Goedenavond, dit is het NOS decor van acht uur

Videoschermen op een lange wand, lopende presentatoren. Het NOS Journaal is vernieuwd. Wat vinden de kenners, na een weekje kijken?

„Prachtig, zakelijk, steriel, glossy, subliem”, beoordeelt tv-ontwerper Marc Pos de vormgeving van het NOS Journaal. „Het is niet per se een enorme doorbraak, maar dat hoeft geen bezwaar te zijn. In deze vorm kun je dynamisch je verhaal vertellen.”

Sinds zondagmiddag heeft het NOS Journaal zijn nieuwe vormgeving; nu alleen nog in het Achtuurjournaal, later ook in de andere bulletins. Het decor, ontworpen door bureau Fisheye uit Gent, wordt gedomineerd door een schuine, lange wand. Dat suggereert een grote, diepe ruimte, versterkt door witte led-strepen. Op de wand verschillende videoschermen. Het logo, ontworpen door Cape Rock uit Hilversum, is opgebouwd rond de rode O van NOS. Gekleurde schijven draaien rusteloos rond een kern. Wat vinden andere tv-makers ervan, na een weekje kijken?

Vormgevers en regisseurs zijn over het algemeen positief over de verandering. Marc Pos ontwierp decor en regieconcept van De wereld draait door. Ook bedacht hij de vormgeving van Nieuwsuur. Pos roemt de mogelijkheden die de vele videoschermen bieden, die projecties achter of naast de presentator tonen. Hij is echter ook beducht voor te veel gebruik. „Het wordt snel onrustig. Je moet het shot niet volgooien. Zo zag ik laatst een item over Roemenië, geloof ik. Rob Trip stond in beeld, met rechts beelden van bedden en links de mensen om wie het ging. Dan weet ik niet meer waar ik mijn aandacht op moet richten.” Pos herkent vooral de Britse en Amerikaanse nieuwsmode in het decor: „Newsnight van de BBC heeft ook zo’n groot scherm. De video is in lijn met het videopanorama van Nieuwsuur: een vergezicht op de wereld.”

Ontwerper Geert van Ooijen ontwierp het decor van concurrent RTL Nieuws. In 1995 bedacht hij de rode NOS-cirkel die nog steeds het hart vormt van de grafische vormgeving. Over het decor: „Het oogt niet als een decor, maar als een gebouw dat echt bestaat. Dat lijkt me een voordeel.”

Ad van Liempt, eindredacteur van onder meer Nova, Andere tijden en De oorlog: „Technisch prachtig! Veel rustiger dan die heksenketel van het vorige decor.” Over de dieptewerking: „Het geheim van een goed decor is altijd de diepte. Die geeft een natuurlijk gevoel van weelde.”

Ook volgens Van Liempt bieden de videoschermen ‘geweldige mogelijkheden’ Nu worden deze nog mondjesmaat gebruikt: als de presentator spreekt, zie je achter hem meestal een stilstaande foto of het logo: „Ze willen natuurlijk rustig beginnen”. Van Liempt is nóg enthousiaster over Studio Sport, dat in hetzelfde decor zit, maar dan met roze led-strepen. „Daar hebben ze een extra regisseur voor het beeld achter de presentator. Die kan daar de hele zondag aan sleutelen. Bij het Journaal kan dat niet. Daar komt het nieuws vaak op het laatste moment binnen, en heb je geen tijd om dat in een mooie vorm te gieten. Ik weet ook niet of er bij de regie genoeg creativiteit zit.”

Marc Pos vult aan: „In nieuwsprogramma’s heerst een groot hiërarchisch verschil tussen de journalisten en de technici en andere uitvoerenden. Inhoud gaat altijd voor vorm. Logisch, want vorm kost tijd. Maar een goede vorm kan er wel voor zorgen dat je het verhaal met meer kracht vertelt.”

Roy van Vilsteren schreef met Liselotte Doeswijk het boek Vorm van vermaak, over de geschiedenis van de Nederlandse tv-vormgeving. In het koor van critici vervult hij de Maarten-van-Rossum-rol: het stelt allemaal niet zoveel voor en het is allemaal eerder gedaan. „Hoofdredacteur Marcel Gelauff zegt dingen die hoofdredacteuren al zeggen sinds de start van het Journaal in 1956: ‘Geen revolutie maar evolutie’, het moet ‘urgenter’ en ‘menselijker’. Nou ja, hij kan moeilijk zeggen dat het Journaal ‘suffer’ en ‘onmenselijker’ moet worden.”

Van Vilsteren ziet in de videoprojecties achter de presentator geen wezenlijk verschil met vroeger: „In 1980 zeiden ze: ‘We moeten meer doen met fotografie’. Joop van Zijl had ook al een plaatje van Ronald Reagan achter zich.” Van Vilsteren ziet een constante: „In nieuwsprogramma’s volgt de vorm altijd de techniek. De makers willen graag laten zien dat ze ook op technisch gebied bij de tijd zijn. Dus krijg je de nieuwste snufjes. Vroeger was het een telefoon, toen een computer, en nu die touch screens. Het gevaar is dat je te veel met die techniek gaat pronken, zoals de weerman nu doet. En zo’n modern decor veroudert snel. Als we oude beelden van de Showbizzquiz zien, denken we: ‘Wow! al die danseressen!’ Als we een oud Journaal zien, lachen we om die ouderwetse telefoon.”

De presentatoren, Rob Trip en Sacha de Boer, zitten niet meer aan een tafel; ze komen aanlopen en blijven staan. Van Liempt: „Dat suggereert actieve betrokkenheid.” Volgens hem is deze mode ‘overgewaaid naar de studio’ vanuit de vele wetenschappelijke en reisprogramma’s waarin je de presenator op locatie ‘als een gids door het onderwerp ziet lopen’.

Bob Rooyens, tv-regisseur die veel experimenteerde met tv-vormgeving in de jaren zestig en zeventig, is als een van de weinigen uitgesproken negatief over de hele operatie. Te veel vanuit de show en de presenator gedacht, en te weinig vanuit het nieuws, vindt hij. Over de lessen in lopen voor de camera die Rob Trip en Sacha de Boer kregen, zegt Rooyens: „Waarom moet een volwassene leren lopen van Peter Römer? Hadden ze net zo goed meteen naar Penney de Jager kunnen gaan.”

Een treffend nieuw beeld is het totaalshot van de presentator ten voeten uit, die praat met de verslaggever op het scherm. Vergeleken met de ruimte om hem heen, en met het grote verslaggevershoofd op het scherm, lijkt de presentator klein. Dramatisch werkt dat goed, die eenzame, kleine duider in die enorme wereld. Volgens Marc Pos versterkt het beeld van de staande presentator in het decor de dieptewerking. En: „Een man achter een desk ziet er belangwekkender uit. Maar de man vrij in de ruimte, dat maakt hem juist kwetsbaarder, menselijker.”