Kapitaalvlucht in Spanje neemt rap toe

Investeerders trekken geld uit Spanje. Weinig investeerders hebben nog vertrouwen in de vierde economie van de eurozone. Ze zien vooral gevaarlijk zwakke banken.

Het geplaagde Spanje kreeg gisteren een dubbele klap uitgedeeld. Terwijl de eigen centrale bank statistieken bekendmaakte over toenemende vlucht van kapitaal, bekritiseerde president van de Europese Centrale Bank (ECB) de ontoereikende reactie van Madrid op de crisis bij het wankelende Bankia.

Volgens de Banco de España bedroeg de kapitaalvlucht in het eerste kwartaal van dit jaar 97 miljard euro. Dat is gelijk aan 10 procent van bbp. In dezelfde periode vorige jaar stroomde er netto 20 miljard euro zien Spanje binnen. Ruim 66 miljard euro werd in maart weggetrokken. Dit voorspelt weinig goeds voor de maanden april en mei, waarover met een vertraging van twee maanden cijfers bekend worden. Begin mei escaleerde de crisis bij Bankia. Vorige week vroeg de fusie van zeven spaarbanken (cajas) de regering om een kapitaalinjectie van 19 miljard euro.

Nu de kapitaalvlucht versnelt, raakt het Spaanse bankwezen uitgehold. De sector is al maanden goeddeels uitgesloten van de financiële markten. Marktpartijen maken daarbij amper onderscheid tussen de zwakke regionale spaarbanken en internationaal opererende megabanken als Santander en BBVA.

Bankia is met een balanstotaal van ongeveer 30 procent van het Spaanse bbp de grootste instelling met acute problemen. Maar zeker niet de enige. Ook andere, kleinere clusters van gefuseerde cajas zullen de komende maanden staatssteun nodig hebben om een doorstart te kunnen maken.

De regering-Rajoy wil dat het permanente euronoodfonds ESM direct geld kan gaan lenen aan banken, zonder dat Madrid zelf onder curatele van Brussel komt te staan. Ook dringt het aan op maatregelen die neerkomen op een bankenunie, zoals een Europees depositogarantiefonds en een stelsel om banken gecontroleerd bankroet te laten gaan.

Vooral Duitsland verzet zich hier nog tegen. Maar nu de spanning in de eurozone snel oploopt, hoopt Spanje dat het de regering-Merkel in opmaat naar een eurotop, eind juni, tot een koerswijziging kan bewegen. De minister van Economische Zaken Luis de Guindos voerde gisteren de spanning op met zijn uitspraak dat „de toekomst van de euro de komende weken en maanden wordt uitgevochten in Spanje en Italië”.

Financiële markten vrezen het ergste. De rente op Duitse staatsleningen met een looptijd van twee jaar was vanochtend negatief. Beleggers zijn bereid er op toe te leggen om hun geld veilig te stallen in Duitse obligaties. Tegelijkertijd stegen de Spaanse rentes. Op een tweejaars lening bedraagt de Spaanse rente 5 procent. Het renteverschil tekent de Europese tweedeling. Financiële centra in Noord-Europa worden vertrouwd, terwijl Zuid-Europa wordt gemeden. Nederland hoort bij de solide vluchthavens. De Nederlandse tienjaars rente daalde vanochtend naar 1,51 procent. Nog nooit was de Nederlandse rente zo laag.

Hoe langer die kapitaalvlucht aanhoudt, hoe onhoudbaarder de eurozone als geheel wordt. De ECB ziet ook dat er actie nodig is om de eenheid in de eurozone te herstellen. „De eurozone is niet duurzaam, tenzij wij meer stappen zetten”, zei ECB-president Mario Draghi gisteren tegen het Europees Parlement. Het is volgens Draghi aan de regeringsleiders om een grote sprong voorwaarts te maken. De Italiaanse president van de ECB pleitte gisteren voor het optuigen van een Bankunie. Vooralsnog hebben nationale toezichthouders als De Nederlandsche Bank de meeste macht en zeggenschap bij het reguleren van financiële instellingen. Die zijn geneigd hun nationale belangen voorop te stellen. Draghi wil dat belangrijke banken onder een echte Europese toezichthouder vallen die veel invloed heeft dan de huidige Europese Bankautoriteit.

Draghi uitte felle kritiek op de aanpak van de Spaanse autoriteiten bij de herkapitalisering van Bankia en het Frans-Belgische optreden bij de redding van Dexia. Nationale toezichthouders bagatelliseren problemen in eerste instantie, zei Draghi. „Als gevolg moet er een tweede, derde en vierde keer naar het probleem gekeken worden. Dat is de slechts mogelijke manier van handelen, want uiteindelijk zijn betrokkenen wel bereid juist te handelen, maar betalen ze de hoofdprijs”, aldus de bankpresident.

    • Melle Garschagen
    • Merijn de Waal