Babyluikjes of babylijkjes

In steeds meer landen kunnen vrouwen hun ongewenste baby anoniem afstaan. Waarom in Nederland dan nog niet, vraagt Heleen Crul.

Een vrouw legt een baby in het luikje van een vondelingentehuis op Cuba, 1941. Foto Spaarnestad

Ze is genoemd: Sterre. Haar levenloze lichaampje werd op 22 april gevonden op de oever van de Dommel, in Liempde. De burgemeester van Boxtel, waaronder dit dorp valt, gaf haar liefdevol een voornaam en ook een achternaam: Van de Laarakker. Deze naam is ontleend aan de Laarakkerweg. Hier werd ze gevonden. Ook deed de burgemeester officieel aangifte van haar geboorte. Haar korte bestaan is geregistreerd. Ze is officieel begraven op 16 mei.

Een naam, registratie en begrafenis zijn de meer dan honderd babylijkjes die sinds 1970 in Nederland zijn gevonden doorgaans niet gegund geweest. De laatste jaren stijgt hun aantal. Het jaar 2010 vormde een record. De meeste baby’s zijn gedumpt in een plastic zak of container, weggegooid als vuilnis. Sommige baby’s zijn pas na jaren later per toeval gevonden in een koffer op een zolder of achter een wand in een kelder. Ook komt het voor dat een hond een dode baby opgraaft in de duinen, of dat er een restant van een babylijkje wordt gevonden bij een verbouwing van een huis of bij het vissen in een sloot.

We weten niet over hoeveel gedode baby’s het jaarlijks echt gaat. In een zeer beperkt aantal gevallen wordt een ongewenste baby te vondeling gelegd. Het Nederlands Instituut voor de Documentatie van Anoniem Afstanddoen (NIDAA) spreekt van gemiddeld één kind per jaar. Dit instituut denkt dat er in Nederland relatief veel veilige plaatsen zijn om een baby te vondeling te leggen, een ziekenhuis bijvoorbeeld – liever niet in een park, of een station. Daar lopen weliswaar veel mensen rond, maar de kans bestaat dat iemand er met de vondeling vandoor gaat zonder dit te melden, denkt het NIDAA.

Het politiebureau wordt door deze organisatie niet genoemd. Toch werd daar begin dit jaar, op 21 januari, in Groningen een pasgeboren jongetje van Aziatische afkomst achtergelaten. Hij was warm verpakt, in een grote, zwarte bontsjaal. Het kindje is ondergebracht in een pleeggezin. De politie heeft de moeder gevonden.

Hoe komt een vrouw ertoe haar pasgeboren baby te doden? Soms zelfs een tweeling? Moeten we dit blijven zien als een strafbaar delict? Moeten we de moeder veroordelen, hoewel ze op dat moment geen alternatief had? Zelf moeder van twee gewenste kinderen met een man die zorgzaam meeleefde met mijn zwangerschappen, bij de bevallingen aanwezig was en mij steunde, kan ik niet anders dan met een diep mededogen denken aan zo’n moeder. Ik probeer het me voor te stellen – de ontdekking dat je zwanger bent, terwijl je dat pertinent niet wilt, omdat je te jong bent, of te oud, alleenstaand, bang voor de schande, of omdat het je ontbreekt aan huisvesting, een inkomen, of de steun van iemand die je nabij kan zijn.

Je kunt kiezen voor een abortus. Er zijn ook hulpinstanties als de Stichting Ambulante Fiom, of Siriz. Je hoeft met een ongewenste zwangerschap niet wanhopig en eenzaam te zijn, maar inmiddels hebben andere culturen hun intrede gedaan in Nederland. Er zijn meer migranten en illegalen. De vrouwen van deze laatste groep kunnen de stap naar de hulpverlening ervaren als riskant. Ze zijn immers niet geregistreerd. Dikwijls zijn ze alleenstaand en geïsoleerd van hun familie en werken ze zwart. Dit kunnen ze met een baby niet blijven doen. Zowel allochtone als autochtone vrouwen slagen er vaak in hun ongewenste zwangerschap verborgen te houden voor hun omgeving. Soms bevallen ze ook in het geheim. Niet altijd is er dan iemand die helpt bij de angst, de pijn en de uitputting. Deze stap wordt gevolgd door de allesoverheersende paniek dat die baby wegmoet, dat hij niet mag blijven leven. Hoeveel eenzamer en ongelukkiger kan een vrouw nog zijn in zo’n situatie? Moet je dan de politie op haar af sturen?

Hoe dan ook kunnen babylijkjes grotendeels worden voorkomen door zogeheten ‘babyluikjes’, die vrouwen in staat stellen anoniem hun baby af te staan. Deze voorziening wortelt in een oude, middeleeuwse gewoonte en werd toen vooral aangebracht bij vrouwenkloosters in Europa. Sommige landen, zoals Duitsland, Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk en België, hebben die luikjes in ere hersteld. In Japan is er een proef mee begonnen.

Wat doen wij? Door de jaren heen duikt met enige regelmaat het babyluikje op als oplossing voor het doden en dumpen van ongewenste baby’s. Vervolgens laaien er heftige discussies op tussen voor- en tegenstanders. Er is media-aandacht voor de noodzaak ervan. Voorstanders beginnen een petitie. De politiek wordt gedwongen te reageren.

Altijd zeggen politici dat het babyluikje niet kan, dat het niet mag en dat het niet de juiste oplossing is. In 2003 liet staatssecretaris Ross-van Dorp (Volksgezondheid, CDA) weten dat ze zo’n luikje „te uitnodigend” vond. Het zou onterecht de indruk geven dat een kind te vondeling mag worden gelegd. Ze benadrukte dat ouders die een kind op zo’n manier afstaan, strafbaar zijn. Wel vond ze toen dat er „alles aan moet worden gedaan om te voorkomen dat kinderen te vondeling worden gelegd. De belangen van het kind spelen daarbij een belangrijke rol”.

Hiermee omzeilde ze de harde, aanvechtbare realiteit. Deze heerst nog steeds. Verreweg de meeste baby’s worden immers niet te vondeling gelegd, maar gedood. Daarbij: er is geen sprake van ‘ouders’, maar van een moeder. De politie zoekt naar haar, niet naar de vader. Wil de overheid er „alles aan doen om dit te voorkomen”, dan is het babyluikje de enige oplossing. Het nodigt uit tot het anoniem afstaan van een ongewenste baby, die haar of zijn geboorterecht terugkrijgt. Een vondeling is beter af met zo’n veilige voorziening.

In de praktijk bestaat een babyluikje uit een echt luik, met een grote, ondoorzichtige klep. Deze kan worden geopend en weer gesloten als de baby in een couveuseachtige ruimte met een warmtebedje is gelegd. In Duitsland is inmiddels aangetoond dat Babyklappen in een behoefte voorzien. Daar hebben politici het hoofd gebogen voor het gegeven dat het in stand houden van het leven van een pasgeboren kind belangrijker is dan wetgeving die de moeder strafbaar stelt en afdwingt dat een kind het recht heeft zijn herkomst te weten. Er zijn nu bijna zeventig luiken in gebruik, bij kerken en ziekenhuizen.

In haar boek Moederschap, een natuurlijke geschiedenis rekent antropologe en feministisch sociologe Sarah Blaffer Hrdy overtuigend af met het beeld van onzelfzuchtige, onvoorwaardelijke moederliefde dat wij zo graag koesteren. Ze toont aan dat moeders door de eeuwen heen flexibele opportunisten zijn geweest. Hun betrokkenheid bij het kind en hun band met het kind laten ze afhangen van de omstandigheden en de situatie waarin zijn verkeren. Als deze omstandigheden ongunstig zijn, schromen moeders – overal ter wereld en te allen tijde – niet om hun baby’s te verstoten, te verlaten, te verwaarlozen, te verstikken of te vergiftigen. Tehuizen voor vondelingen zijn altijd heel normaal geweest. Al dit soort oplossingen dienden en dienen de overleving van die moeder.

Waarom zouden wij, ook vanuit deze wetenschap, babyluikjes niet toestaan? Het is een realistisch en zachtmoedig alternatief voor de moeder en het kind. Gelukkig is er al één initiatief. Als het aan schrijfster Barbara Muller ligt, heeft Nederland volgend jaar zijn eerste babyluikje. Zij wil in 2013 in Dordrecht Het Babyhuis openen, een huis waar ongewenste kinderen gedurende twee jaar liefdevol worden verzorgd door pleegouders. Daarna wordt gezocht naar een blijvende oplossing.

Hopelijk leidt de eerste introductie van zo’n opvang tot meer en wordt het dumpen van baby’s in een container of vuilniszak – soms zelfs nog levend, zoals onlangs een voorbijfietsend meisje opmerkte – voorgoed verleden tijd.

Heleen Crul is publiciste.