Teleurstelling bij ouders over beroep Robert M.

Robert M., de hoofdpersoon in de Amsterdamse zedenzaak, heeft goede redenen om in beroep te gaan tegen zijn vonnis, vinden zijn advocaten. Hypocriet, zegt de advocaat van de slachtoffers.

Ze hadden de zaak zo graag laten rusten en lekker op vakantie willen gaan, zegt Richard Korver, advocaat van de ouders in de Amsterdamse zedenzaak. „De teleurstelling onder de ouders over het hoger beroep van Robert M. is groot.”

Via Korver hadden de ouders vorige week M., veroordeeld voor het misbruik van 67 zeer jonge kinderen, gevraagd de zaak te laten rusten. Maar de oproep van de ouders blijkt tevergeefs. Robert M. (28) gaat toch in hoger beroep tegen zijn veroordeling tot 18 jaar cel en tbs. Dat liet een van zijn advocaten, Tjalling van der Goot, gisteren weten.

Advocaat Korver noemt de beslissing van M. hypocriet. „Tijdens de rechtszaak heeft hij meerdere malen gezegd dat hij spijt had en dat hij meeleefde met de ouders. Dat vonden de meeste ouders toen al niet geloofwaardig en nu al helemaal niet meer.”

De verdediging heeft het verzoek van de ouders wel degelijk serieus genomen, zegt Tjalling van der Goot. „De beslissing om in hoger beroep te gaan is zorgvuldig genomen.” Robert M.’s advocaten zeggen tot gisterochtend nog met hun cliënt te hebben overlegd over het besluit.

Er waren zwaarwegende argumenten om toch in hoger beroep te gaan, zegt Van der Goot. Volgens M.’s advocaat zit vooral de combinatie van de lange gevangenisstraf met tbs zijn client dwars. De tbs-maatregel had volgens hem niet opgelegd moeten worden, omdat M. niet mee heeft gewerkt aan de rapportage van het Pieter Baan Centrum, zei Van der Goot al tijdens zijn pleidooi. En als er dan toch behandeling plaats moet vinden, zou die eerder tijdens de straf in moeten gaan, zei hij.

Maar er zijn meer redenen om in beroep te gaan, zegt Van der Goot. „De rechtbank heeft bijvoorbeeld de verzachtende omstandigheden, die door ons waren aangevoerd, niet in het voordeel van M. meegewogen.” Na zijn aanhouding werkte Robert M. mee aan het onderzoek.

Het Openbaar Ministerie (OM) gaat in reactie op het besluit van Robert M. óók in hoger beroep. „We hadden de zaak liever laten rusten. Het is heel vervelend voor de ouders dat de zaak wordt overgedaan”, zegt een woordvoerder van het OM.

Het besluit van het OM om ook in hoger beroep te gaan is een strategische zet, zegt de Nijmeegse hoogleraar strafrecht Henny Sackers. „Dat doen ze om de mogelijkheid open te houden om meer dan de opgelegde 18 jaar te eisen bij het hof.”

Sackers denkt niet dat de hele zaak overgedaan hoeft te worden. Sinds een paar jaar bestaat de mogelijkheid voor het hof om het hoger beroep te beperken tot de aangevoerde twistpunten. „De advocaten van Robert M. moeten dan wel een document inleveren bij het hof waarin staat waar zij moeite mee hebben. Het hof kan dan een regiezitting organiseren, om te bekijken welke punten uit de zaak opnieuw behandeld zullen worden.”

Voordat het tot een regiezitting komt, moeten er eerst rechters gevonden worden die tijd hebben voor de zaak. „Het Amsterdamse hof is al overbelast, dus zal goed gekeken moeten worden naar de roosters van de rechters en de beschikbaarheid van zalen”, zegt Sackers, die niet verwacht dat het hoger beroep al in 2012 zal beginnen. „Normaal kan een hoger beroep al na zes maanden beginnen, maar dit is zo’n grote zaak dat met name de rechters – die volledig onbekend zijn met de materie – voldoende voorbereidingstijd nodig hebben.”

Ook Richard van O., de echtgenoot van Robert M., is voornemens in hoger beroep te gaan tegen zijn veroordeling, zegt Mark Winius, een van zijn advocaten. Van O. werd vorige week veroordeeld tot 6 jaar cel. Zijn advocaten hebben tot 4 juni de tijd om een hoger beroep in te dienen. Als zij dat niet doen, wordt het vonnis onherroepelijk verklaard.