'Joe Almighty' weg bij Deutsche Bank

Josef Ackermann was tien jaar hét gezicht van Deutsche Bank. Hij leidde de bank door twee crises, maar kon de bijna halvering van haar beurs-waarde niet stoppen. Zijn erfenis is niet onomstreden.

Josef Ackermann, chief executive officer of Deutsche Bank AG, speaks during the company's annual general meeting (AGM) in Frankfurt, Germany, on Thursday, May 31, 2012. Deutsche Bank AG won't sell asset management units it put under review last year unless Germany's largest bank is offered the ''right price'' for the businesses, Ackermann said today. Photographer: Hannelore Foerster/Bloomberg *** Local Caption *** Josef Ackermann Bloomberg

Joost van der Vaart

Precies tien jaar was hij aan de macht. Van mei 2002 tot eind mei 2012 leidde de Zwitser Josef Ackermann (64) Deutsche Bank, de grootste bank van Duitsland. Gisteren was officieel zijn laatste werkdag.

Het vertrek van ‘Joe Almighty’ leidde niet alleen tot een rommelige opvolging – door een duo: de Duitser Jürgen Fitschen (63) en de Indiër Anshu Jain (49). Ackermann laat ‘zijn’ bank ook achter met een omstreden erfenis.

Ackermann was de personificatie van de Duitse banksector. Na het faillissement van Lehman Brothers, waardoor in het najaar van 2008 de kredietcrisis werd veroorzaakt, was hij steeds vaker voor topoverleg in het Kanzleramt, het kantoor van bondskanselier Angela Merkel in Berlijn. In die tijd groeide hij ook uit tot het door velen gehate gezicht van het grootkapitaal in Duitsland.

Ackermann, zo wordt in het Duitse bankenwereldje gezegd, heeft weinig waargemaakt van de beloftes bij zijn aantreden. Tegelijkertijd is hij erin geslaagd Deutsche Bank – een instituut in Duitsland – betrekkelijk ongeschonden door twee crises te loodsen: eerst de kredietcrisis en nu de schulden- en eurocrisis. „Dat is op zichzelf een prestatie. Kijk maar naar hoe het de Commerzbank, veel Landesbanken en de Hypo Real Estate is vergaan: die zijn er slechter aan toe dan Deutsche Bank”, zegt een bankier desgevraagd.

Eén van Ackermanns beloftes was dat Deutsche Bank onder zijn leiding voortaan 25 procent winst voor belastingen zou boeken, hetgeen hem een andere bijnaam opleverde: ‘Herr 25 Prozent’. Van dat ambitieuze doel is weinig terechtgekomen. Alleen in de topjaren 2006 en 2007 stroomde het geld binnen. Daarna volgden miljardenverliezen door afschrijvingen als gevolg van de kredietcrisis. Ackermanns lieveling, de Angelsaksisch georiënteerde afdeling ‘investment banking’, veroorzaakte een verlies van in totaal 7,4 miljard euro.

Ackermann, geboren in het Zwitserse kanton St. Gallen, kwam in 1996 van Credit Suisse bij Deutsche Bank. Hij was een niet onomstreden financieel talent. Een groot ego met een grote mond, gezegend met veel lef en inzicht in wereld van de haute finance. Binnen zes jaar was hij bestuursvoorzitter van Deutsche Bank; naar Duitse begrippen een bliksemcarrière. Hij volgde Rolf-Ernst Breuer op, die verwikkeld was geraakt in een peperdure juridische strijd van Deutsche Bank over het faillissement van de mediatycoon Leo Kirch.

Met Ackermann trad een heel ander type bankier aan dan men bij Deutsche Bank gewend was. Welbespraakt, niet bijster gericht op consensus, een man die op het snijvlak van politiek en bedrijfsleven wenste te opereren. Hij was onmiskenbaar de baas: er gebeurde niets bij de bank zonder goedkeuring van de almachtige Josef.

Ackermann heeft Deutsche Bank naar buiten toe veel publiciteit opgeleverd. Hij was altijd goed voor pakkende krantenkoppen. Zijn tv-optredens vielen op door z’n geloofwaardigheid en gezag. Maar was hij financieel succesvol? Zijn doel van een rendement van 25 procent voor belasting werd, zoals gemeld, slechts een enkele keer gehaald. Tijdens zijn bewind verloor het aandeel Deutsche Bank de helft van zijn waarde. Tien jaar geleden was de bank op de beurs van Frankfurt bijna 48 miljard euro waard, gisteren nog geen 27 miljard.

Daaraan kan Ackermann weinig doen. Het kwam vooral door de krediet- en later de schuldencrisis. Deutsche Bank is slechts een van de vele banken die wereldwijd waarde hebben verloren. Maar een feit is het wel, en Ackermann heeft het waardeverlies niet kunnen stoppen.

Ackermann is er ook niet in geslaagd om zijn bank zodanig op orde te krijgen dat nergens meer lijken in de kast liggen. De overnames van de Postbank en de door schandalen getroffen voormalige exclusieve privébank Sal. Oppenheim zijn volgens ingewijden nog niet naar behoren afgerond en kunnen aanzienlijke kostenposten veroorzaken. Ook de strijd met de erven van Leo Kirch bezorgt de bank nog hoofdbrekens.

Wat is dan zijn grote verdienste geweest? Ackermann was in 2008 een van de eerste financiële deskundigen die werkelijk beseften dat de Duitse banken door de kredietcrisis in grote problemen konden komen. Hij alarmeerde tijdig – allereerst uit welbegrepen eigenbelang – de bondskanselier en haar toenmalige minister van Financiën Peer Steinbrück.

Merkel garandeerde de spaarcentjes van de Duitsers. Steinbrück schreef op gezag van Ackermann een steunplan voor de Duitse banken uit. Het noodlot was afgewend. En de held was Josef Ackermann, staatsman en bankier tegelijk.

    • Joost van der Vaart