Vogelnamen

Waarom ze de heggemus vroeger ook wel ‘bastaardnachtegaal’ noemden is mij altijd een raadsel geweest. Ik schrijf heggemus, maar afgaande op de richtlijnen van de nieuwe spelling zou het heggenmus moeten zijn, maar daar weiger ik aan mee te doen. Bastaardnachtegaal. Ook wel boerennachtegaal. Ik ontleen dit aan de vogelgids Zien is kennen van Nol Binsbergen en Mr. D. Mooij, die de volksnamen van de diverse vogels vermeldt. Een heggemus lijkt niet op een nachtegaal en zijn zang al helemaal niet. Een nachtegaal is op zijn minst Mozart, een heggemus Jan Smit. Het liedje klinkt als een heel saaie versie van dat van de winterkoning, zonder variaties en tempowisselingen, het is een vrij eentonig geratel, best aardig om te horen en ik luister er met welgevallen naar, maar dat hij bastaardnachtegaal wordt genoemd gaat mijn verstand te boven.

Groenling. Ook zoiets. Dat noemden we vroeger gewoon groenvink, net als in het Engels greenfinch. Groenling klinkt een beetje als groentje, een vogel die pas komt kijken en nog veel moet leren.

En dan heb je het zwartkopje. De vogelgids van Lars Johnson heeft consequent al die vertederende verkleinwoorden geschrapt, een zwartkopje heet een zwartkop, een goudhaantje goudhaan, een puttertje een putter en dat heeft mijn volledige instemming. Maar in mijn jeugd heette de zwartkop zwartkoptuinfluiter. Daar zat in elk geval enige logica in, want zijn zang lijkt op die van de tuinfluiter, hij begint net zo, maar gaandeweg wordt het melodieuzer en hoger van toon, terwijl het zingen van de tuinfluiter klinkt als een murmelend beekje. Het kabbelt maar voort.

Het lied van de zwartkop zou ik wel eens nagespeeld willen horen op piccolo. Het radioprogramma Vroege Vogels heeft ooit op mijn verzoek de winterkoning laten bewerken voor piano en de fitis voor hobo. Op mijn verlanglijstje staan nog de merel op orgel en de rietzanger op sopraansax. Wie durft?

    • Peter van Straaten