opinie

    • Hugo Camps

Op de gierkar

J an van Halst zei dat hij niet kon wachten op een rel bij Oranje. Het was hem allemaal iets te veel Hoenderloo. Stamppot, klaverjassen, playstation, porno wie weet. Jan pleitte voor spectaculair verderf. Misschien zou Klaas-Jan Huntelaar voor de verhoopte clash kunnen zorgen: ostentatief kap over de haag. Met een klap terug naar vrouw en kinderen.

De terrorist Jan van Halst.

Zie hem zitten en je denkt aan een verkoper van tweedehands auto’s. Of nog: aan het jongste hulpje in een Londense kledingzaak. Vrouwenkapper kan ook. Bijna zijn hele voetballeven was een stuiterend harkparcours. Nooit eens iets fijnzinnigs.

Humor? Ook niet. Grapjes tussen bietenveld en hooimijt, in gebedstand. Maar nu is hij dus toegetreden tot de wereld. Met een hoogst eigen mening, met computervinger, als oorlogshitser zowaar.

De Mladic van Oranje.

Natuurlijk is het om te lachen. Alles wat Jan doet en zegt is om te lachen. Daarom was zelfs Joop Munsterman van FC Twente op hem uitgekeken: niet te harden, die moralistische lolbroek. Het moet nog ergens over gaan. Tsja, in het slijmspoor van Van Halst eindig je dan toch bij iets Rabobankachtigs.

Met welk gezag oordeelt hij eigenlijk over het Nederlands elftal? Hij redde het niet eens bij Ajax. Middenvelder van het laatste knoopsgat. Reserve van zichzelf. Dat hoor je er nu niet meer aan af. Van Halst speelt de doctorandus van dienst in het nationale kippenhok. En berg je als zijn gelaat verkrampt in het ijzergedrocht van een lach.

Marco van Basten meende zich als collega van Van Halst ook te moeten uitspreken over het Nederlands elftal. Niets deugde. Het systeem niet, de coach niet, het vertoonde spel al helemaal niet. Dat Marco een onbetamelijke lefgozer is, wisten we van uit de tijd dat hij nog schitterde bij AC Milan. Nochtans, een groot spreker was hij toen niet.

Gehaktbaltaal.

Nu vloeit hij in retoriek als een orgel, Rijkaard en Gullit voorbij. En zoals we dat gewend zijn van een spits: hij ontziet niemand. Vooral zijn opvolger als bondscoach niet, Bert van Marwijk. Tenslotte: schoonvader van de door hem zo gehate Mark van Bommel.

Hij, stuurman op de gierkar.

Je kan niet zeggen dat zijn doorstart als coach van het Nederlands elftal een succes is geweest. Onder zijn leiding werd Oranje een wegwerpproduct. Respect noch liefde op overschot. Een eindeloos klaaglied. Aan de erfenis van Dick Advocaat heeft hij niets toegevoegd, behalve idiote experimenteerzucht.

Ik word altijd een beetje zeeziek als voetbalcoaches een collega-trainer gaan beoordelen. Spreek dan liever over de Wallen, voor mijn part over Syrië, desnoods over het ideologische sletje van GroenLinks. Of spreek eens over de onmacht en het falen van jezelf.

Volgens analist Van Basten had Van Marwijk het elftal ondergeschikt gemaakt aan namen. Heeft Rinus Michels ooit anders gedaan? Of Leo Beenhakker? Namen gaan nu eenmaal de voetballer vooraf – Van Basten kan het als geen ander weten. In zijn galstenen over het spel van Oranje zat iets van oud zeer. Misschien sluimerende rancune.

Indecent.

De nobody Jan van Halst kan zich dat permitteren, maar Marco van Basten niet. Hij is wél een ervaringsdeskundige. Hij wordt vereerd, is het niet als orakel dan toch als icoon van Oranje. Juist zijn luister verplicht tot enige terughoudendheid. Maar wie is in deze dagen van Oranjegekte nog wel gereserveerd? Ik hoorde zelfs het christelijke chagrijn Arie Slob in een amechtige poging om psalmen in te ruilen voor hoempapa.

Oranje als genetisch misverstand, helaas ook dat.

    • Hugo Camps