Aftrek reiskosten gaat heel Nederland aan

Het belasten van woon-werkverkeer in het Lenteakkoord treft velen. Nederland is Europees kampioen: 6,5 miljoen mensen reizen gemiddeld 23 kilometer naar hun werk.

Waarom is die vergoeding er ooit gekomen? En hebben slaapsteden als Lelystad of Almere wel bestaansrecht als mensen dichter bij hun werk moeten gaan wonen?

Almere 30-5-2012 Sinan Kirtik voor het stuk van Frederieke over forenzen en de niet meer belastingvrije kilometers van 0,19 cent. Foto Floren van Olden

Van alle maatregelen die de partijen in het Lenteakkoord hebben afgesproken, deed deze de afgelopen week het meeste stof opwaaien: het belastbaar maken van de reiskostenvergoeding. Logisch, want het is een maatregel die veel mensen treft, in alle lagen van de maatschappij en sectoren van de economie. Van de 7,5 miljoen mensen die in Nederland de werkzame beroepsbevolking uitmaken moeten er 6,5 miljoen reizen naar het werk.

Nederland is Europees kampioen forenzen, blijkt uit vergelijkend onderzoek van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Haar jongste cijfers dateren uit 2003, en toen reisden Nederlandse forensen gemiddeld 50 minuten per dag. Hongaren en Britten volgden, met 46 minuten, aflopend tot aan de Noren en Oostenrijkers met rond de 32 minuten reistijd. Het Europees gemiddelde lag op 40 minuten.

De gemiddelde reistijd zal voor de Nederlandse forens sindsdien zeker niet zijn afgenomen. Volgens de Mobiliteitsbalans 2011 van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid is het aandeel woon-werkverkeer in het totale weggebruik sinds het jaar 2000 met 18 procent gestegen. En volgens datzelfde rapport nam de gemiddelde afstand tussen woning en werk in ruim twintig jaar toe van ongeveer 12 tot 17 kilometer. Vooral de woon-werkafstand van automobilisten steeg, van circa 15 kilometer per enkele reis medio jaren tachtig naar ongeveer 22 kilometer in 2008.

Ten minste 3,7 miljoen Nederlandse forensen reizen per auto, motor, trein, bus, tram of metro naar hun werk – en betalen over de vergoeding daarvoor geen belasting. Voor deze mensen gaan vanaf 1 januari volgend jaar de vergoede reiskosten gelden als loon, en daar moet dan gewoon belasting over betaald worden: 33,1, 42 of 52 procent, naargelang het inkomen van de werknemer. De opbrengst hiervan wordt geschat op 1,3 miljard euro.

Het belastbaar maken van de reiskostenvergoeding is een zichtbare maatregel op het loonstrookje, elke maand weer. De meeste forensen gaan het voelen, maar hoeveel precies hangt af van een aantal factoren, zoals de kilometervergoeding die de baas uitkeert of het soort treinkaartje (eerste of tweede klas) dat een werknemer vergoed krijgt.

Ook sommige leaserijders gaan er financieel op achteruit. Tot nog toe worden werknemers met een leaseauto niet belast als ze minder dan 500 kilometer per jaar privé rijden, en geldt woon-werkverkeer als zakelijk rijden. Dat gaat veranderen, nu het woon-werkverkeer wordt belast. En dat betekent dat een nieuwe groep leaserijders bijtelling gaat betalen.

    • Frederiek Weeda