Nummer gaat straks een eigen doelpunt maken 4

Het voetbal wordt bedreigd door corruptie en matchfixing. Aanwijzingen zijn er in overvloed, hard bewijs ontbreekt. En bijna niemand doet er wat aan.

Simon Kuper

Sporthistoricus

De aanvoerder van Lazio Roma zit voorlopig in de gevangenis, als verdachte in een Italiaanse omkoopaffaire. Antonio Conte, coach van de Italiaanse landskampioen Juventus, wordt onderzocht op verdenking van ‘sportfraude’ tijdens zijn periode bij Siena. Ook de Italiaanse voetballegende en verwoede gokker Christian Vieri is een verdachte. De international Domenico Criscito zal het EK missen, nu de politie zijn huis in Genua heeft doorzocht. Leonardo Bonucci (Juventus) zit wel bij de EK-selectie, al heeft hij officieel te horen gekregen dat hij wordt onderzocht.

Het Italiaanse onderzoek beslaat inmiddels al meer dan twintig clubs. Het betreft het ergste gokschandaal in de landsgeschiedenis, zegt John Foot, Britse historicus van de Italiaanse sport. We zien de teloorgang van het Italiaanse voetbal. Maar erger nog: Italië kan een voorbode worden voor veel andere landen, waaronder wellicht Nederland. Zelfs WK’s zijn waarschijnlijk niet meer schoon. Gokschandalen zijn de meest serieuze bedreiging voor het voetbal.

De gokepidemie in de sport heeft zijn wortels in de opkomst van Aziatische economieën en internet, aan het begin van deze eeuw. Steeds meer goklustige Aziaten hadden het geld om op Europees voetbal te gokken, en dankzij internet ook meer gelegenheid.

Tjeerd Veenstra, directeur van de Lotto, zegt: „Er is een soort financiële markt ontstaan, en die markt is zonder enige controle.” Veenstra schat dat er jaarlijks voor circa 200 tot 300 miljard euro op sport wordt gegokt. Op een grote Engelse wedstrijd wordt wereldwijd soms wel 1 miljard euro gezet. Ter vergelijking: de totale inkomsten van alle Europese profclubs waren in het seizoen 2007/’08 nog geen 20 miljard. De goksector is dus ongeveer tien keer groter dan de voetbalsector. Gokkers zijn rijk genoeg om voetballers om te kopen.

Wie gelooft dat dat alleen in vage Oost-Europese of Aziatische competities gebeurt, moet de recente WK-geschiedenis bestuderen. Op het WK 2002 won het Zuid-Korea van Guus Hiddink in eigen land de kwartfinale tegen Italië met 2-1, nadat de Ecuadoreaanse scheidsrechter Byron Moreno een strafschop aan Zuid-Korea had geschonken, een zuiver Italiaans ‘gouden doelpunt’ had afgekeurd en de Italiaan Francesco Totti rood had gegeven. Kort na het WK raakte Moreno verdacht van omkoping in de Ecuadoreaanse competitie. In 2010 werd hij op het John F. Kennedy-vliegveld in New York gepakt met zes kilo heroïne in zijn onderbroek. Hij zit nu een celstraf van dertig maanden uit. Dat Italië in 2002 geen wereldkampioen werd, ligt mede aan deze crimineel.

Lu Jun, Chinese scheidsrechter op het WK in 2002, kreeg afgelopen februari 5,5 jaar cel aan zijn broek, nadat hij ongeveer 100.000 euro had ontvangen om Chinese wedstrijden te fixen. Op dat bewuste WK won Mexico met 1-0 van Kroatië nadat Lu Jun een Kroaat van het veld had gestuurd en Mexico een strafschop had gegeven. De FIFA heeft de wedstrijd achteraf nooit onderzocht.

Dat deed het ook niet met Brazilië-Ghana op het WK van 2006. De Canadese onderzoeksjournalist Declan Hill beweerde in zijn boek The Fix: Soccer and Organized Crime dat gokkers in Bangkok de Ghanezen hadden betaald om de wedstrijd met minstens twee doelpunten verschil te verliezen – het werd 3-0.

Hill leverde pagina’s vol bewijsmateriaal. Hij beschreef hoe de afspraken in zijn bijzijn werden gemaakt in een Kentucky Fried Chicken in noordelijk Bangkok. Ook bij Italië-Oekraïne (3-0) en Italië-Ghana (2-0) op datzelfde WK werd volgens Hill de marge van minimaal twee doelpunten afgesproken, maar voor Brazilië-Ghana had hij het meeste bewijs.

Hill zegt echter dat de heerschappij van Aziatische gokkartels (en de ‘belchinezen’ op Nederlandse eerstedivisietribunes) al achter ons ligt. De Aziaten zijn nog steeds bezig, maar inmiddels is matchfixing gedemocratiseerd.

Oost-Europese en Italiaanse maffia zijn in de lucratieve markt gesprongen, maar clubs doen tegenwoordig ook mee. De meeste Europese clubs zijn financieel noodlijdend. Volgens Hill krijgen veel clubs hun begrotingen rond door op eigen nederlagen te gokken – en vervolgens die wedstrijden te verliezen. Bij Bari in Zuid-Italië bestond er een merkwaardige variant: een groep supporters gokte tegen de eigen ploeg en oefende vervolgens druk uit op de spelers om te verliezen.

Steven de Lil, de agent die bij de Belgische federale politie over sportfraude gaat, zegt dat vooral armere clubs snel geneigd zijn „een kapstok van euro’s” te pakken. Het zou verrassend zijn als dit soort praktijken in Nederland niet bestaan. In een peiling van de Nederlandse voetballersvakbond VVCS een paar jaar geleden gaf 13 procent van alle profs al toe dat ze in aanraking met omkoping waren gekomen.

Nu vallen verdachte voetbalweddenschappen zelden op, omdat de gokmarkt groot is. Maar ‘gokradar’-bedrijven signaleren weleens verdachte patronen. Vorig voorjaar wees een insider mij nog op twee wedstrijden in de Serie A: voor Chievo-Sampdoria had bijna de hele markt op een gelijkspel gewed en voor Brescia-Bologna op een thuisoverwinning.

Die zondag bleken dat inderdaad de uitslagen. Maar, vertelde een Europese politieagent mij, verdachte gokpatronen volstaan bijna nooit voor een arrestatie, laat staan voor een veroordeling. Sepp Blatter, president van de wereldvoetbalbond FIFA, pocht graag over het early warning system dat hij heeft opgezet, maar de FIFA en de UEFA doen bijna nooit onderzoek naar meldingen van verdachte gokpatronen. Dat is geen wonder: na gesprekken met verscheidene Europese voetbalofficials kwam ik vorig jaar tot de schatting dat er in heel Europa niet veel meer dan vijf mensen fulltime aan omkopingsbestrijding in het voetbal werkten.

Die mensen voelen zich machteloos. Van Turkije tot Brazilië lopen nu onderzoeken naar gokfraude, maar slechts zelden wordt iemand veroordeeld. De Turkse voetbalbond sprak in mei alle betrokken clubs vrij. De Lil heeft een Belgisch meldpunt voor gokfraude opgezet (volgens hem de eerste van Europa), maar meldingen ontvangt hij amper.

Mensen in de voetballerij klappen namelijk bijna nooit uit de school. „Voetbalploegen zijn heel weinig transparant” , zegt De Lil. „Iedereen kent iedereen, het is snel te achterhalen van wie die informatie afkomstig is.” Bovendien is sportfraude vaak een misdaad zonder directe slachtoffers: niemand heeft de motivatie om een klacht in te dienen. En De Lil heeft niet het budget of het netwerk om bijvoorbeeld in China gokkartels op te sporen. „Er is nauwelijks risico voor die organisaties’, concludeert hij.

Volgens Chris Eaton, de veiligheidsman van de FIFA, is er om matchfixing aan te pakken een apparaat nodig ter omvang van die van de internationale terrorismebestrijding. Dat apparaat zal er waarschijnlijk niet komen. Kort na zijn uitspraak vertrok Eaton bij de FIFA, om bij het International Center for Sport Security in Qatar te gaan werken. Gokbestrijders gaan in het voetbal zelden lang mee – hun werk is ondankbaar en gevaarlijk.

Ook de media hebben zich amper met voetbalomkoping beziggehouden. Drie jaar geleden vertelde een hooggeplaatste voetbalofficial mij dat AC Milan-Steaua Boekarest, de Europa Cup I-finale van 1989 (4-0, met twee goals van Marco van Basten en twee van Ruud Gullit), was gekocht. Volgens de official hadden de Italianen voedseltrucks naar het Boekarest van het Ceaucescu-regime gestuurd. De Milan-spelers wisten van niets. Ik benaderde een aantal Roemeense journalisten om het verhaal te helpen natrekken. Niemand wilde eraan.

In Italië hebben we al gezien dat omkoping een schitterende voetbalcultuur kan vernietigen. Want fans die de uitslagen niet meer vertrouwen, blijven weg. Na het Calciopoli-omkoopschandaal van 2006 toonden de economen Babatunde Buraimo, Giuseppe Migali en Rob Simmons aan dat de vijf Serie A-clubs die werden veroordeeld wegens omkoping in de jaren erna ongeveer 20 procent meer toeschouwers verloren dan onschuldige clubs.

Maar in Italië is corruptie zo vanzelfsprekend geworden dat veel Italiaanse spelers het probleem niet eens zien. Gianluigi Buffon, keeper en captain van de Azzurri op het komend EK, zei laatst: „Als twee ploegen gelijk willen spelen, is dat hun zaak. Soms zegt men: twee gewonden is beter dan één dode.”

Na het huidig schandaal zal het laatste restje Italiaanse vertrouwen in het voetbal zijn afgebrokkeld. Geen wonder dat de Italiaanse premier Mario Monti mijmerde over het stopzetten van het nationale profvoetbal voor „twee of drie jaar”. Een speler als Robin van Persie zal wel uitkijken om nog naar, bijvoorbeeld, Juventus te verhuizen – om vervolgens tegen omgekochte clubs te moeten spelen.

Maar als zelfs WK-wedstrijden verkocht kunnen worden, dan kan omkoping bijna overal voorkomen – ook op het komende EK.

Sportrechercheur De Lil is nog altijd voetbalfan, zegt hij. Maar de laatste jaren is hij wel anders naar wedstrijden gaan kijken. „Ik heb altijd mijn bedenkingen. Ik ga om een mooie match te zien, maar al gauw denk ik: hoe kan dat nou?”

Wanneer fans zo naar voetbal kijken, is het spel verloren.

Simon Kuper is journalist voor onder andere The Financial Times, Hard Gras en NRC Handelsblad. Hij schreef meerdere boeken over voetbal, waaronder ‘Dure spitsen scoren niet’ (2009, Nieuw Amsterdam).