Opinie

    • Hans Beerekamp

Wesley Sneijder als kind bij de brievenbus

De negenjarige Wesley Sneijder in 1993 in ‘De Sneijder-tapes’ (NOS).

Met de Oranjestemming wil het een week voor het begin van de EK voetbal nog niet helemaal lukken, ook al worden we al in elk reclameblok overspoeld met commercials die ons anders willen doen geloven.

In de lelijkste en vreemdste van die reclamespots rijdt international Wesley Sneijder voor een frisdrankmerk in een citroenvormig autootje, de ‘limoensine’.

Tegelijkertijd is Sneijder ook hoofdpersoon in één van de tot nu toe aardigste speciale sportdocumentaires die deze zomer uitgezonden worden. De titel De Sneijder-tapes (NOS) verwijst naar opnamen die Rimko Haanstra in 1993 maakte van de toen 9-jarige E-pupil van Ajax. Met vooruitziende blik hadden Haanstra en interviewer Klaas Vos een aantal jonge talenten voor de VPRO gevolgd en ergens in een archief bewaard totdat ze nog eens van pas zouden komen. Ze werden nooit eerder uitgezonden.

Kees Jongkind filmde op zijn beurt weer een recent bezoek van Haanstra aan Milaan, waar hij Sneijder voor het eerst de beelden liet zien. Het resultaat is een voor zijn doen openhartige en kwetsbare woordenstroom, die de loopbaan van de superster in een sprookje verandert: hoe hij als zevenjarige telkens bij de brievenbus wachtte op definitief bericht dat hij voor Ajax mocht spelen, dat zijn vader ontslag nam om zijn broer en hem drie keer per week naar de training in Amsterdam te rijden. Het geluk dat je hebt met zulke ouders, die misschien het verschil maken met de andere pupillen, die met uitzondering van Johnny Heitinga nooit het Nederlands elftal zouden halen.

Het programma vol vertederende beelden van een vastbesloten kleine jongen is ook een hommage aan de unieke kracht van de jeugdopleiding van Ajax, zoals Johan Cruijff die al de hemel in prees.

Historische kanttekeningen bij sportlegenden plaatsen ook Frank Evenblij en Erik Dijkstra in negen dagelijkse afleveringen van het nieuwe programma Bureau Sport (VARA). Het is een sterke formule, schatplichtig aan elementen uit Holland Sport (VPRO) en De Wereld Draait Door (VARA). Elke dag zijn er een gesproken column van Toine van Peperstraten en Youp van ’t Hek, onderzoek door factcheckers (ja, renners in de gele trui rijden gemiddeld een betere tijdrit) en charmante reconstructies à la Andere tijden.

Minder sterk is de wat zure toon van harde interviews met sportcommentatoren (Maarten Ducrot, Frank Snoeks) in een verhoorkamer, vol gemakkelijke verwijten. Nog pijnlijker is de rubriek waarin Dijkstra en Evenblij les nemen van een topsporter: hockeyster Maartje Paumen laat zien hoe je een strafcorner neemt, zwemster Ranomi Kromowidjojo doet een start voor. De parmantige jongens kunnen er niks van, en dat is niet grappig.

    • Hans Beerekamp