'Obama houdt cruciale informatie achter'

Volgens Micah Zenko is Obama net als George Bush een ‘oorlogspresident’. Hij verwijt hem dat hij het debat probeert te verstikken. „Wij zijn toch een democratie?”

Een decennium „onder de dikke wolk van oorlog is voorbij”, zei president Barack Obama vorige maand in Kabul, toen hij de terugtrekking van de meeste Amerikaanse troepen uit Afghanistan voor 2014 nog eens aankondigde. „We zien het licht van een nieuwe dag aan de horizon.”

De speech werd in Amerika goed ontvangen. Bijna geen Amerikaan leek te weten dat de War on Terror, een erfenis van George W. Bush, door Obama minstens zo hard wordt voortgezet, zegt Micah Zenko van de Amerikaanse denktank Council on Foreign Relations. „De oorlog gaat door, alleen de middelen zijn anders. De troepen komen naar huis, maar het aantal aanvallen met onbemande vliegtuigen is spectaculair gestegen.”

Zenko geldt als de grootste expert op het gebied van oorlogsvoering met drones, onbemande vliegtuigen. Volgens zijn berekening sloegen Amerikaanse drones het afgelopen decennium zeker 350 keer toe in Pakistan, Jemen, Irak of Afghanistan. Daarbij zijn ongeveer 2.000 doden gevallen. Juist de laatste maanden neemt het aantal aanvallen sterk toe, vooral tegen vermeende terroristen van Al-Qaeda in Jemen. „Drones vervangen de reguliere oorlogsvoering, met troepen op de grond”, zegt Zenko. In tien jaar tijd is het aantal onbemande vliegtuigen gestegen van vijftig naar circa 7.500.

Deze week verscheen een onthullend artikel in The New York Times, waarin tientallen (oud-)medewerkers in het Witte Huis het beeld schetsen van een president die eigenmachtig over het doden van vermeende terroristen beslist. Obama is, volgens het artikel, zelf degene die de zogeheten ‘kill list’ samenstelt. Hij raakte zo persoonlijk betrokken, omdat hij een paar dagen na zijn inauguratie, begin 2009, vernam dat burgers waren omgekomen bij een drone-aanval. Sindsdien wil Obama meer aan de knoppen zitten, maar is de definitie van ‘burger’ behoorlijk opgerekt: alleen slachtoffers van wie postuum de onschuld wordt bewezen, vallen nog onder die categorie. Anonieme medewerkers betwijfelen daarom dat het afgelopen jaar geen burgers zijn gedood bij drone-aanvallen, zoals John Brennan, Obama’s anti-terreurcoördinator, onlangs zei.

Micah Zenko maakt zich zorgen, zegt hij, over het gebrek aan openheid bij de Amerikaanse regering. „Spreek een Amerikaanse regeringsfunctionaris aan over oorlogvoering met onbemande vliegtuigen, en je hoort woorden als ‘chirurgisch’, ‘precies’, ‘uitschakelen’. Het zijn woorden die een suggestie wekken van schone oorlogsvoering. Maar als je doorvraagt, en je wilt weten hoe veel dode familieleden van een terreurverdachte acceptabel zijn, of hoe vaak het mis gaat, dan hoor je niets meer dan vaagheden. Ze zeggen dat het binnen het internationaal recht past. Of ze zeggen dat het onder militaire geheimhouding valt. Op die manier blijft deze oorlog iets abstracts, alsof het het publiek niet mag weten wat er gebeurt.”

Hoe verklaart u dat gebrek aan openheid?

„Nou ja, ik wil ook niet dat iemand ziet hoe ik mijn artikelen schrijf. Niemand houdt ervan bekeken te worden. Het is een menselijke reflex. Daarbij wil Obama zo min mogelijk debat in eigen land, zodat hij minimale verantwoording hoeft af te leggen.”

Waarom zou debat over drones een probleem zijn? Amerikanen zijn er in overweldigende meerderheid voor.

„Ze zijn voor omdát er geen debat is. Een woordvoerder van het Pentagon zei pas geleden dat er maar ‘heel weinig’ burgerdoden vallen. Hoe weinig? En hoe wordt dat gemeten? Nee, dat kon hij allemaal niet zeggen. Dat is een probleem in een land dat zichzelf een democratie noemt. Burgers moeten geïnformeerd worden om mee te beslissen, maar de regering houdt cruciale informatie achter.”

U noemt de drone-oorlog Amerika’s Derde Oorlog, sinds 11 september 2001. Is Obama een oorlogspresident als Bush?

„Ik ken Obama’s morele weging van oorlog niet. Hij stapt af van oorlog op de grond, maar breidt de oorlog met drones uit. Dat hoeft niet te duiden op een andere morele afweging, eerder komt het door verbeterde technologie. Ik vind dat de continuïteit opvalt. John Brennan zei een maand geleden dat Amerika het recht heeft iedereen te doden die lid is van Al-Qaeda of aanverwante organisaties. Dat principe is dus nog altijd leidend.”

Wat is volgens u het grootste nadeel van de strategie van onbemande vliegtuigen?

„Het lost niets op. Strijd tegen terreurbewegingen kun je volgens alle literatuur op twee manieren winnen: door te infiltreren in die bewegingen of door een proces van politieke verzoening op gang te brengen. Drones doen geen van beide. Ze doden. Maar ze zaaien ook nieuwe anti-Amerikaanse gevoelens. Al-Qaeda kan even hard verder rekruteren. In Pakistan en Jemen is de woede op Amerika enorm toegenomen. De Amerikaanse ambassadeur in Islamabad zei: ‘Ik kan drie miljard dollar aan hulp uitgeven, maar Pakistanen zien mij alleen maar als gezicht van een regering die Pakistaanse burgers doodt’. We maken de wereld zo niet veiliger.”

Omdat het Witte Huis en het Pentagon zwijgen, onderzoekt Micah Zenko nu zelf de Amerikaanse oorlogsvoering met onbemande vliegtuigen. Hij noemde deze week in Foreign Policy Magazine twaalf Amerikaanse bases, in drie continenten, van waaruit drones opstijgen. De bases liggen niet alleen in Pakistan of Afghanistan, zegt Zenko, maar ook in landen waar je ze minder verwacht: Qatar, Turkije, Ethiopië, de Filippijnen. Meestal stijgen vliegtuigen op om te surveilleren, soms om iemand te doden. Hij roept lezers op mee te helpen zoeken, via Google Maps bijvoorbeeld.

„Mijn punt in het artikel”, zegt Zenko, „is dat ik als Amerikaans burger wil weten hoe mijn regering geweld inzet in de wereld. Het mantra is dat alleen mensen worden gedood die Amerikanen wilden doden. Maar echt debat ontstond niet eens toen vorig jaar de Jemenitisch-Amerikaanse Anwar al-Awlaki [ideoloog van Al-Qaeda-op-het-Arabisch-schiereiland, red.] werd gedood. Defensie wil het document niet vrijgeven waarop het vermoorden van Awlaki wordt goedgekeurd. Daaruit leid ik af dat niemand in Washington zin heeft in een principiële discussie, zelfs niet wanneer een Amerikaans staatsburger het slachtoffer is.”

    • Guus Valk