Oud-burgemeester Peking betwist partijlijn 'Tienanmen'

Het Chinese Politbureau zelf besloot in 1989 keihard de protesten neer te slaan, zegt toenmalig burgemeester van Peking Chen Xitong in een opmerkelijk kritisch boek.

Bij de oostelijke en westelijke metro-uitgangen naar het Plein van de Hemelse Vrede zijn de politieposten versterkt. Nog meer agenten in burger dan normaal staan spiedend te roken bij Mao’s tombe. Op het grootste en belangrijkste plein van China marcheren vandaag meer geüniformeerden dan toeristen.

Alsof op elk moment de geschiedenis van 1989 zich zal herhalen en honderdduizenden studenten en hun aanhangers hun Occupy-achtige tenten zullen opslaan. De meeste jongeren weten niet eens waarom de veiligheidsmaatregelen hier zijn uitgebreid. Van de zogeheten Tiananmendemonstraties hebben zij nooit gehoord want daar staat bijna niets over in de geschiedenisboeken.

Vandaag 23 jaar geleden – vrijdag 1 juni 1989 – besloten de Chinese leiders na een reeks paniekerige bijeenkomsten al weken durende demonstraties keihard te onderdrukken. Twee dagen later, in de nacht van 3 op 4 juni, kwamen tanks- en infanterie-eenheden in actie met honderden doden en duizenden gewonden tot gevolg. Hoeveel jongeren werden platgewalst of doodgeschoten is nooit precies vastgesteld, de schattingen lopen uiteen van de officiële 200 tot de officieuze 800 tot 1.000.

Wat voor Chinese tv-kijkers en krantenlezers vandaag ook verborgen blijft is de publicatie van een opmerkelijk boek van de toenmalige burgemeester van Peking Chen Xitong (81). In de geschiedschrijving over de Tiananmendemonstraties geldt oud-burgemeester Chen, later gepromoveerd tot lid van het Politbureau, als de belangrijkste hardliner. Chen zou de manoeuvres tegen de studenten hebben geleid vanuit het commandocentrum. Later stond zijn naam onder het partijrapport over wat ‘de onderdrukking van de contrarevolutie’ is gaan heten.

Chen zegt nu dat ‘het 4 juni-incident’, zoals het bloedbad eufemistisch wordt genoemd in de Chinese pers, „een betreurenswaardige tragedie was die had kunnen worden voorkomen”. Het ging de meeste studenten niet om de omverwerping van de partij of politieke hervorming, maar om sociale gerechtigheid, betere banen en het aanpakken van corrupte bestuurders. Kwesties die nog altijd actueel zijn, erkent Chen.

Hij ontkent verantwoordelijk te zijn geweest voor de slachting. De beslissingen werden genomen door de topleiders, zegt Chen. Het officiële verslag was ook door anderen opgesteld. Hij moest alleen zijn handtekening zetten, zelfs de spelfouten mocht hij niet corrigeren. Chen zegt nu dat het rapport „niet de echte feiten bevat” en dat de tijd is aangebroken dat „de echte waarheid” wordt geopenbaard. De partij is nog altijd niet bereid de archieven open te stellen voor onderzoek. Vermoedelijk uit vrees voor gezichtsverlies en beschadiging van de reputatie van Deng Xiaoping en de toenmalige leiders. Buitenlandse historici en sinologen hebben allang geconcludeerd dat Deng, de grondlegger van de Chinese economische hervormingen, de inzet van tanks goedgekeurd had.

Oud-burgemeester Chen Xitongs motief om naar buiten te treden kan met zijn leeftijd en ziekte (vergevorderde leverkanker) te maken hebben. Hij heeft ook een appeltje te schillen met de partij. Hij was het eerste lid van het Politbureau dat in 1995 werd aangeklaagd en afgezet wegens corruptie. Chen zat 16 jaar gevangen.

In Hongkong wordt ondertussen gedemonstreerd ter herdenking van de slachtoffers. Betogers eisen vrijlating van destijds gearresteerde studenten en arbeiders. Volgens de Amerikaans-Chinese mensenrechtenorganisatie Dui Hua worden van de meer dan 1.000 veroordeelden nog 12 vastgehouden. Het zou gaan om „de mannen gaat die indertijd op de tanks sprongen, de molotovcocktails gooiden en poogden legervoertuigen in brand te steken”.

Onder hen bevindt zich volgens Dui Hua niet de Pekinger die dankzij de foto van Jeff Widener van het persbureau AP wereldberoemd werd, omdat hij in zijn eentje probeerde een colonne tanks tegen te houden.

    • Oscar Garschagen