De SP heeft er veel, héél veel voor over om te mogen regeren

Morgen komt de SP bijeen voor een congres en hét thema is kabinetsdeelname. De SP wil meeregeren – hoe moeilijk dat ook kan zijn voor de ooit zo dwarse club. Partijleider Emile Roemer is bereid grote concessies te doen en begint het alvast uit te leggen.

Amersfoort/Rotterdam. - Het oude SP-partijkantoor lag in een Rotterdamse volksbuurt, was te klein en niet te verwarmen, had een gebrek aan zonlicht en regelmatig waterschade.

Het nieuwe, strak vormgegeven partijkantoor ligt in de Amersfoortse stationswijk, heeft een luxe hotel en consultants als buren, en is gevestigd in een voormalig bankgebouw.

Het oude kantoor, zo ging het verhaal, is in de jaren zeventig, toen de SP nog maoïstisch was, betaald met een koffer vol contanten afkomstig van de Chinese overheid. Dat verhaal klopte niet. De kwitanties van de oer-Hollandse geldschieters liggen nu in het archief in het nieuwe pand, zodat geschiedschrijvers ze kunnen zien.

De SP wil graag volwassen worden. Deze zomer zet de partij alles op alles om de grootste stap in het bestuur te maken: regeringspartij worden. Dat is het doel van deze verkiezingen en er moet veel voor wijken. Luister naar de afgestemde boodschap van het driemanschap aan de top van de partij.

De leider van de senaatsfractie, Tiny Kox: „We willen er geen misverstanden over laten bestaan. Onze strategie is: wij willen in de regering. Dat zetten we centraal, welke partijen erbij komen is nu even minder belangrijk.”

De fractievoorzitter in de Tweede Kamer, Emile Roemer: „Wij kunnen behalve goed oppositie voeren, ook goed besturen. Dan kunnen we meer dóén. Dit is het moment.”

En tot slot de partijvoorzitter, Jan Marijnissen: „Regeren is een logische stap in de ontwikkeling van de partij. De rest hebben we al bereikt.”

Dit is een andere SP dan iedereen gewend is. De partij is bekend van demonstaties, buitenparlementaire acties, compromisloos ‘anti’ zijn: ‘Stem tegen, stem SP’. Die strikte, gelijkhebberige partij bestaat niet meer.

Hoe kan dat?

Daarvoor gaat de partij terug naar de verkiezingen van 2006. Na een decennium van gestage groei explodeerde de aanhang van de SP opeens, van 9 naar 25 zetels. Het land kon niet meer om de partij heen.

Tenminste, dat dachten ze. Maar PvdA en CDA vonden elkaar, en met steun van de ChristenUnie werd een kabinet gevormd, Balkenende IV. De SP bleef zitten waar ze zat: in de oppositiebankjes.

De partijtop hield er een kater aan over, de aanhang raakte gefrustreerd. Wanneer zou het dan wat worden met deze club? Bij de volgende verkiezingen, in 2010, liep een deel van de aanhang teleurgesteld weg – terug naar 15 zetels.

Met hard werken moet de partij nu weer groot worden. En onontkoombaar. In sommige peilingen is de SP – in de huidige Kamer de vijfde partij – de grootste. Andere peilingen voorspellen een premiersduel tussen Mark Rutte en Emile Roemer. SP’ers zien het als bewijs voor hun gelijk.

De economische crisis helpt daarbij. Senator Tiny Kox: „De werkende klasse heeft zijn hoop op ons gevestigd. Het is niet te verkopen als we nu zeggen: oké, er is een enorme crisis, maar het komt ons even niet uit. Waarom besta je als partij dan veertig jaar?”

Een beetje geluk scheelt ook. Emile Roemer valt in de smaak met zijn combinatie van stevig debatteren, zo nu en dan een kwinkslag en zijn vertrouwenwekkend voorkomen. Hij is de buurman die je helpt de heg te snoeien, en die de zomerse barbecue niet verstoort met verhalen over hoe geweldig Europa is.

Roemers Kamerleden werken hard, consciëntieus, en serieus. En wat de partij al jaren roept – bonussen bij banken zijn te hoog, marktwerking in de zorg werkt niet, corporatiebestuurders verdienen te veel – vinden steeds meer Nederlanders ook. „Maar gelijk hebben”, zegt oud-Kamerlid en medeoprichter van de partij Remi Poppe, „daar heb je geen ene reet aan. Het gaat om gelijk krijgen. En dat doe je in de regering.”

Maar hoe? Roemer steekt tijd in het onderhouden van contacten met andere partijleiders. En ook de achterban wordt voorbereid. Op afdelingsavondjes in het land is nu twee keer besproken wat regeringsdeelname betekent. „Hoe sluit je compromissen? Hoe legt je die uit aan je achterban? En hoe zorg je dat je als partij niet ondersneeuwt?”, zegt oud-partijleider Jan Marijnissen. „Regeringsdeelname heeft consequenties, is niet vrijblijvend.”

Daarom gaat het congres van de partij morgen over dit thema. En als de SP mee mag formeren, dan komt er – à la het CDA – een speciaal congres waar de leden mogen stemmen.

Want daar ligt voor de SP een groot probleem: het alternatieve karakter van de partij komt onder druk te staan zodra ze zich wil voegen naar anderen. Niet dat SP’ers dat niet kunnen, zegt Roemer. „Wij zijn al heel lang een serieuze partij.”

Maar toch, hij begint nu alvast uit te leggen: „Als ik straks honderd dingen kan binnenhalen, maar 65 niet, moet ik dan zeggen: nee, doe maar niet?”

Hoe ver wil Roemer gaan? „Ik kan me niet voorstellen dat ik mijn handtekening zet onder een regeerakkoord dat inkomensverschillen groter maakt of marktwerking in de zorg propageert”, zegt hij. Het is even stil. Dan: „Maar zelfs dat kun je op voorhand niet uitonderhandelen.” Een compromis, zegt ook Kox, „is niet iets weggeven, het is iets binnenhalen.”

Ho ho, zegt Remi Poppe dan. Niet zo snel. „Het streven is natuurlijk om de maatschappij te verbeteren”, en regeren helpt daarbij. Maar volgens deze oudgediende is er meer in het leven dan kabinetsdeelname. „Het parlement is immers de hoogste instantie van ons staatsbestel.” Als er voor de SP alleen maar een rol als „bijwagen van andere partijen” weggelegd is, heeft hij zo zijn twijfels.

Politicoloog Philip van Praag van de Universiteit van Amsterdam betwijfelt of de partij uiteindelijk grote concessies dúrft te doen. Of het ze, als het erop aankomt, niet aan de moed ontbreekt. „In het verleden heeft de partij de NAVO en het koningshuis al geaccepteerd, maar dat doet de achterban geen financiële pijn. Nu worden ze in hun portemonnee getroffen.” De SP, zegt Van Praag, is altijd „heel star” geweest. „Ik vraag me af of ze flexibel genoeg zijn.”

Je kan je niet „tot sint-juttemis aanpassen”, zegt ook SP-kenner Gerrit Voerman, politiek historicus van de Rijksuniversiteit Groningen. „Een partij moet nou eenmaal een eigen identiteit behouden.”

Een derde buitenstaander, VVD-prominent Hans Wiegel, is juist positief. Hij kent de SP en was als informateur in Noord-Brabant degene die daar het college van Gedeputeerde Staten smeedde. Daarin werken de VVD, het CDA en de SP nu samen. Wiegel denkt dat de SP in een kabinet kan belanden. „Je ziet dat ze gematigder zijn in hun toonzetting om geen partij uit te sluiten. Ze roepen niet de hele tijd van: ‘dat willen we niet, dat doen we niet’.”

Een verstandige tactiek, volgens de VVD’er. „De SP schuifelt voorzichtig richting de macht. Alleen al van de gedachte dat de SP in de regering komt, word ik heel vrolijk. Het is weer eens iets anders.” Samen met de VVD bijvoorbeeld? Wiegel: „Tot nu toe hebben ze elkaar nog niet uitgesloten.” Roemer: „Samenwerken met de PvdA ligt meer voor de hand. Maar het kan ook met de VVD en hiervoor geldt weer: je weet nooit hoe het gaat lopen.”

Wat nou als dit wat geforceerde streven mislukt? Roemer klinkt opeens minder vrolijk. „Onze strijd houdt niet op, dan ook niet”, zegt hij. „Maar dat gaan we niet leuk vinden.”

    • Oscar Vermeer
    • Freek Staps