Kamer maakt de strijd tegen piraterij lastiger

Het aanpakken van piraten op land is gisteren door de Kamer controversieel verklaard. Het was al onduidelijk wanneer Nederlandse militairen in het gebied mogen ingrijpen.

Het schip is niet gebouwd om piraten aan te vallen, laat staan om ze te huisvesten. De Hr. Ms. Van Amstel is in de Koude Oorlog ontworpen om op de Atlantische Oceaan vijandige onderzeeboten te bestrijden. Daar was toen behoefte aan. Vorige maand meerde het fregat af op de tropische Seychellen om elf van piraterij verdachte Somaliërs over te leveren aan de lokale autoriteiten. De dreigingen in de wereld zijn veranderd.

Ruim een week waren de piraten aan boord hutjemutje gevangen gehouden. Verdeeld over een geïmproviseerde luchtplaats en een hok met matrassen. Bewaakt door vijftien bemanningsleden die ze begeleidden als ze moesten plassen en moesten zorgen dat ze hun mond hielden – verdachten mogen geen afspraken maken over het verhaal dat ze de rechter straks gaan vertellen.

„De situatie aan boord was niet veel langer houdbaar geweest”, vertelt commandant Hans Veerbeek. „Als de Seychellen niet had aangeboden ze te vervolgen, waren we naar Somalië gevaren en hadden we ze daar op het strand gezet. Zonder hun bootjes en hun wapens, maar verder vrij om te doen en laten wat ze wilden.” Dat ze berecht zullen worden, noemt Veerbeek „een enorme opsteker voor de bemanning”.

Zijn mensen hadden de piraten aangetroffen op een dhow, een traditioneel Arabisch schip dat Somalische piraten vaak gebruiken als moederschip om hun aanvallen ver uit de kust te beramen. Vanaf dit schip hadden de elf vermoedelijke piraten waarschijnlijk geprobeerd een aanval op een Maltees koopvaardijschip uit te voeren. Na melding van die – mislukte – kaping ging de Lynxhelikopter die de Nederlanders bij zich hebben op verkenning. Na twee dagen turen over de oceaan, werd de dhow gesignaleerd. Met aan boord 11 piraten en 17 gegijzelde Iraanse vissers.

De piraten boden geen weerstand tegen de overmacht van de tien zwaarbewapende mariniers die vervolgens met rubberbootjes aan boord kwamen om de Iraanse bemanning te ontzetten en de Somaliërs mee te nemen, vertelt Veerbeek. „Ze hadden nog wel snel hun ladders en wapens overboord gegooid om te doen alsof ze geen piraten waren.”

Het succes van deze operatie moet een eerdere teleurstelling in de missie doen vergeten. De Van Amstel hád namelijk het eerste schip kunnen zijn dat piraten op land aanpakte.

Twee maanden geleden besloot Brussel dat piraten niet alleen op zee moeten worden bestreden, maar dat EU-militairen hun kampen ook aan de kust mogen aanvallen. Op die manier kunnen kapingen worden voorkomen op het moment dat ze beraamd worden.

Op 15 mei sloegen de Europese militairen voor het eerst toe. Uit welke landen zij kwamen, wil het centrale commando van de Europese missie Atalanta niet zeggen. Uit angst voor repercussies tegen mogelijke gijzelaars uit die landen, verklaart een woordvoerder. Wel is bekend dat een piratenbasis bij de plaats Haradheereb vanuit de lucht is beschoten. Niemand raakte gewond, maarboten en wapen- en brandstofopslag gingen in vlammen op.

Nederland was daar in ieder geval niet bij betrokken, zegt commandant Hans Veerbeek. Het is ook de vraag of Nederland wel mee mág doen aan zulke operaties. Gisteren besloot de Tweede Kamer de in Brussel aangekondigde uitbreiding controversieel te verklaren. Het demissionaire kabinet mag het mandaat van de Nederlandse militairen dus niet uitbreiden.

De ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie beraden zich nog op de consequenties van deze parlementaire blokkade. Het EU-missiecommando leeft in de veronderstelling dat alle landen mee doen aan de uitbreiding. „Duitsland was toch het laatste land dat het heeft goed gekeurd”, vraagt een woordvoerder.

Het scheelde niet veel, of Nederland was zelfs het eerste land geweest dat een piratenkamp onder vuur nam. Tijdens een routineverkenning op 17 april zag de helikopterbemanning van de Lynx verdachte activiteiten op de dunbevolkte Noord-Somalische kust. Anne Marije Hagendoorn, de tactische coördinator van de helikopter, vertelde daarover tijdens een bezoek van deze krant vorige maand aan de Van Amstel. „Met de camera met telelens hebben we foto’s gemaakt van de twee bootjes die we zagen liggen. Daarop is te zien dat ze allemaal spullen hadden die niet voor visserij gebruikt worden: ladders en bijzonder krachtige buitenboordmotors. Ook reed er een busje met brandstof heen en weer. ” Vrijwel elk bewijs dat het om een piratenkamp ging, was aanwezig. „Alleen wapens zagen we niet direct.”

De helikopterbemanning vloog daarom terug naar het fregat voor overleg. Met de eigen leiding, maar ook met het centrale commando. Veerbeek vroeg toestemming om de motoren van de bootjes kapot te schieten, om te zorgen dat die niet voor piraterij gebruikt konden worden. In de volle overtuiging dat die goedkeuring er zou komen, stegen luitenant-ter-zee Hagendoorn en haar collega’s weer op. Eenmaal terug bij de piratenbasis werden ze teruggefloten. De commandant van de Europese missie verbood de beschieting. Waarschijnlijk omdat de aanval die een maand later wél plaatsvond toen al uitgebreid in voorbereiding was, weet Veerbeek inmiddels. „Daarover waren ook al afspraken gemaakt met lokale autoriteiten. Het was lastig geweest om uit te leggen waarom onze actie daar nu zo nodig tussendoor moest.”

Destijds overheerste frustratie bij de bemanning. „Mooier dan dat wordt het niet”, zegt Hagendoorn. „Maar piraten vangen is ook leuk.”

    • Emilie van Outeren