'We stevenen nu blind af op een catastrofe'

Na Stalingrad en D-Day, heeft de Britse historicus Antony Beevor een geschiedenis van WO II afgeleverd. Een gesprek over de nietige mens, de beste strateeg en de oorlog als misplaatst ijkpunt. En wat de euro betreft: een idioot idee was dat, aldus Beevor.

DEN HAAG - Portretten van ANTHONY BREEVOR Copyright Robin Utrecht

Een bedrieger. Zo voelde de Britse historicus Antony Beevor (1946) zich soms als iemand hem aansprak als dé expert op het gebied van de Tweede Wereldoorlog. „Ik wist veel van bepaalde aspecten van de oorlog, maar over veel meer zaken wist ik te weinig.”

Dat kon zo niet langer, besloot Beevor vier jaar geleden. De succesvolste militair-historicus van het moment, die wereldwijd meer dan vijf miljoen exemplaren heeft verkocht van bestsellers als Stalingrad, Berlijn en D-Day, dook de boeken en archieven in. Deze week verscheen het resultaat van zijn arbeid: De Tweede Wereldoorlog, een alomvattende geschiedenis van het conflict.

De komende maanden reist Beevor de wereld rond om zijn boek te promoten. Nederland was deze week als eerste aan de beurt. In het restaurant van Haagse hotel Des Indes laat de voormalige beroepsmilitair zich een glas mineraalwater inschenken, terwijl hij een bekentenis doet. „Bij het schrijven van mijn vorige boek, over D-Day, kwam ik erachter dat ik te weinig zicht had op de invloed die de diverse fronten tijdens oorlog op elkaar hadden. Hoe beïnvloedde bijvoorbeeld de strijd in de Stille Oceaan de bevrijding van Europa? Ik vond dat het tijd werd voor een grote inspanning om die samenhang te begrijpen.”

Beevor besloot daarom het boek over de winter van 1944, dat hij eigenlijk wilde schrijven, uit te stellen en zich eerst aan een algemene geschiedenis van de oorlog te zetten. Het werd een „fascinerende en afschrikwekkende reis”, zegt hij. „De hoeveelheid materiaal die ik tot mijn beschikking had, was enorm. Ik was af en toe bang dat ik erin zou verdrinken.”

In De Tweede Wereldoorlog vertelt Beevor twee verhalen: dat van de onderlinge verbondenheid van alle krijgshandelingen en dat van de gevolgen van het conflict voor gewone mensen, de machtelozen die door het geweld werden overspoeld. „Voor ons, als burgers in een moderne, westerse maatschappij is het niet voor te stellen wat een totale oorlog is. De gevaren waarmee wij te maken hebben, worden bestreden met arboregels .”

Beevor raakte doordrongen van de nietigheid van het individu door een verhaal dat zijn vader, tijdens de oorlog actief bij de Britse inlichtingendienst, hem ooit vertelde. „In Italië werd een man met een Aziatisch uiterlijk aan hem voorgeleid. Hij had een Duits uniform aan. Niemand slaagde erin te ontdekken welke taal hij sprak, totdat een legerkapelaan die missionaris was geweest hem in het Tibetaans aansprak. De man barstte in huilen uit. Hij was door de Russen gevangengenomen, door de Duitsers bevrijd en toen gedwongen opgenomen in de Wehrmacht om te vechten tegen de westelijke geallieerden. Dit was de eerste keer in jaren dat hij zijn eigen taal weer hoorde.”

Schuttersput

Zoals in al zijn boeken, wisselt Beevor in De Tweede Wereldoorlog constant van perspectief: van de schuttersput naar de kaartentafel van de generale staf, en weer terug. Over de belangrijkste politieke leiders velt hij heldere oordelen. „Hitler had een goede neus voor de zwaktes van zijn opponenten”, vat hij samen. „Daarvan maakte hij slim gebruik aan het begin van de oorlog. Zodra zijn tegenstanders hun zaken op orde kregen, begon hij echter fout op fout te stapelen.”

Stalins capaciteiten ontwikkelden zich in precies de tegenovergestelde richting. In de aanloop naar de Duitse aanval van 1941 en tijdens het eerste jaar van gevechten aan het Oostfront was zijn leiderschap „rampzalig”, zegt Beevor. „Rond het het najaar van 1942 kwam daar verandering in. Vanaf dat moment maakte hij nauwelijks fouten meer en toonde hij zich een scherpzinnig strateeg.”

De prestaties van de leiders van de westelijke geallieerden, Churchill en Roosevelt, vindt Beevor echter indrukwekkender dan die van Stalin, zegt hij. Zij moesten een veel geraffineerder politiek spel spelen. „Roosevelt had bijvoorbeeld te maken met generaal Douglas MacArthur, de Amerikaanse opperbevelhebber in de Stille Oceaan. Die dreigde zich in 1944 verkiesbaar te stellen voor het presidentschap. Roosevelt moest hem apaiseren door meer manschappen en materiaal ter beschikking te stellen voor de oorlog in Azië. Laat ik het zo zeggen: Stalin heeft generaals voor minder laten neerschieten.”

Beevor heeft in De Tweede Wereldoorlog veel kritiek op zijn landgenoot veldmaarschalk Bernard Montgomery, die tijdens de oorlog mateloos populair was bij het Britse publiek. „Ik kom zijn zoon David wel eens tegen en die vraagt dan altijd waarom ik toch zo onaardig doe over zijn vader.”

Hij legt uit waarom: „Monty kon het niet toegeven als zijn plannen niet werkten. Die koppigheid was er voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor dat de Amerikanen weinig vertrouwen stelden in de alliantie met de Britten. Daarnaast steeg zijn beroemdheid Montgomery naar het hoofd. Dit was de eerste oorlog waarin generaals door de pers als filmsterren werden behandeld. Monty geloofde wat er over hem werd geschreven: hij zag zichzelf als de opvolger van Marlborough en Wellington. Dat is onzinnig. Hij sprak grote woorden, maar presteerde uiteindelijk weinig opzienbarends, in Afrika en in Normandië.”

De beste generaal van de oorlog bevond zich in het Duitse kamp, aldus Beevor. Dat was Erich von Manstein, die het plan voor de aanval op Frankrijk en de Lage Landen bedacht en daarna triomfen vierde aan het Oostfront. „Hij was absoluut briljant, op strategisch en tactisch niveau. Een veel betere militair dan de in de westerse pers zo opgehemelde ‘woestijnvos’ Erwin Rommel.”

Cynisch

Von Mansteins reputatie is wat Beevor betreft echter ernstig besmeurd omdat hij niet protesteerde tegen de uitroeiing van Joden en communisten aan het Oostfront. „Privé toonde hij zich cynisch ten opzichte van de nazi’s. Hij leerde zijn teckel bijvoorbeeld de Hitlergroet brengen. Maar toen het er op aan kwam, bijvoorbeeld bij de aanslag op Hitler in juli 1944, liet hij verstek gaan. Dat is hem na de oorlog door de westelijke geallieerden overigens snel vergeven. Zelfs Churchill brak een lans voor hem toen hij in 1949 terechtstond. Als het op een oorlog met de Sovjets zou uitlopen, hadden de Britten en Amerikanen Von Manstein nodig om het gevecht te leiden.”

Zeventig jaar na afloop van het conflict is de Tweede Wereldoorlog nog altijd het belangrijkste ijkpunt voor politici die worden geconfronteerd met een crisis. Zij mogen graag uit de geschiedenis putten als ze hun standpunten kracht willen bijzetten, tot ongenoegen van Beevor. Hij ergerde zich bijvoorbeeld aan het gemak waarmee Bush de aanval van 11 september 2001 op de Twin Towers in New York vergeleek met Pearl Harbor en aan Tony Blair die Saddam Hoessein spiegelde aan Adolf Hitler. „Op zo’n moment moeten historici met waarschuwingsvlagen zwaaien. Door zulke paralellen te trekken, manipuleer je op een gevaarlijke manier de werkelijkheid.”

Europa maakt op dit moment de zwaarste crisis door sinds in mei 1945 de wapens zwegen. Beevor hield er deze week een lezing over op het Haagse ministerie van Buitenlandse Zaken. „De euro was een idioot idee. Een monetaire unie zonder een politieke unie werkt niet. Maar een vlucht naar voren, richting een federaal Europa, is op dit moment de slechtst denkbare oplossing. Dat zal het nationalisme dat nu al overal de kop opsteekt alleen maar aanwakkeren.”

Hoewel hij terughoudendheid bepleit bij het zoeken naar historische paralellen, denkt Beevor dat de situatie waarin Europa zich nu bevindt te vergelijken is met die in 1938, ten tijde van de crisis rond Tsjechoslowakije. „Het publiek wist toen niet hoe gevaarlijk nazi-Duitsland was. En het publiek heeft nu geen idee hoe gevaarlijk de crisis is die ons bedreigt. Net als toen stevenen we blind af op een catastrofe. Er is één belangrijk verschil: oorlog zorgt binnen een samenleving voor interne eenheid, terwijl een economische crisis die cohesie juist verscheurt. Dat stemt somber voor de toekomst.”

Antony Beevor: De Tweede Wereldoorlog. Vertaald door Corrie van den Berg, Carola Kloos, Pieter de Smit en Albert Witteveen. Ambo, 927 blz. € 39,95

    • Bart Funnekotter