Eerste Hulp is geen tv-studio

‘24 uur: tussen leven en dood’ moest het gaan heten. Een reality-televisieprogramma gebaseerd op tv-beelden van de afdeling spoedopname van een ziekenhuis. Feitelijk betrof het een grootschalige schending van de privacy van patiënten, een inbreuk op het medisch beroepsgeheim en een aantasting van het vertrouwen bij de burger en de werknemers in het ziekenhuis als veilige omgeving.

Gisteren publiceerde de raad van bestuur van VU medisch centrum een eigen rapport over dit debacle uit februari. Daaruit blijkt bestuurlijk falen, gebrek aan inzicht in de cynische tv-wereld, misplaatste ijdelheid en kennelijk onvermogen om zich in te leven in de positie van gewonde mensen die in angst om eerste hulp vragen. Het voorstel van de tv-producenten van Eyeworks patiënten in deze situatie aan een miljoenenpubliek te vertonen, past in het voyeurisme dat de commerciële tv exploiteert en de burger gretig consumeert. Andermans ellende, (on)geluk, intimiteit, ziekte of afwijking is tv-vertier. De sponsors staan er klaar voor.

Het is moeilijk te begrijpen dat de verantwoordelijke bestuurders in het ziekenhuis in zo’n programma juist een voertuig zagen om de kwaliteit en integriteit van het eigen medisch handelen te laten zien.

Toch verdedigden zij zich aanvankelijk aldus. En ook met volharding. Toen de publicitaire storm losbrak werd de eerste aflevering zelfs vervroegd uitgezonden om de eigen goede bedoelingen te bewijzen. In het rapport wordt ook dat een fout genoemd. En terecht. De verantwoordelijkheid voor het project wordt echter in zijn geheel afgeschoven op de afdeling bij VU medisch centrum die met Eyeworks afspraken maakte.

De beslissing om de eerste aflevering vervroegd uit te zenden kan echter niet anders dan op het hoogste niveau zijn genomen. Daarmee is de top van het ziekenhuis dus ook voluit aansprakelijk voor dit toch vrij misselijke project. Weliswaar waren ze ongeïnformeerd en laks in hun aansturing. Maar toen de feiten bekend werden, bleek het bestuur ze vrijwel als enige niet te begrijpen.

Nu worden dan excuses aangeboden en zegt het bestuur zich de situatie „aan te trekken”. Maar geloofwaardig is dat niet. Het eigen rapport gebruikt verhullende termen. Terwijl de privacy van patiënten hard is geschonden, spreekt het ziekenhuis liever van „onvoldoende borgen”. Het project is ook „onderschat”. Nee, het project deugde niet. Dat had men kunnen en moeten weten. Daarom zit men in de raad van bestuur, juist omdat men daar meer verantwoordelijkheid aankan. En liefst ook over meer wijsheid en inzicht beschikt. Deze zaak is niet voorbij.

De echte verantwoording moet nog komen. Althans dat valt te hopen.