Spock zou het wel weten met de staatsschuld

Leen lang en floreer. Deze variant op de bekende Vulcan-groet van Spock uit de Amerikaanse tv-serie Star Trek zou in Den Haag uiterst serieus moeten worden genomen. Gisteren daalde de effectieve rente op de tienjarige Nederlandse staatslening tot een diepterecord van 1,51 procent. Dit is volkomen onverdiend. Maar omdat we nu eenmaal in de slipstream van Duitsland zitten, krijgen we door de europaniek het lage tarief zomaar in de schoot geworpen.

De lage rente op de Nederlandse staatsschuld begint steeds meer te lijken op toegepaste valutapolitiek. Op de effectenbeurzen bestaat handel in zogenoemde ‘if and when issued’-effecten: die zijn er nog niet, maar je kunt er al wel in handelen. Op de valutamarkt heb je zogenoemde ‘non-deliverable forwards’. Dat zijn termijncontracten in valuta’s die helemaal niet vrij verhandelbaar zijn, maar waar je op deze manier toch in kunt speculeren. Ze hoeven helemaal niet echt te worden geleverd.

In wezen is een staatslening in een kernland van de eurozone – waaronder Duitsland, Nederland of Finland – op dit moment een ‘non-deliverable forward’ in een ‘if and when issued’-valuta: de nieuwe noordelijke munt die zal ontstaan, of overblijven, als de zaak uit elkaar klapt. Of hij nu euro blijft heten, neuro of guldenmark.

Aan het eind van de rit, als de staatslening wordt afgelost, wordt je in deze nog niet bestaande valuta uitbetaald. Vandaar dat de handel in Europese staatsleningen in wezen valutahandel is geworden. Spaanse euro’s doen het zo bezien niet best, want je wordt daar straks in terugbetaald, en wie weet welke vorm ze dan hebben.

Nederlandse euro’s doen het daarentegen uitstekend. De rente in het noorden is dan ook aanzienlijk gedaald, veel verder dan de grootste optimisten – of pessimisten – hadden kunnen dromen.

Leent de Duitse staat kortlopend tegen bijna nul procent? Kijk eens naar Nederland: het effectieve rendement op kortlopende schuldpapier met een looptijd van twee staat nu op 0,22 procent, die met een looptijd van ruim anderhalf jaar staat nog lager en die met een looptijd van iets meer dan een half jaar nagenoeg op nul. Hier zou, als het niet zo schreeuwerig stond, een uitroepteken passen. De korte rentes voor Nederland liggen inmiddels zeer ver onder het interbancaire Libor-tarief.

Voor langlopende rentes geldt hetzelfde. De 1,51 procent voor Nederlandse tienjaars staatsleningen is verbluffend laag. En zelfs op de staatslening met een resterende looptijd van 25 jaar, per 2037, is de effectieve rente nu onder de 2 procent. Dit is een volslagen verrassing voor de overheid. In maart 2011, toen het kabinet-Rutte er een half jaartje zat, ging het Centraal Planbureau (CPB) nog uit van een tienjaars rente van 4 procent in 2012. Op Prinsjesdag vorig jaar was die raming, in de Macro Economische Verkenningen, al teruggebracht tot 3,3 procent. En nog in maart van dit jaar bedroeg de schatting 2,3 procent.

Daar kan het CPB niets aan doen, overigens: niemand kon dit voorzien. Maar het voordeel is er. Een lagere rente van een procentpunt scheelt de schatkist bij een gemiddelde looptijd van zeven jaar voor de staatsschuld in het eerste jaar zo’n 600 miljoen euro, en uiteindelijk ruim 4 miljard euro per jaar. Maar dan moet je hem wel vastleggen.

Dat kan natuurlijk maar gedeeltelijk: de schuld ligt goeddeels vast, en wordt elk jaar slechts voor een deel ververst. Maar bij deze belachelijk lage tarieven zou je tegen demissionair minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) zeggen: spijker het vast. Leen tegen zo lang mogelijke looptijden. Er bloeit een klein bloempje in deze nare crisis.

Pluk het.

Maarten Schinkel

    • Maarten Schinkel