Pas bij duidelijk plan staken Rusland en China steun Assad

Zolang VN-gezant Kofi Annan niet met een breed gedragen plan voor het Syrië na Assad komt, zullen Rusland en China het regime niet laten vallen. De Europese Unie moet helpen de Syrische oppositie te verenigen, betoogt Marietje Schaake.

Houla, Hama, Deir. Terwijl de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties nog bezig was met de veroordeling van het bloedbad afgelopen weekend in Houla, waarbij 108 doden vielen, kwamen 30 mensen om bij aanvallen op Hama. Een dag later vielen nog eens 98 doden, verspreid over het land. Syrië beleeft een van de bloedigste weken sinds het begin van de opstand tegen het regime-Assad.

De internationale gemeenschap staat erbij en kijkt ernaar, en geeft Assad door haar interne verdeeldheid praktisch vrij spel. Het is duidelijk dat hieraan een eind moet komen, maar snelle en simpele oplossingen zijn er niet.

De basis is dat er een duidelijk plan komt voor Syrië na Assad. Zolang er geen alternatief is en zolang er geen scenario’s klaarliggen over hoe het land na diens aftreden moet worden bestuurd, zullen Rusland en China het regime niet laten vallen en kunnen de Verenigde Naties geen vuist maken. Ondanks de steun van Moskou aan Assad wordt het tijd dat we Rusland niet langer zien als obstakel voor een oplossing, maar als essentiële partner. Het bloedbad in Houla lijkt ook het Russische geloof in een toekomst van Syrië met Assad te hebben geschaad.

VN-gezant Kofi Annan kan zijn vredesplan nog net redden en zijn geloofwaardigheid behouden als hij de internationale gemeenschap op één lijn krijgt over het scenario voor een Syrië na Assad. Een scenario als in Jemen, waar president Saleh de macht heeft overgedragen aan zijn vicepresident, is een optie – Obama besprak dit tijdens de G8-top vorige week al met de Russische premier Medvedev – maar ook dan geldt: wat is het alternatief voor Assad?

De internationale gemeenschap zal met de Syrische oppositie moeten werken aan een duidelijk plan, een tijdspanne en een set gedeelde uitgangspunten en belangen die kunnen dienen als het fundament voor een nieuw Syrië – een fundament op basis waarvan een democratisch parlement en vervolgens een civiele regering kunnen worden gekozen. Dit klinkt duidelijk, maar het is vanwege onderlinge verdeeldheid een grote klus. Zelfs de Arabische Liga slaagde er onlangs weer niet in de Syrische oppositie met elkaar in gesprek te laten gaan, laat staan zich te verenigen. Het onderlinge wantrouwen binnen de oppositie is een van de grootste bedreigingen voor de oplossing van het conflict.

Bewapening van de oppositie is daarom een onbegaanbare weg. Bovendien is het ethisch zeer de vraag of je ongetrainde mannen moet bewapenen tegenover een getraind leger. Dit wakkert de dreiging van een burgeroorlog aan en leidt de aandacht af van het gezamenlijke doel: een gedeelde toekomstvisie voor Syrië. In de tijd die de oppositie nodig heeft zich te verenigen, moet het Westen alles doen om Assad te verzwakken en het leger simpelweg minder kans te geven burgers te doden.

Annan moet ten eerste een uitbreiding van de waarnemingsmissie bepleiten. In plaats van driehonderd moeten er minstens drieduizend waarnemers komen, opdat het geweld zal afnemen. We hebben hen nodig op de grond, in alle dorpen, in het bijzonder in gebieden waar de oppositie het sterkst is. De Europese Unie moet bereid zijn een substantieel deel van deze nieuwe waarnemers te leveren. Dit geldt ook voor Turkije en de leden van de Arabische Liga. Wat mij betreft, zijn ze over twee weken daar.

De EU moet bovendien haar rol als grootste handelspartner van Syrië inzetten. Niet alleen moet de handel stoppen – of worden voorzien van voorwaarden – op het niveau van de regering, ook individuen uit de zakelijke elite moeten worden gedwongen tot een keuze.

Ook moet de EU op z’n minst haar eigen sancties handhaven. Al twee keer was er een incident waarbij via Europa wapens aan Syrië werden geleverd. Dit is een grote schending van de geloofwaardigheid van de EU. Ik bepleit dat de Europese Commissie de handhaving van sancties gaat monitoren en controleren en dit niet overlaat aan de EU-lidstaten. Dit geldt ook voor het exportverbod van Europese technologie naar Syrië, technologie waarmee Assad al het internet- en mobieletelefoonverkeer kan afluisteren en cyberaanvallen tegen burgers uitvoert. We moeten werken aan extra capaciteit voor (vrij) internet en mobiel verkeer, opdat informatie breed wordt gedeeld en burgers zich kunnen organiseren. Een gebrekkige toegang tot informatie, naast het afsluiten van elektriciteit, water, voedsel en medicijnen, isoleert mensen en maakt hen afhankelijk van de overheid.

De EU moet ten slotte via buurland Turkije humanitaire hulp bieden en vluchtelingen helpen opvangen. Meer dan een miljoen Syriërs in het grensgebied hebben behoefte aan water, voedsel en medische hulp.

Het zijn lapmiddelen als we er niet in slagen samen met de Syrische oppositie een plan te maken voor een nieuw en vrij Syrië na Assad – een plan dat sektarisch geweld, zoals in Irak na Saddam Hoessein, moet voorkomen. De internationale gemeenschap kan de dialoog faciliteren, maar de Syriërs moeten het uiteindelijk zelf doen. De Syrische oppositie heeft een grote eigen verantwoordelijkheid.

Marietje Schaake is Europarlementariër voor D66.

    • Marietje Schaake