'Kunst is tot design verworden'

In de Utrechtse kunstruimte BAK toont kunstcriticus Boris Groys het beeldarchief van filosoof en politicus Alexandre Kojève in een hedendaagse context.

Sommigen zullen Alexandre Kojève (1902-1968) kennen als filosoof en leermeester van denkers als Georges Bataille en Jacques Lacan. Anderen herinneren hem vooral als diplomaat en politicus – Kojève was een van de grondleggers van de Europese Unie. Maar dat de naar Frankrijk geëmigreerde Rus ook een begenadigd fotograaf was, dat wist tot nu toe haast niemand. Tijdens zijn vele buitenlandse reizen als hoogwaardigheidsbekleder maakte Kojève duizenden foto’s, veelal van kerken, paleizen, ruïnes en tempels. Nooit liet hij die aan iemand zien. Ze vormden zijn persoonlijke archief, netjes geordend op land, onderwerp en datum.

Dat we die foto’s nu toch kunnen bekijken, op After History in de Utrechtse kunstruimte BAK, hebben we te danken aan Boris Groys. De Russische filosoof en kunsthistoricus doet al jaren onderzoek naar het werk van Kojève. Een jaar geleden stuitte hij in de archieven van de Bibliothèque nationale de France op de immense visuele collectie van Kojève, een schat van vijfduizend dia’s en nog eens duizenden ansichtkaarten.

„Ik wist dat er nog niet gepubliceerde manuscripten van Kojève in het archief moesten liggen”, vertelt Groys. „Ik had contact gehad met de erven van Kojève, die me grofweg hadden uitgelegd wat er te vinden was. Maar over die foto’s had niemand mij iets verteld. Wat mij opviel was dat hij meer was dan zomaar een toerist die foto’s nam. Ten eerste was er die enorme hoeveelheid aan foto’s. Maar hij had ze ook onderworpen aan een strikte set regels. Hij werkte heel systematisch, week nooit af van zijn vooropgestelde ideeën. Dat maakt dit in mijn ogen een artistiek project.”

In BAK toont Groys de foto’s als een installatie. De dia’s worden door zeven projectoren rondom op de wanden getoond. Daarvoor staan zeven voetstukken, die het midden houden tussen spreekgestoeltes en bidbanken en die de ruimte een kerkelijke sfeer geven. „Ik wilde er bewust geen traditionele biografische tentoonstelling van maken”, zegt Groys. „Mijn ontdekking was dat dit beeldarchief een echt kunstwerk was. Het oogt zo hedendaags. Kojèves foto’s zijn objectief, neutraal, documentair. Dat is een beeldtaal die veel hedendaagse kunstenaars ook hanteren.”

Waarom is Kojève zo belangrijk voor het nu? En waarom moet zijn werk getoond worden in een instituut voor hedendaagse kunst?

„Kojève was degene die het idee van het einde van de geschiedenis, de posthistorie, heeft gelanceerd. Op een bepaalde manier leven we nu nog steeds in de schaduw van zijn gedachtegoed. Kijk maar naar wat Francis Fukuyama schreef in zijn beroemde essay The End of History uit 1989, of wat Michel Foucault schreef over de dood van de auteur. Zij zijn denkers die heel invloedrijk zijn voor onze tijd en die onmiskenbaar door hem beïnvloed zijn. Door Kojève in een hedendaagse context de tonen, wil ik laten zien hoe actueel hij nog steeds is. ”

Als presentatieruimte voor experimentele kunst staat BAK hevig onder druk. De rijkssubsidie gaat terug van 500 duizend naar 200 duizend euro. Wat vindt u van die ontwikkeling?

„Het is een algemene trend die overal in Europa de kop opsteekt. Experimentele plekken worden wegbezuinigd. Wat je steeds meer ziet is dat de kunstwereld gelijkgesteld wordt met de kunstmarkt. Kranten schrijven over de extreem hoge bedragen die betaald worden op veilingen, over de extreem rijke verzamelaars op decadente evenementen als Art Basel Miami Beach, en over succesvolle galeries als White Cube en Gagosian. Het spectaculaire, dat is het enige waarover je hoort.

„Politici lezen ook kranten. Dus het is niet verwonderlijk dat zij zich op een gegeven moment gaan afvragen waarom we de kunstwereld met publieke gelden zouden moeten steunen. Als een samenleving kunst gelijk stelt aan kunstmarkt, moet deze samenleving niet verrast zijn als de kunstwereld wordt weggezet als een marktplaats.”

De kunstwereld heeft de bezuinigingen dus over zichzelf afgeroepen, zegt u?

„Absoluut. Vroeger kon een kunstwerk twee dingen zijn: een geëngageerd statement of een waardevol object. Het was een compromis tussen twee begrippen. Maar opeens is die publieke, ideologische, filosofische kant aan het verdwijnen. Kunst is steeds meer design aan het worden. Het is dan niet gek dat politici ook die kant op bewegen. Bezuinigingen zijn een symptoom van een malaise die veel dieper gaat.

„We moeten zorgen dat we de balans bewaren. Als we dat niet doen, zal ons traditionele idee van kunst simpelweg verdwijnen. Dan wordt kunst iets als Gucci – niet meer dan een hebbeding.”

After History: Alexandre Kojève as a Photographer. T/m 15/7 in BAK, Lange Nieuwstraat 4, Utrecht. Inl: www.bak-utrecht.nl

    • Sandra Smallenburg