Pittig, maar zonder pit

Je gaat het pas zien als je het doorhebt, dus mij viel deze week pas op wat het mode-woord is van 2012: Pittig. En dan in de bezwerende vorm, zo van ‘De toestand is rampzalig, maar we zijn niet in paniek hoor.’ Zoals voetbaltrainers spreken over een pittige loting omdat Poule des Doods demotiverend klinkt.

De boekenbranche is inmiddels ook een Poule des Doods, vandaar dat de Weekbladpers groep – met Querido, Nijgh, De Arbeiderspers en De Bezige Bij de grootste literaire uitgever van Nederland – in zijn jaarverslag 2011 als ‘pittig’ kwalificeert. Ik heb altijd een stille liefde gevoeld voor de jaarverslagen van de Weekbladpers. Schaamteloos ijdel werden er pagina’s in besteed aan alle schrijvers die een prijsje hadden gewonnen, een bestseller hadden geschreven of gewoon Toon Tellegen waren (want af en toe moet er iets liefs over Toon Tellegen geschreven worden). IJdele trots, maar toch: trots. Een en ander werd afgesloten met één velletje financiële gegevens onder de kop (vier jaar geleden nog!) Still going strong.

Dat kon pittiger. Nu zijn er tien pagina’s financiën (lagere winst, lagere omzet, lager rendement) aangevuld met een beschrijvend gedeelte. Daarin staan fraaie foto’s van mannen en vrouwen achter gladde bureaus, die het over ‘talentontwikkeling’ hebben. ‘In dat kader’, schrijft een van de directeuren, ‘heeft Luk Dewulf (auteur van Ik kies voor mijn talent) op ons verzoek talentgesprekken gevoerd met management en medewerkers. Ook is begonnen met een training voor leidinggevenden in het voeren van talentgesprekken.’

Daarmee is Luk Dewulf de enige auteur die met naam wordt genoemd in het WPG jaarverslag. Over Tonnus Oosterhoff, Marente de Moor of Tonio geen woord. O, wacht: Henk Pröpper van De Bezige Bij noemt Peter Buwalda en Hans van Mierlo – maar Pröpper zit pas sinds december bij het bedrijf, waarschijnlijk heeft hij zijn talentgesprek nog niet gehad. Andere uitgevers – ook die van wie ik wéét dat ze geheel bestaan uit liefde voor literatuur – uiten alleen nog ‘pittige’ taal uit de managerswereld.

In een andere betekenis is het jaarverslag van alle pittigheid ontdaan. Want een pit is niet alleen iets waar je een zwakke tand op stukbijt, het is ook een zaadje waar later weer iets uit kan groeien. Misschien wil Toon Tellegen dit jaar een verhaal schrijven waarin de mier en de eekhoorn ergens een pit planten. Dan denken we het jaarverslag er zelf bij.

    • Arjen Fortuin