Een mooie moordlijst

Vijftig misdaadtitels selecteerde website crimezone, op zoek naar de belangrijkste thrillers. Recensent Robert Gooijer keurt de canon. De ultieme thriller staat op nummer 32: vergeet deze zomer De vrouw in het wit niet mee op vakantie te nemen.

Eigenlijk is het elke maand wel Maand van het Spannende Boek in Nederland. Sinds Nicci French en later Saskia Noort, Dan Brown en Stieg Larsson de markt voor het genre deden exploderen, is de helft van alle verkochte boeken een thriller.

Meestal is dat boek een nieuwe thriller, naar de oudjes wordt veel minder omgekeken. De thrillersite Crimezone.nl ging op zoek naar de bodem onder het genre en liet een groep kenners een canon van het genre samenstellen; gisteravond werd het resultaat bekend gemaakt tijdens de Avond van het Spannende Boek. In de canon zijn vijftig titels verenigd op volgorde van relevantie – in die zin is dit ook een ‘top 50’ – waarbij verheugend goed te zien is dat het genre geen moderne frats is maar een eigen historie kent. Die begon later dan die van de literaire roman, maar is inmiddels indrukwekkend; een eigen canon waardig.

Juist de grote populariteit en het commerciële succes van ‘thrillers’ – een vaak niet erg zinvolle verzamelnaam voor alle niet-literaire spannende fictie minus het griezelverhaal – heeft het stigma van ‘pulp’ bij menigeen de laatste jaren versterkt. Hoewel thrillers worden verslonden, lijkt het alsof er vooral een cohort nieuwe lezers aan tafel is aangeschoven dat voorheen helemaal nooit iets las en nu uitsluitend thrillers nuttigt.

Klassieke literatuurlezers laten nog maar al te vaak weten dat onder hen vrijwel niemand ‘die shitboeken’ leest. Er blijkt ook een zekere intellectuele schaamte aan verbonden, alsof John Grisham lezen het papieren equivalent is van naar de hoeren gaan. Het is de grote verdienste van de Crimezone-canon dat het genre een bedding krijgt en zowel aan de grote groep nieuwe lezers als aan hardnekkige niet-lezers laat zien dat er meer is dan Stieg Larsson (pas te vinden op nummer twintig), Sjöwall & Wahlöö (14) en Robert Ludlum (47).

De canon overziend, treffen we ten eerste de verwachte discrepantie aan tussen de volgorde op de lijst van de experts en de top tien van de 2500 bezoekers van Crimezone.nl die ook konden stemmen op de 50 canontitels. Zij zetten Stieg Larsson (Millennium trilogie) en Dan Brown (De Da Vinci code) wel op plaats één en twee en leggen een veel grotere nadruk op recente boeken. Opvallend en pikant is ook dat hun top tien (na te lezen op crimezone.nl) voor de helft door vrouwen is geschreven, tegen 18 procent in de canon der experts; het thrillergenre wordt in vergelijking met andere fictie bovengemiddeld door vrouwen gelezen én geschreven. De experts die de top vijftig kozen, zijn in grote meerderheid man.

Wat valt er over de boeken op de canonlijst te zeggen? Allereerst dat de nummer één (Frederick Forsyths meesterlijke De dag van de jakhals uit 1971) niet de meest cruciale thriller uit de lijst is. Dat is De vrouw in het wit, op nummer 32, in 1859-1860 geschreven door Wilkie Collins, tijdgenoot en vriend van medeveelschrijver Charles Dickens. Wie de moed opbrengt om dit Victoriaanse pareltje tijdens de vakantie te verkiezen boven de zoveelste pas verschenen Scandinavische thriller, wordt beloond met een van de eerste detectiveverhalen, een prettig wijdlopige vertelling over hoe een nachtelijke ontmoeting met een hysterische in het wit geklede vrouw het leven van de jonge leraar Walter Hartright totaal overhoop haalt. Het ontrafelen van haar mysterie vergt alle verteltechnieken die we later bij Sherlock Holmes en nog later, in geëvolueerde vorm, in het werk van Agatha Christie en Frederick Forsyth tegenkomen. Detectie, deductie, valse aanwijzingen; Wilkie Collins, van oorsprong jurist, solt met de lezer op een manier die indertijd nieuw was. Die lezer was de man in de straat, toenemend gealfabetiseerd en net kapitaalkrachtig genoeg om de tijdschriften te kopen waarin De vrouw in het wit in afleveringen werd gepubliceerd. Het verhaal was een sensatie, een succes in alle lagen van de bevolking. Collins bood ingenieus geconstrueerd, goed geschreven en intelligent vermaak over moord en doodslag, liefde en verraad dat niet méér ambieerde te zijn dan dat. Met een ander woord: een thriller.

Toen het in 1860 in boekvorm verscheen was De vrouw in het wit een bestseller, een dikke pil vol spanning en sensatie die als cultureel verschijnsel veel gemeen heeft met De Da Vinci code van Dan Brown in onze tijd: bijna iedereen heeft er op zijn minst in gebladerd, niet iedereen wil dat toegeven. De huidige populariteit van het genre is een herhaling van Collins’ succes in 1860.

Collins’ boek maakt dankbaar gebruik van ingrediënten uit een eerdere literaire traditie, die van het Victoriaanse spookverhaal. Het eerste werk in de canon dat wat genre betreft geheel op zichzelf kan staan, is De 39 treden van John Buchan, op nummer 44. Een zeer gedateerd verhaal waarin een volkomen onschuldige man Engeland redt van een Duitse invasie door een code te ontcijferen uit het schrift van een vermoorde man, terwijl hij op de vlucht is voor de politie die hem van die moord verdenkt. Het boek is een vroeg voorbeeld van spionagelectuur en van het ‘onschuldig op de vlucht’-principe. De vermelding van het boek is ook exemplarisch voor een eigenschap van alle kunsthistorische canons: het zijn monumenten, opgericht ter verering van hoogtepunten en keerpunten in de ontwikkeling van een kunstvorm. De 39 treden is meer een keerpunt dan een hoogtepunt en voor een moderne lezer een onverteerbaar saai werkje.

Dat geldt in mindere mate voor een ander blok verplichte thrillerhistorie: hard-boiled en ‘noir’ thrillers. De gewelddadige, cynische en hardgekookte privédetectives van Dashiell Hammett (De Maltezer valk (1930, nr. 11) en Raymond Chandler (Welterusten Mr. Marlowe (1939, nr. 12 ) zijn voor een moderne lezer eerder nostalgisch en aandoenlijk dan bikkelhard en sexy. Hun imago is onvermijdelijk gedateerd door de vele verfilmingen; het kortgeknipte proza van Hammett en Chandler is echter nog steeds heel aangenaam als je de kop van Humphrey Bogart wegdenkt.

Het subgenre van de ‘noir’ is het best te definiëren als hard-boiled zònder privédetectives; hier zijn slachtoffers en daders de hoofdpersonen. James M. Cains meesterlijke moorddrama De postbode belt altijd tweemaal (1934, nr. 21) bevat veel heimelijke seks en openlijk geweld (en geen enkele postbode) en ook moderne noir van Elmore Leonard en James Ellroy haalde terecht de canon. Je kunt je van die laatste twee schrijvers, grote stilisten die ook nu nog op hoog niveau schrijven, zelfs afvragen waarom ze zo laag staan.

Het antwoord is te vinden in de hoogste regionen van de lijst. Want wat staat daar wel? Overwegend spionagethrillers, daarnaast klassieke whodunnits, psychologische thrillers en een enkele rechtbankthriller. Opvallend is de schaarste van historische thrillers. Zoals in iedere canon overheerst wat ouder werk dat, naar de mening der samenstellers, heeft kunnen rijpen en de tand des tijds heeft doorstaan. Maar het is overwegend toch relatief recent. Hoewel uit bovenstaande blijkt dat de eerste eeuw van de geschiedenis van het genre goed vertegenwoordigd is, is wellicht sprake van een hoog gehalte aan usual suspects; verplichte nummers waarvoor de canonredactie misschien een meer formele dan gepassioneerde liefde voelt. De laatste vijf decennia leverden de boeken op die het hoogst staan, met een duidelijke nadruk op thrillers over de Koude Oorlog. De nummer één van de lijst, onderwerp van de onverdeelde passie der keuzeheren, speelt niet tegen die achtergrond maar is er door het optreden van de vele geheime diensten wel aan verwant.

De dag van de jakhals van Frederick Forsyth is een politieke thriller uit 1971 over de klopjacht op een huurmoordenaar die de Franse president De Gaulle wil uitschakelen in opdracht van een kliek Franse militairen. Forsyth begint met het navertellen van een werkelijk gepleegde en mislukte aanslag op De Gaulle en redeneert dan verder: wat als er een tweede poging gedaan zou worden? Wat volgt is een nauwgezet relaas over hoe een huurmoordenaar wordt gevonden, hoe hij opereert en hoe hij, op een manier die doet denken aan De 39 treden, door veiligheidsdiensten op de hielen wordt gezeten. Het boek zuigt de lezer mee in de draaikolk van gedetailleerde voorbereidingen van de huurmoordenaar, de koortsachtige race tegen de klok van de diverse overheden en de met lijken bezaaide reis die de moordenaar door Europa maakt, culminerend in Parijs, waar De Gaulle en de jakhals elkaar treffen. De dag van de jakhals is subliem en intelligent vermaak, macho en energiek.

Als het doel van het lezen van een thriller is om op aangename wijze de zenuwen te krijgen van een spannende situatie, voldoen spionagethrillers zeer. Als het doel is om verontrust te worden, is de psychologische thriller een betere keuze. Hier komt de canon wat schraal over. Het gouden ei van Tim Krabbé (26), Ripley, een man van talent van Patricia Highsmith (7), Ira Levins doodenge Kus mij en sterf (8) en In koelen bloede van Truman Capote (16). Het zijn vier boeken waarin de menselijke capaciteit tot sadisme en ziekte in het hoofd met onaangename precisie in het brein van de lezer wordt geëtst. Er is iets voor te zeggen om de psychologische thriller door haar subtiliteit als hoogtepunt van het genre te zien, maar dat is misschien vooral een persoonlijke voorkeur, net als die voor spionagethrillers.

Als overzicht van wat het genre de laatste 150 jaar heeft opgeleverd, is de Crimezone-canon zeer geslaagd. De redactie heeft een mooi ijkpunt gegeven en heeft twee valkuilen vermeden: te veel zeer recent werk en te veel literair werk (het gastoptreden van Dostojevski zien we maar even door de vingers). De Nederlandse thriller is niet ruim maar wel goed vertegenwoordigd.

Het enige grote bezwaar luidt: waar in hemelsnaam hangt Graham Greene uit? The Ministry of Fear, The Confidential Agent, Brighton Rock, The Quiet American? Het is als met alle canons: over elk richtsnoer valt te zeuren.

De recensie van Simone van der Vlugts geschenkboek van de Maand van het Spannende Boek staat op pagina 11.