa 1 miljoen ton vis per jaar en is daarmee tot ver in de regio een zeer belangrijke bron van goedkope proteïnen.

Het beeld van de nijlbaars als uitsluitend bedoeld voor Europese consumenten is inmiddels achterhaald. Nijlbaars wordt wel degelijk geëxporteerd in de regio (Kongo, Soedan) en naar elders. Voor de vissers is nijlbaars echter vooral een cash crop. Vraag mensen rond het meer welke vis ze graag eten, en ze noemen tilapia of dagaa. Met het verdiende geld schaffen ze (onder andere) voedsel aan.

Ten slotte schetst Goldschmidt een eenzijdig beeld van nijlbaarsvissers als slachtoffer van wereldwijd roofkapitalisme. Er zijn inderdaad excessen: kinderarbeid komt voor, AIDS is een groot probleem, en door toegenomen concurrentie is toegang tot de visserij en geld verdienen moeilijker geworden.

Maar vergeet niet dat er rond het meer ook een Afrikaanse nouveau riche is ontstaan, ook onder vissers, dankzij winsten uit de nijlbaars- en dagaa-sectoren. Deze nieuwe rijken zijn belangrijke economische aanjagers in het gebied. Daarnaast kunnen de excessen niet uitsluitend op de visserij afgeschoven worden. Maatregelen van IMF en Wereldbank beperken nationale overheden zeer in het doorvoeren van beleid om armoede en ziekte (AIDS) te bestrijden.

Joost Beuving, Paul van Zwieten, Amsterdam University College, Wageningen Universiteit

Nijlbaars (2)

Het gevoel dat spreekt uit het stuk van Tijs Goldschmidt over het Victoriameer komt mij bekend voor. Ik heb het voorrecht gehad in een ander tropisch zoetwatermeer te werken, het Tanameer in Ethiopië en ik heb daar een unieke groep karperachtige vissen bestudeerd.

Ook die vissen komen nergens anders voor en ook daar wordt het ecosysteem bedreigd, vooral door wateronttrekking en door het bouwen van dammen voor irrigatie, waardoor de vissen moeilijker naar hun paaigronden kunnen trekken. Ik ben dan ook bang dat een aantal soorten zullen uitsterven en heb het daar als bioloog en mens erg moeilijk mee.

Maar dan, wat is de volgende stap? Die nijlbaarzen gaan het Victoriameer niet meer uit, net zo min als die grote waterbouwkundige werken in Ethiopië gestopt zullen worden om een vissoort meer of minder. We zullen het moeten doen met de situatie zoals hij is en daar het beste van maken. Dat houdt mij als bioloog op de been. Als die dammen er toch moeten komen, kunnen we ze dan op zijn minst zo bouwen, dat een aantal vissen de paaigronden bereiken, zodat een aantal soorten een kans van overleven hebben?

Lapmiddelen? Jazeker, maar er is geen beter alternatief. Laten we onszelf geen rad voor ogen draaien: alle menselijke activiteiten zullen het ecosysteem veranderen, zelfs als ze ‘duurzaam’ zijn. De vraag is dan ook niet óf we onze natuurlijke omgeving veranderen, maar welke veranderingen we nog acceptabel vinden.

Leo Nagelkerke, visbioloog

Teteringen

Correctie

Bij het artikel Woonde hier de koning van Sparta? (Wetenschapsbijlage 26 & 27 mei) schreef de redactie dat de ontcijferaar van het lineair B, de Brit Michael Ventris, classicus was. Dat is onjuist. Ventris was architect en decodeerde in de Tweede Wereldoorlog berichten.

    • Joost Beuving
    • Leo Nagelkerke
    • Paul van Zwieten