Tijd dat hij weer eens een topper pakt

Robin Haase verloor gisteren op Roland Garros in de tweede ronde. Er moet veel gebeuren wil hij een volgende stap maken.

Netherlands' Robin Haase hits a return to Russia's Mikhail Youzhny during their men's Singles 2nd Round tennis match of the French Open tennis tournament at the Roland Garros stadium, on May 31, 2012 in Paris. AFP PHOTO / JACQUES DEMARTHON AFP

Redacteur Tennis

Parijs. Robin Haase heeft het even niet wanneer Mikhail Joezni in de tiebreak in de tweede set op fortuinlijke wijze de netband raakt. „Hoeveel geluk heeft de man?” verzucht hij hardop, kort voordat het 2-0 wordt in sets en de Hagenaar afstevent op een verloren wedstrijd tegen zijn Russische tegenstander: 6-3, 7-6 en 6-4.

Opnieuw dus geen derde ronde op het Franse grandslamtoernooi voor Nederlands meest gekoesterde tennistalent van dit moment. Haase kreeg van de nummer 31 van de wereld, gewapend met een explosieve enkelhandige backhand, gistermiddag een harde les: toeslaan wanneer het moet.

Met een gebrek aan geluk had het verlies dan ook niks te maken en dat beaamde Haase na afloop van de wedstrijd. Het is „geen geluk”, zei hij, dat zijn tegenstander „op 15-30 steeds de bal tegen de lijn aan serveert” en zo minder vaak breakpoints tegen krijgt. „Dat dóét hij gewoon.”

En het is geen geluk dat Joezni zijn eerste setpunt in de tiebreak in de tweede set verzilvert met zijn fraaiste backhand van de wedstrijd. Dat is kwaliteit. „Zoals hij die bal slaat, dat moet ook mijn intentie zijn. Gewoon de kans die je hebt, aanpakken.”

Het is geen schande om te verliezen van iemand die acht plekken hoger staat op de wereldranglijst. Toch begint er iets te knagen nu Haase, na een uitstekend 2011 waarin hij zijn eerste ATP-toernooi won en op twee grandslamtoernooien de derde ronde haalde, zijn plafond lijkt te hebben bereikt rond plaats veertig. Misschien is dit het wel gewoon, en moet tennisminnend Nederland niet alle frustraties van een kwakkelende generatie fixeren op de 25-jarige Haase.

Maar hij heeft veel in huis, zo liet hij gisteren ook weer zien met afgemeten lobs en knappe passeerslagen. Zijn werkethos buiten de baan is bovendien voorbeeldig. Sinds kort heeft hij nog maar eens een fysiotherapeut aan zijn staf toegevoegd. Maar toch: wanneer wint hij weer eens van spelers die op de wereldranglijst hoger staan dan hem?

Zijn spel moet „constanter”, vindt Haase. „Ik kan goed serveren, ik kan goed mijn forehands versnellen, ik kan goed aanvallend spelen, ik kan goed verdedigen.” Het moet alleen allemaal wat vaker op de beslissende momenten samenvallen. „Net iets meer, net iets harder.”

Recentelijk verloor hij nipt van subtoppers Stanislas Wawrinka en Juan Carlos Ferrero. „Als mijn service iets beter wordt en mijn forehand net wat voller, dan ga je die duels echt winnen. En dan win je een derde set gewoon met 6-4. En dan sta je straks niet tegen Ferrero, maar tegen jongens als Ferrer”, de huidige nummer zes van de wereld. En dan kun je stappen maken, bedoelt Haase te zeggen.

Maar de statistieken zijn niet om vrolijk van te worden. Hoewel hij bijna net zoveel wedstrijden won als verloor (76 om 78), verloor hij wel 43 van zijn zeventig tiebreaks.

Dit lopende seizoen zelfs won hij er pas één, tegen vijf die verloren gingen. Haase ziet er geen tendens in. „Als ik nou twee dubbele fouten sla in de tiebreak, dan doe ik echt iets verkeerd. Maar nu heb ik eigenlijk niets fout gedaan, dus dan vind ik dat niet een stap die ik moet maken. Ik verwijt mezelf meer dat bij 0-30 mijn forehandreturn en daarna mijn backhandreturn niet goed zijn.”

Nog iets: na het verliezen van een eerste set kon je de Hagenaar dit jaar opvegen. Twaalf keer verloor hij na een 1-0 setachterstand en maar één keer wist hij dit om te buigen in winst. Vreemd voor iemand met de winnaarsmentaliteit van Haase, zoon van een Duitse vader. Maar kom niet aan met een eventuele mental coach als aanvulling van zijn staf. „Als iemand niks van tennis weet, hoe moet hij mij dan helpen?”