Voortaan moeten leger en politie zich houden aan de wet

De noodtoestand, het belangrijkste instrument van repressie in Egypte, is gisteren opgeheven. Het was een dekmantel voor mensenrechtenschendingen.

Symbolisch is het heel belangrijk: gisteren kwam na 31 jaar een einde aan de beruchte en gehate noodtoestand in Egypte waaronder de autoriteiten volmacht hadden de grondwet te negeren en iedereen die een gevaar voor de staat werd geacht op te pakken, voor speciale veiligheidsrechtbanken te brengen en ongelimiteerd vast te zetten. Ook konden de autoriteiten kranten en andere publicaties confisqueren en verbieden en de vrijheid van vergadering inperken. De noodtoestand was in feite het belangrijkste instrument van repressie.

Opheffing ervan was vorig jaar februari een van de hoofdeisen van de demonstranten van Tahrir. Zij slaagden erin president Hosni Mubarak weg te krijgen, maar tot dusverre niet de noodtoestand.

De militaire junta die nog steeds het laatste woord heeft in Egypte, beloofde gisteren dat het leger de nationale veiligheid blijft waarborgen tot de machtsoverdracht op 30 juni aan de civiele president die over twee weken wordt gekozen. Maar niemand twijfelt eraan dat het leger ook daarna ingrijpende invloed houdt.

Niet alleen maakt een mede-generaal, Mubaraks vriend en laatste premier Ahmed Shafiq, goede kans als president te worden gekozen. Maar ook beoogt het leger dat zijn rol wordt vastgelegd in de komende grondwet. Al was het maar om zijn grote belangen in de nationale economie – schattingen lopen van 15 tot 40 procent – te beschermen.

Toch, zo zei de vooraanstaande Egyptische mensenrechtenactivist Hossam Baghat gisteren tegen het persbureau AP, is de opheffing van de noodtoestand van „cruciaal” belang. „De militairen en de politie opereerden onder een cultuur die hun voortdurend liet weten dat ze boven de wet stonden. Nu moeten ze zich houden aan de bestaande wetten en ze krijgen geen volmachten buiten de wet.”

De noodtoestand werd in 1981 afgekondigd na de moord op president Anwar Sadat door moslimextremisten. Terroristen en drugscriminelen waren officieel het doelwit van de maatregel onder verwijzing naar de nationale veiligheid. Maar de noodtoestand werd al gauw een groot vangnet voor iedereen die het regime hinderde, in het bijzonder ook politieke opposanten. In een cultuur van straffeloosheid maakten leger en politie zich schuldig aan routineuze folterpraktijken en andere grootscheepse mensenrechtenschendingen.

In januari maakte veldmaarschalk Tantawi, de voorzitter van de junta, bekend dat de noodtoestand alleen nog „schurken” en drugshandelaars gold. Maar het begrip schurk werd nauwelijks gedefineerd.

Het is niet duidelijk of nu ook een einde komt aan het toenemende gebruik van militaire rechtbanken om burgers te berechten. Volgens de internationale mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch zijn alleeen al vorig jaar meer dan 12.000 burgers, onder wie kinderen, voor militaire rechtbanken gebracht. Dat is meer dan het totale aantal burgers dat in de dertig jaar van Mubaraks bewind door militaire rechtbanken is berecht, zo meldde Human Rights Watch vorige maand.

Carolien Roelants

    • Carolien Roelants