Echte top lijkt onbereikbaar voor Robin Haase

Robin Haase werd gisteren vroegtijdig uitgeschakeld in Parijs. Er moet veel gebeuren wil hij nog een volgende stap maken op de ATP-ranking.

Robin Haase heeft het even niet wanneer Mikhail Joezni in de tiebreak in de tweede set op fortuinlijke wijze de netband raakt. „Hoeveel geluk heeft de man?”, verzucht hij hardop, kort voordat de Rus een 2-0 voorsprong in sets neemt en de Nederlander in Parijs afstevent op een verloren tenniswedstrijd: 6-3, 7-6 en 6-4.

Opnieuw dus geen derde ronde op het Franse grandslamtoernooi voor Nederlands grootste tennistalent van dit moment. Haase kreeg van de nummer 31 van de wereld, gewapend met een explosieve (vrij zeldzame) enkelhandige backhand, gistermiddag een harde les: toeslaan wanneer het moet.

Met een gebrek aan geluk had het verlies dan ook niets te maken en dat beaamde de analyticus Haase na afloop van de wedstrijd. Het is „geen geluk”, zei hij, dat zijn tegenstander „op 15-30 steeds de bal tegen de lijn aan serveert” en zo minder vaak breakpoints tegen krijgt. „Dat dóét hij gewoon.”

En het was geen geluk dat Joezni zijn eerste setpunt in de tiebreak in de tweede set verzilverde met zijn fraaiste backhand van de wedstrijd. Dat is kwaliteit. Haase: „Zoals hij die bal slaat, dat moet ook mijn intentie zijn. Gewoon de kans pakken die je hebt.”

Het is geen schande te verliezen van een tegenstander die acht plaatsen hoger staat op de wereldranglijst. Toch begint er iets te knagen nu Haase – na een uitstekend kalenderjaar 2011 waarin hij zijn eerste ATP-toernooi won en bij twee grandslamtoernooien de derde ronde haalde – zijn plafond lijkt te hebben: rond de veertigste plaats op de wereldranglijst. Misschien is dit gewoon zijn maximale niveau en moet tennisminnend Nederland niet alle frustraties van een kwakkelende generatie blijven afreageren op de 25-jarige Hagenaar.

Maar Haase heeft zo veel tenniskwaliteiten, liet hij gisteren ook weer zien met afgemeten lobs en knappe passeerslagen. Zijn werklust buiten de baan is bovendien voorbeeldig. Sinds kort heeft hij nog maar eens een fysiotherapeut aan zijn staf toegevoegd. Maar wanneer wint hij weer eens van spelers die op de wereldranglijst hoger staan dan hij: zijn meerderen, en niet alleen maar van zijn minderen?

Zijn spel moet „constanter”, vindt Haase. „Ik kan goed serveren, ik kan goed mijn forehands versnellen, ik kan goed aanvallend spelen, ik kan goed verdedigen.” Het moet alleen allemaal wat vaker op de beslissende momenten samenvallen. „Net iets meer, net iets harder.”

Recentelijk verloor hij nipt van de internationale subtoppers Stanislas Wawrinka en Juan Carlos Ferrero. „Als de service iets beter wordt en de forehand net wat voller, ga je die duels wedstrijden echt winnen. Dan win je een derde set gewoon met 6-4. En dan sta je straks niet tegen Ferrero, maar tegen jongens als Ferrer”. De laatste Spanjaard is de huidige nummer zes van de wereld. En dan kun je stappen maken, bedoelt Haase te zeggen.

Maar zijn statistieken zijn niet om vrolijk van te worden. Hoewel hij bijna net zoveel wedstrijden won als verloor (76 tegen 78), verloor hij wel 43 van zijn zeventig tiebreaks. Dit seizoen won hij er pas één, tegen vijf die verloren gingen. Haase ziet er geen tendens in. „Als ik nou twee dubbele fouten sla in de tiebreak, doe ik echt iets verkeerd. Maar nu heb ik eigenlijk niets fout gedaan, dus hoef ik daarin geen stap te maken. Ik verwijt mezelf meer dat bij 0-30 mijn forehandreturn en daarna mijn backhandreturn achter elkaar niet goed zijn.”

Iets anders: Haase verloor dit jaar twaalf keer de partij na een 1-0 achterstand in sets. Slechts één keer wist hij die negatieve tussenscore om te buigen in eindwinst. Vreemd voor iemand met de winnaarsmentaliteit van Haase – zoon van een Duitse vader. Maar adviseer hem geen mental coach als aanvulling op zijn staf. „Als iemand niks van tennis weet, hoe moet hij mij dan helpen?”, reageerde Haase gisteren op het idee van mentale begeleiding. „Wat hoor ik dan: ‘Kijk naar je snaar bij 5-5 30-30 gelijk?’ Als je naar je snaar gaat kijken, zit je al niet meer in de wedstrijd. Dus dat is al iets geks.”