Obama's geheime oorlog

Barack Obama was nog geen jaar president toen hij de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. „Geweld brengt nooit permanente vrede. Het schept alleen nieuwe en ingewikkelder problemen”, citeerde hij destijds Martin Luther King. Maar hij zei ook dat „de wapens van de oorlog een rol hebben bij het bewaren van de vrede”. De uitdaging is, zei hij, „deze twee ogenschijnlijk onverzoenlijke waarheden met elkaar te rijmen”.

Inmiddels is duidelijk dat die wijsheid de Amerikaanse president niet heeft behoed voor een ernstige en fundamentele ontsporing. De oorlog in Irak heeft hij beëindigd, die in Afghanistan is hij aan het afwikkelen, maar ondertussen voeren de Verenigde Staten een nieuw soort geheime oorlog, die ook veel „nieuwe en ingewikkelde problemen” veroorzaakt.

Centraal in die oorlog staan liquidaties van terreurverdachten, die Amerika vooral met behulp van onbemande vliegtuigjes (‘drones’) uitvoert in Pakistan, Jemen en Somalië, landen waarmee het niet in oorlog is. Op basis van advies van inlichtingendiensten, maar zonder enige vorm van proces of extern toezicht, bepaalt de regering van Obama wie zó verdacht is dat hij in aanmerking komt om gedood te worden.

Soms is de naam van het doelwit bekend, soms ook niet. Meestal gaat het om een buitenlander, maar een Amerikaans burger kan eveneens uit de weg geruimd worden. Soms wordt op de koop toe genomen dat ook gezinsleden sneuvelen. In bepaalde regio’s worden voor het gemak alle volwassen mannen maar beschouwd als terroristen, en dus als legitiem doelwit.

Uiteindelijk beslist de president zélf over al deze informele doodvonnissen, onthulde The New York Times deze week. Welke criteria hij hierbij hanteert is onduidelijk, want de hele procedure is geheim.

Deze vorm van oorlogvoering kost minder levens en minder geld dan het sturen van een invasiemacht. Maar het is een gevaarlijke en verwerpelijke ontwikkeling. Het is de vraag of het een effectieve manier is om terrorisme te bestrijden of te voorkomen. Het risico is groot dat het de radicalisering alleen maar versterkt, zoals in Pakistan en Jemen al zichtbaar is. Ook in strategisch opzicht is het een heilloze weg: Obama’s uitgangspunt om de internationale statuur van zijn land te herstellen wordt hiermee ernstig ondergraven. De ‘drones’ worden symbool voor een supermacht die waar en wanneer hij maar wil afrekent met iedere vermeende dreiging. Dit past een democratische rechtsstaat niet.

Andere landen zullen in het Amerikaanse voorbeeld een rechtvaardiging zien om met hun eigen vermeende dreigingen ook zo af te rekenen. Andere Amerikaanse presidenten zullen deze macht over leven en dood niet meer uit handen willen geven. Amerika’s vrienden en bondgenoten zouden hiertegen zeker zo luid moeten protesteren, als ze deden tegen de gevangenis op Guantánamo Bay.