Eiffeltorengrote zetpil gaat Louvre wat te ver

Levende getatoeëerde varkens mocht niet. Wim Delvoye kreeg strenge regels voor zijn expositie in het Louvre. Zijn zetpiltoren mocht maar 11 en geen 300 meter hoog worden.

Het zetpilbeeld ‘Suppo’ van Wim Delvoye in het Louvre. Foto AFP

Het lijkt wel alsof ze er altijd hebben gestaan, met de poten stevig op het chique tapijt. Mughal Jail, Kashan en Mashed, drie van de kleurrijke varkens van de Vlaamse kunstenaar Wim Delvoye, mengen mooi met het roodfluwelen salon op de eerste etage van de Richelieu-vleugel van het Louvre, in de vertrekken van wijlen Napoleon III. Dit is een deel van het museum dat kunsttoeristen onderweg naar de Mona Lisa wel eens links durven laten liggen. Door hedendaagse kunst te laten communiceren met de bestaande collectie van het Louvre hoopt het museum daar verandering in te brengen.

Hedendaagse kunst binnenbrengen in het Louvre is een gewaagde onderneming. Het voormalige paleis schokt nog steeds een beetje na van de doortocht in 2008 van een andere Vlaming, Antwerpenaar Jan Fabre. Tussen de oude Vlaamse en Hollandse meesters gooide hij brokstukken van grafzerken, waarop een gigantische sprekende en kronkelende worm worstelde met het hoofd van de kunstenaar zelf. Hoewel de directie van het Louvre toen, ondanks de tegenstrijdige kritieken, zei erg tevreden te zijn met het werk van Fabre, kreeg Delvoye voor zijn Au Louvre strikte richtlijnen mee. Een beetje provocatie mag, maar binnen de muren van het statige museum moet men het ook niet al te bont maken.

De Louvre-varkens van Delvoye zijn dus niet de levende getatoeëerde varkens waarmee hij opschudding veroorzaakte en eind jaren negentig bekendheid verwierf. Het gaat om modellen uit polyester, bedekt met kleurrijke Indische zijde. Er staat ook nog een groter model in de eetzaal, als een soort waakhond om opdringerige bezoekers weg te houden van de grote eettafel. Op die dis: gigantische servetringen in vernikkeld brons, variaties op pakweg Jezus aan het kruis.

Een dertigtal werken heeft de uit het plaatsje Wervik afkomstige Delvoye neergestrooid in de vertrekken van Napoleon. Soms liggen ze er opvallend onopvallend bij, zoals een Delftsblauwe kettingzaag tussen het porselein. Soms gaan de werken net uitdagend de confrontatie aan, zoals de grote, uitgetrokken beelden in verzilverd brons, die hun oude marmeren overburen strak in de ogen kijken. Even verderop moet een salontafel die de eeuwen heeft getrotseerd nu even dienst doen als achtergrond voor copulerende herten. Of je staat plots voor de Twisted Dump Truck, een verwrongen vrachtwagen in staal met elementen van een gotische kathedraal.

Hoewel de expositie van Delvoye ook bedoeld is als een kennismaking met zijn volledige oeuvre, is er van de befaamde ‘kakmachine’ of Cloaca geen spoor te bekennen. Of het zou de ‘zetpil’ moeten zijn, of ‘suppo’, zoals Delvoye het werk heeft gedoopt. Die stalen kathedraal van 11 meter hoog staat in entree van het museum onder de piramide op de binnenplaats en is nu al een geliefde achtergrond voor museumkiekjes. Aanvankelijk wilde Delvoye een nog veel grotere ‘zetpil’ maken die over de piramide zou komen en in de Parijse skyline zou concurreren met de Eiffeltoren. Maar de kunstenaar hield zich braaf aan de instructies van het museum om niet al te uitdagend te werk te gaan.

‘Au Louvre’ van Wim Delvoye is t/m 17 september in het Louvre, Parijs.