Generaties onder een vergrootglas

De Britse fotograaf Julian Germain portretteerde schoolklassen over de hele wereld. Tijdens zijn reis stuitte hij op opvallende verschillen.

Redacteur Fotografie

Het is de plek waar je sommen maakt, in je schrift schrijft, je eerste spreekbeurt houdt, staart naar de pukkels op het voorhoofd van je buurman en verliefd wordt.

Het klaslokaal. Overal ter wereld staan dagelijks miljoenen kinderen op om zich voor te bereiden op een nieuwe schooldag. En of je nu kijkt naar een klaslokaal in Engeland of Bahrein, overal zijn, als de schaarste niet overheerst, dezelfde elementen aanwezig. Een schoolbord. Schriften en pennen. De afbeeldingen van historische of religieuze figuren aan de muur.

Daarnaast is school een sociale plek waar kinderen leren om zichzelf te definiëren. Waar de identiteit wordt gevormd. „School is een cruciale periode in het leven van ieder kind”, zegt de Britse documentairefotograaf Julian Germain. Germain maakte zich begin jaren negentig al druk over de toestand van het onderwijs in zijn eigen land. „Mijn vrouw Jill komt uit Swansea, een arme stad in het zuiden van Wales waar veel werkloosheid heerst. Als we op bezoek gingen bij mijn schoonfamilie, liepen we vaak langs scholen. Ik stond iedere keer weer verbaasd hoe troosteloos de klaslokalen eruitzagen.”

Toen Germain in 2004 voor het eerst zijn dochter naar school bracht, besloot hij tot actie over te gaan. In de buurt van Newcastle maakte hij portretten van schoolklassen. Die eerste beelden waren het begin van een grootschalig project, getiteld Classroom Portraits, 2004-2012. Het is vanaf zaterdag te zien op de tentoonstelling The Future is Ours in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Voor de serie reisde Germain de wereld over en maakte groepsportretten van leerlingen in Europa, Noord- en Zuid-Amerika en het Midden-Oosten. Inmiddels bestaat zijn archief uit zo’n 485 portretten, die hij maakte in 20 landen.

Deze foto’s zijn geen traditionele klassenfoto’s. Germain kiest zijn camerastandpunt namelijk op ‘kindhoogte’, zo verovert hij het overzicht van het gehele klaslokaal. Hij gebruikt een lange sluitertijd (een halve seconde), waardoor de kinderen aandachtig moeten stilzitten. Door te fotograferen in kleur en met een grootformaat camera komt bovendien ieder detail in beeld. „Iedereen is even belangrijk. Ook het kind dat het meest achteraan staat, moet op de foto nog scherp te zien zijn”, zegt Germain.

Door al die details vast te leggen, maakt Germain dus geen klassenfoto’s, maar portretten. Het is alsof hij met een vergrootglas een hele generatie bestudeert. Zijn werk zou je kunnen opvatten als een sociologisch onderzoek . Gedurende zijn reizen trof hij inderdaad in de klaslokalen vaak dezelfde elementen aan. Maar hij stuitte ook op opvallende verschillen. „Veel pubers in Engeland of Nederland ervaren school als een vanzelfsprekendheid of een verplichting. In landen als Ethiopië of Jemen, waar lang niet iedereen onderwijs geniet, is dat heel anders. Daar zijn kinderen op jonge leeftijd al bezig met hun toekomst. Ze dromen ervan om arts of ingenieur te worden.”

Germain liet de kinderen enquêtes invullen, met zowel serieuze als speelse vragen. De uitkomst vertaalde hij naar de infographics die naast de foto’s te zien zijn in Rotterdam.

Eén ontmoeting in Jemen trof hem in het bijzonder. „Ik was in een dorp op zoek naar de plaatselijke school en vroeg aan een jongen de weg. Hij liep met me mee en we raakten in gesprek. Ik informeerde of hij school leuk vond. Zijn reactie was er een van totale verontwaardiging. Hij keek me aan of ik gek was. Natuurlijk vond hij school leuk.” De volgende dag ging Germain naar de klas van de jongen. „Wat ik aantrof was armzalig. In de klas zaten zestig kinderen en ze hadden nauwelijks pennen en papier. De leraar herhaalde telkens dezelfde vraag die de leerlingen hardop moesten beantwoorden. ‘Wat is de hoofdstad van Italië?’ ‘Rome’. Dat deed hij omdat de kinderen die kennis niet konden opschrijven.”

De beelden van Germain gaan niet alleen over de toestand van het onderwijs in diverse landen. Ze prikkelen de toeschouwer ook om terug te denken aan de eigen jeugd. Hoe was het op school? Wat is er van al die klasgenoten geworden? Zo ligt in iedere opname ook de toekomst verklonken. „Ik heb sinds 2004 zo’n 12.000 kinderen gefotografeerd. Sommigen zijn nu al 25. Als ik naar een foto van de klas in Jemen kijk, denk ik: wie van hen heeft aan de revolutie deelgenomen? Wat is er met hen gebeurd?”

In Classroom Portraits komen geen volwassenen voor. Heeft dat een reden? „Ik heb steeds mijn twijfels gehad of ik de leraar nou wel of niet in beeld moest brengen. Maar ik was bang dat hij of zij het beeld zou domineren.” Volgens Germain neemt de camera de plek van de docent in. Wel meent hij dat de invloed van volwassenen indirect aanwezig is in alle beelden. „Het zijn hun handen die de klaslokalen hebben gebouwd. Zij hebben de boeken, tassen en de schoolkleding gemaakt. Ik hoop dat de toeschouwer die aanwezigheid op de achtergrond voelt. Het is door onze zorg, dat kinderen kunnen leren en verder komen in het leven. Wij zijn verantwoordelijk voor hun toekomst.”

The Future is Ours, 2 juni t/m 2 sept. Kijk ook op nederlandsfotomuseum.nl.