Op potten en pannen slaan de Canadezen woede van zich af

Talrijke Canadese betogers ontdekken sinds vorige week slaan op potten en pannen als moderne protesttaal tegen de groeiende ongelijkheid. ‘Het is iets spontaans, van onderaf.’

In Montreal protesteren inmiddels lang niet meer alleen studenten. De stad is ontwaakt, zegt Nicola Kinley, kok van beroep, over de oplopende sociale woede tegen de negen jaar zittende regering. Foto AFP

Van een grote afstand zijn ze al te horen, voordat je ze ziet: demonstranten in de Canadese stad Montreal met potten, pannen en pollepels. Elke avond lopen ze door de stad, in meerdere optochten van honderden tot duizenden deelnemers. Ze slaan erop los, tegen bezuinigingen op sociale uitgaven. En vóór het recht om hun ongenoegen op luide wijze kenbaar te maken.

„We komen op voor onze fundamentele rechten”, zegt Jean-Pierre Lord. Lopend door het centrum slaat hij met een lepel op een grote pan. „De regering wil bezuinigen op alle sociale voorzieningen. Burgers moeten betalen, terwijl de regering zorgt voor vriendjes in de zakenwereld. Ze proberen ons de mond te snoeren. Het is onze plicht om ons te verzetten.”

De kakofonie maakt deel uit van een diepe sociale onrust die de Franstalige provincie Québec beheerst – en die inmiddels is uitgegroeid tot de krachtigste protestbeweging in Noord-Amerika sinds ‘Occupy’. Wat drie maanden geleden begon als een protest van studenten tegen verhoging van collegegeld, is uitgelopen op luidruchtige massademonstraties tegen een neoliberale regering, met bijval van activisten en vakbonden elders in Canada en daarbuiten.

„Je kunt zeggen dat de Québécois op dit moment een voorhoede vormen van protesten tegen wat wordt gezien als groeiende ongelijkheid, bezuinigingen op sociale uitgaven, en toenemend wantrouwen tegen politieke elites”, zegt Luc Turgeon, politicoloog aan de Universiteit van Ottawa. „Er heerst een gevoel dat ongelijkheid groeit in Noord-Amerika, en een vrees dat de economische crisis wordt gebruikt om sociale voorzieningen te ontmantelen, zonder voldoende debat.”

Vorige week bracht een demonstratie in Montreal naar schatting 200.000 mensen op de been. Het was een boze reactie op een noodwet van de regering van Québec om demonstraties tegen hoger collegegeld te beperken. Doel van ‘Loi 78’ was een einde te maken aan rellen over het collegegeld. Maar het gevolg was een vlaag van verontwaardiging over wat velen zien als een „draconische” beperking van het recht op vrije meningsuiting.

Sindsdien is de sociale onrust van Québec een nieuwe fase ingegaan: van een protest van studenten met hun logo van een rood blok – symbool voor armoedebestrijding – is het gegroeid tot een bredere protestbeweging tegen een negen jaar zittende regering die volgens tegenstanders corrupt is en niet de belangen van de bevolking dient.

Eisen van de pannenbonkers overlappen soms met die van Occupy: minder aandacht voor zakenbelangen en begrotingsdiscipline, en meer voor burgers en collectieve voorzieningen, zoals onderwijs.

Het idee om uit onvrede op potten en pannen te slaan is ontleend aan protesten in Latijns-Amerika – en dient mede als een uiting van het Latijnse karakter van Franstalig Québec. Oorsprong van het gebruik ligt in Chili in de jaren zeventig, eerst onder de socialistische president Salvador Allende om te protesteren tegen voedseltekorten, later tegen de dictatuur van generaal Augusto Pinochet. De Spaanse term voor dergelijk protest is cacerolazo. In Québec wordt gesproken van casseroles.

Niet alleen studenten doen mee; ook mensen van andere achtergronden zijn inmiddels gemobiliseerd. „Mensen zijn samengekomen om te zeggen dat er iets mis is”, zegt Nicola Kinley, kok van beroep. Ze bonkt met een pannendeksel op het stuur van haar fiets. „Geld wordt weggehaald bij sociale projecten, ze gaan ervan uit dat mensen er niets tegen doen. Maar Montreal is ontwaakt, dankzij deze beweging beseffen we dat we gezamenlijk de regering kunnen aanspreken als we veranderingen willen.”

De manier waarop de casseroles in mum van tijd zijn aangeslagen als instrument van protest is een voorbeeld van de invloed van sociale media op een beweging als die in Québec. „Iemand is de afgelopen week met het idee gekomen, en het heeft zich razendsnel verspreid via Facebook en Twitter”, zegt Turgeon. „Het is iets spontaans van onderaf. Het toont hoe met sociale media groepen kunnen worden gevormd en mogelijkheden kunnen worden gecreëerd om bijeen te komen en te demonstreren.”

Bovendien heeft het pannenprotest een breder bereik dan het andere symbool van de beweging, het Rode Blok. Waar Engelstalig Canada veelal afwijzend reageerde op de protesten tegen verhoging van het collegegeld in een provincie die het laagste collegegeld kent van Noord-Amerika, slaat het protest met de pannen juist aan onder sommige delen van de bevolking buiten Québec. Activisten en groepen die eerder Occupy steunden zien er een nieuw vehikel in.

„Breng potten en pannen en pollepels mee, uit solidariteit met de opstand in Québec tegen bezuinigingsbeleid”, luidt de oproep tot een solidariteitsprotest in Toronto in het kader van een ‘avond van de casseroles in Canada’. Onder die titel werden deze week pannenprotesten gehouden in plaatsen in heel Canada – en sommige steden in de VS, waaronder New York. Daar riep Occupy op tot steun aan Montreal. Vandaag wordt in San Francisco op pannen gebonkt. „Solidarity against austerity” was het devies in Toronto (solidariteit tegen bezuinigingsbeleid).

Toch is niet iedereen in Montreal even trots op het kleurrijke fenomeen. Maanden van onrust, rellen en protesten hebben een tol geëist van het imago van de stad. De VS hebben een reiswaarschuwing afgegeven. Met de economisch belangrijke zomerfestivals voor de deur, waaronder volgend weekeinde de jaarlijkse Formule 1 autorace, staat de regering van Québec onder grote druk van het bedrijfsleven om het conflict over collegegeld waarmee alles begon, zo snel mogelijk te schikken. Gehoopt wordt dat dan de sociale rust terugkeert.

„Het tast de reputatie van de stad aan”, zegt Ali Sam, een winkelier aan rue Sainte-Catherine, de belangrijkste winkelstraat van Montreal. „Dit kan zo niet nog een jaar doorgaan, het is slecht voor de provincie. Bedrijven betalen de prijs. Ik begrijp dat er frustraties zijn, maar in een democratische samenleving moet je compromissen sluiten. Je kunt niet altijd alles krijgen wat je wilt.”