Stapel fraudeerde denkelijk al voor ’99

Volgens de commissie die de fraude van sociaal-psycholoog Diederik Stapel onderzoekt, heeft de Tilburgse oud-hoogleraar ‘hoogstwaarschijnlijk’ al gefraudeerd toen hij van 1994 tot 1999 als beginnende onderzoeker in Amsterdam werkte. Stapel zelf ontkent dit echter. Dat blijkt uit nieuw materiaal dat openbaar is gemaakt op de website commissielevelt.nl.

Stapel werd vorig jaar ontslagen als hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg nadat hij had toegegeven op grote schaal onderzoeksgegevens te hebben verzonnen.

Stapels Amsterdamse periode is onderzocht door een aparte deelcommissie onder leiding van oud-KNAW-president Pieter Drenth. Die vond in zes artikelen aanwijzingen voor fraude (evidence of fraud). Dat is minder sterk dan duidelijk bewijs voor fraude (proof of fraud), zoals twee andere deelcommissies eerder vaststelden. Die commissies onderzochten Stapels werk in Groningen (2000-2006) en Tilburg (2007-2011). Naar verwachting wordt in of vlak na de zomer het eindrapport van de onderzoekscommissies gepresenteerd.

De conclusie over de periode 1994-1999 is minder hard, omdat ruwe gegevensbestanden uit die periode ontbreken. Daardoor kan eventuele fraude louter worden afgeleid uit hetgeen gepubliceerd is en kunnen geen data opnieuw geanalyseerd worden, of bekeken op verdachte patronen. Maar de commissie constateert bijvoorbeeld dat in één artikel de student-proefpersonen de „onmogelijke gemiddelde leeftijd” van 18 jaar hadden. Andere gemiddelden waren volgens de commissie onmogelijk bij de gerapporteerde proefpersoonaantallen en de onderzoeksopzet. Stapel heeft echter tegen de commissie gezegd dat hij in die periode niet heeft gefraudeerd.

Eerder hadden andere deelcommissies bewijs voor fraude gevonden in 21 van 32 onderzochte artikelen van Stapel en vijf uit vijf door hem begeleide dissertaties, in Gronings en Tilburgs werk. Een groot deel van die fraude heeft Stapel toegegeven.