iPhone-hoofd van superman

Kevin Brooks: iBoy. Vertaald uit het Engels door Jenny de Jonge. De Harmonie, 255 blz. €17,50

De superheld zoals wij die kennen zag pas in 1938 het daglicht, toen de eerste Amerikaanse Superman-strip verscheen. Maar in ons collectieve bewustzijn bestaat hij al eeuwen, ook al genieten superheldenverhalen in de literaire wereld geen hoog aanzien. Het heeft Kevin Brooks, een van de beste jongerenauteurs ter wereld, er echter niet van weerhouden zich toch aan dat genre te wagen.

Zijn 21ste-eeuwse superheld heet iBoy alias Tom Harvey. Hij was een gewone jongen met gewone dromen, totdat iemand een iPhone vanaf de 30ste verdieping van een Zuid-Londense torenflat gooit, die zijn schedel verbrijzelt. Als iBoy uit zijn coma ontwaakt, is de wereld compleet veranderd. Stukjes iPhone blijken versmolten te zijn met zijn hersenen, waardoor hij verbonden is met het World Wide Web, codes kan kraken en dankzij zijn nieuwe kennis oneindig machtig is geworden. Die iPhone-resten geven hem ook magische (laser)krachten. Dat komt Tom goed van pas. Wanneer hij hoort dat zijn liefde Lucy slachtoffer is van een groepsverkrachting, besluit hij tot wraak, met gruwelijke gevolgen.

Zeker, Brooks balanceert op het randje van geloofwaardigheid. Maar toch overrompelt hij je: omdat het originele en absurde uitgangspunt van zijn boek relevante, eigentijdse vragen oproept als in hoeverre de iPhone (via internet) onze geest bezit. En ook omdat Brooks steeds humorvol verwijst naar de onzinnigheid van dat ‘ridderlijke superheldengedoe’. Maar Brooks overtuigt vooral omdat hij – als vanouds – eigenzinnig engagement toont. Uit een verwijzing naar een Guardian-artikel over ruim 2.000 daders en slachtoffers van groepsverkrachtingen blijkt hoe stevig iBoy in de rauwe werkelijkheid van de Londense achterbuurten wortelt. Hij beschrijft deze levensecht: braakliggende industrieterreinen, uitgebrande autowrakken en ‘de krankzinnige soundtrack’, die deze desolate wereld vult met geschreeuw, ronkende auto’s en dreunende muziek uit hoogbouwramen. ‘Waar haalde ik de hoop vandaan te veranderen’, vraagt Tom, wanneer hij bitter concludeert dat hij God niet is en ontdekt dat iBoy, net zoals de bendejongeren die dealen, schieten en verkrachten, (ook) geen moraal heeft. Wat betekenen identiteit, loyaliteit en moraliteit wanneer je leeft in een hel die nooit het paradijs zal worden? Superhelden hebben geen bestaansrecht in onze werkelijkheid. Dat is Brooks’ wrange en ironische, maar terechte boodschap.

    • Mirjam Noorduijn