Marco in vorm

De enige Oranjespeler die aan de vooravond van het Europees kampioenschap voetbal in vorm lijkt, is een voormalige Oranjespeler: Marco van Basten.

Als SBS-commentator en kersverse Heerenveen-coach strooit hij met oordelen die een verzengend spoor door het opgefokte Oranje-wereldje trekken. Hij kijkt er zo onschuldig mogelijk bij, alsof hij eraan wil toevoegen: „Ik zeg toch niks bijzonders? Jullie kunnen het allemaal zelf zien.”

Hopelijk ligt het aan mij, maar ik kan zijn kritiek nooit helemaal los zien van zijn reusachtige hekel aan Mark van Bommel, tegenwoordig aanvoerder, die hij een tijd lang ‘Bommel’ noemde en wiens naam hij als commentator zoveel mogelijk probeert te omzeilen met het afstandelijke ‘hij’. Dat Van Bommel ook de schoonzoon van bondscoach Van Marwijk is, maakt de situatie er in de ogen van Van Basten zeker niet beter op. Ook Van Marwijk begint hij daarom steeds vaker met ‘hij’ aan te duiden.

Toen Van Basten nog zelf bondscoach probeerde te zijn, kreeg hij zo vaak ruzie met Van Bommel dat die er uiteindelijk zelf maar de brui aan gaf. Maar zodra Van Basten als bondscoach vertrokken was en Van Marwijk hem opvolgde, stelde Van Bommel zich weer beschikbaar. Van Basten moet het gevoel hebben gekregen dat zijn vrouw er met zijn broer vandoor ging – en ook nog opeens dat kindje wilde dat ze hem altijd ontzegd had.

Het vervelende voor Van Marwijk is dat elke kritische Oranje-watcher kan zien dat Van Basten tot dusver gegronde kritiek uitoefende. Het spel in de oefenduels wás matig en van de vier topspelers – Sneijder, Van Persie, Robben, Van Bommel – heeft nog niemand een grootse vorm gedemonstreerd. Intussen lekt de defensie als een verroeste dakgoot.

Het is rijkelijk voorbarig, maar ik begin nu al medelijden te krijgen met de mensen die met oranje touwen en vlaggetjes de huizen in hun straat aan elkaar verbonden hebben. Dat moet heel eenzaam voelen als straks wéér twee Nederlandse verdedigers als typische NS-treinen op elkaar knallen. En wie je dan ook de schuld kunt geven, niet ProRail.

Bij de kenners kreeg Van Basten tot dusver de meeste bijval van René van der Gijp, die zijn kritiek in Voetbal International meesterlijk samenvatte in deze ene alinea: „We hebben wel zeventig procent balbezit, maar het zijn altijd de verkeerde spelers die de bal hebben. Dat schiet niet op. Van Persie moet de bal hebben, Robben. Niet De Jong of Van der Wiel.”

In hetzelfde nummer van VI besluit Van Basten in één moeite door de bijl te zetten aan de wortel van Johan Cruijffs reputatie. „Hij zei: ‘Zo en niet anders’. Zo ga je niet met mensen om. De hele affaire die het afgelopen anderhalf jaar bij Ajax gespeeld heeft, vind ik echt, écht verwerpelijk. Hoe De Telegraaf daar met enkele van zijn medewerkers daarin een clan heeft gevormd, vind ik onvoorstelbaar dat het in Nederland kan. Meen ik serieus.”

Heeft hij niet ooit zelf bij het Cruijff-kamp gehoord, vraagt de verslaggever verbaasd. Van Basten: „Ik heb ook lange tijd aan die kant gezeten, maar ik vond uiteindelijk hun werkwijze en werkethiek in dezen echt beneden peil.”

Na deze woorden komt dat hele EK in een ander licht te staan. Al heeft ook Cruijff een hekel aan ‘Bommel’, van de weeromstuit zal hij nu Van Marwijk door dik en dun steunen – tegen het kritische Van Basten-kamp waarin ook Ruud Gullit huist.

Ergo – hoe erg ook: het EK wordt een wedstrijdje tussen Cruijff en Van Basten.

    • Frits Abrahams